SCHELDEN, SLAAN, SCHOPPEN, OPWACHTEN, NEGEREN

Hoe het begon weet ze nog goed. Ze verhuisde van Vianen naar een dorpje in Limburg, sprak het dialect niet en werd van klas twee teruggezet naar klas één, omdat ze nog niet kon lezen en schrijven. Wat er de zes jaren daarna gebeurde heeft haar voor het leven getekend. Ze werd in een hoek van een bijgebouw gedreven, waarna de hele klas om beurten op haar inbeukte. Haar nieuwe broodtrommeltje werd in elkaar gestampt. Ze werd altijd als laatste gekozen in de gymles. Ze werd uitgescholden voor dik, stom, dom en lelijk. Maar het ergste was toch dat de meester gewoon meedeed. In de zesde klas zat ze toen hij haar telkens een dictee op het bord liet schrijven, waarna hij er een pervers genoegen in schepte er met rood krijt fout na fout in aan te strepen. Lachend. En de rest van de klas lachte mee. Brigitte Driesen (nu 34) is het slachtoffer van pesten. ``Ik voelde me platgelopen.''

Wat er in haar jeugd allemaal precies gebeurd is, realiseert Driessen zich pas sinds ze drie jaar geleden in therapie ging bij Vogelvrij, een bureau dat pestslachtoffers begeleidt. Haar geheugen had ``alle details weggeblokt'', vertelt ze in een van de therapiekamers in de Eindhovense eengezinswoning waar Vogelvrij gevestigd is. ``De nare èn de leuke dingen.'' Volgens Joan Elkerbout en Priscilla van Lierop, de oprichtsters van Vogelvrij, is dat niet ongewoon. ``Het trauma als gevolg van pesten is vergelijkbaar met het trauma na incest, maar dat wordt nog steeds niet erkend.''

Uit onderzoek blijkt dat een op de vier kinderen op de basisschool gepest wordt en een op de zestien in het voortgezet onderwijs. Het is iets waar iedereen mee te maken heeft (gehad): je pestte zelf, werd gepest, keek toe of liep mee met de raddraaiers. Daardoor lijkt het alsof pesten `er gewoon bij hoort'. Dat maakt het voor de slachtoffers moeilijk: zij schamen zich. Ondanks diverse pestpreventie-projecten (van de GGD en de landelijke ouderverenigingen) bestaan ook op scholen nog steeds gevoelens van schaamte: geen van de vijfentwintig scholen die een training hebben gevolgd bij Vogelvrij was bereid een nadere toelichting te geven voor deze krant. Kennelijk is pesten nog steeds een taboe.

Pesten kan extreme vormen aannemen. Schelden, slaan, schoppen, opwachten, negeren, spullen zoek maken, kleren weghalen tijdens de gymles, dreigbrieven en twintig pizza's achter elkaar laten bezorgen bij het slachtoffer. ``Het verschil met plagen is dat je niet kan zeggen dat het moet stoppen'', zegt Elkerbout. ``Dat is één van de meest traumatische kanten van pesten: het gebeurt steeds weer.'' Elkerbout is zelf ook pestslachtoffer. Als dochter van de dominee werd ze in een klein Fries dorp van haar zevende tot haar negentiende gepest. ``Je wist nooit wat je die dag weer boven het hoofd hing," zegt ze hierover. ``Maar het ergste was misschien wel dat ik nooit mezelf kon zijn. Niemand zag wie ik werkelijk was.''

Volgens Van Lierop is er nog veel onduidelijkheid over het ontstaan van pesten. ``Alle pestslachtoffers die bij ons komen denken dat het allemaal aan henzelf ligt. Veel docenten die wij tegenkomen geloven dat de kinderen het zelf uitlokken. Dat is onzin. Je lokt het als kind met rood haar of een bril niet uit om gepest te worden. De oorzaak van het pesten ligt niet bij het slachtoffer, maar bij de daders.''

Elkerbout pakt een wit vel papier en een blauw kleurpotlood en tekent een poppetje met een cirkel er om heen. ``Kijk'', zegt ze, ``in eerste instantie is er niks aan de hand met een kind. Ieder kind wordt geboren met een natuurlijke grens om zich heen. Dat merk je heel goed bij een tweejarige, als die niet opgetild wil worden houdt hij zich heel zwaar. Als die grens wordt aangetast, door pesten, of door andere oorzaken zoals mishandeling of incest, verbrokkelt die gesloten lijn. Zo'n kind is beschadigd. Een beschadigd kind is kwetsbaarder in een groep en loopt een grotere kans gepest te worden. Dat zie je als een kind van school verandert omdat het gepest wordt, dan is het risico groot dat het op de nieuwe school weer wordt gepest.'' Overigens zijn ook de fanatieke pesters beschadigde kinderen: verwaarloosd, mishandeld, afkomstig uit wankele gezinnen. Van Lierop. ``Op school zorgen zij dat een ander in de picture komt te staan. Ze zorgen dat ze een grote macht hebben in de groep, waardoor hun eigen onzekerheid niet opvalt.''

De gevolgen van pesten zijn vèrstrekkend. Kinderen die gepest worden krijgen vaak allerlei goedbedoelde adviezen – `sla er maar op', `zeg dan wat terug' – die het kind de indruk geven dat het niet goed bezig is. Dat versterkt het gevoel van onzekerheid, van waardeloos te zijn, met alle gevolgen van dien: faalangst, slecht presteren, depressie. Slachtoffer Brigitte Driesen was jarenlang doodmoe, extreem vaak ziek en hypochondrisch. Ze ging niet studeren omdat ze haar veilige thuishaven, waar ze tot haar vijftiende met Barbies speelde, niet durfde te verlaten. Van Lierop: ``Wij zien mensen die zich compleet opsluiten in hun als museum ingericht huis en in een fantasiewereld leven, mensen die zichzelf niet de moeite van het leven waard vinden of juist hun hele volwassen leven gefixeerd zijn op het materieel `verslaan' van de pesters, met een groot huis en een dure auto.''

Sinds de oprichtsters drie jaar geleden samen startten is Vogelvrij uitgegroeid tot een bureau waaraan drieëntwintig mensen verbonden zijn. Therapeuten uit diverse disciplines (van speltherapie tot haptonomie) begeleiden slachtoffers individueel en in groepen. De groepstrainingen zijn steeds een combinatie van mentale en fysieke weerbaarheid, een gevolg van de specialisatie van Van Lierop, die van huis uit docente karate en zelfverdediging is.

Vogelvrij geeft ook trainingen op scholen. Daarbij komen Elkerbout en Van Lierop veel onwil tegen. Dat blijkt wanneer ze door de Ouderraad worden uitgenodigd om een lezing te houden over pesten en de docenten botweg zeggen `hier wordt niet gepest', terwijl leerlingen van die school bij Vogelvrij onder behandeling zijn. Er zijn ook leraren die meepesten, onbewust, maar ook bewust: `daar wordt hij hard van'. ``Op zo'n school komen wij niet verder dan een lezing'', aldus Van Lierop.

Lerarenteams die het pestprobleem willen aanpakken worden eerst aangezet naar hun jeugd te kijken. Van Lierop: ``Iemand die vroeger toekeek hoe anderen gepest werden en uit angst niets deed, zal denken dat er toch niets aan te doen is en het ook nu op zijn beloop laten.'' Docenten moeten volgens haar alert zijn: doorvragen wat er aan de hand is als een kind altijd alleen loopt op het schoolplein, slechter gaat presteren, faalangst heeft. ``Als je merkt dat er gepest wordt kun je de meelopers en toekijkers mobilisereren. Zij vinden het niet prettig dat er gepest wordt, maar denken dat ze daarin alleen staan. Laat hun zien dat ze als groep tegen de pesters kunnen optreden.'' Regel één bij het aanpakken van pesten is het niet persoonlijk maken, besluit Van Lierop. ``Als je zegt `Kevin heeft me verteld dat hij gepest wordt, dus hoe zit dat?' dan heb je kans dat het pesten nog heviger wordt. Je kunt beter zeggen: `Ik heb gezien dat er in deze klas gepest wordt. Dat moet stoppen. Daar gaan we nu over praten'.''