Olympisch Stadion herrezen

Het Olympisch Stadion is gered van de sloop en begint vandaag aan zijn tweede leven. De kroonprins is aanwezig bij de opening van het geheel gerenoveerde sportcomplex. Tijs Tummers en Bart Sorgedrager legden de historie ervan vast in een verhalend fotoboek.

Een Olympisch sterfhuis was het, toen de gemeente Amsterdam in 1987 met het startschot voor de ArenA het Olympisch Stadion tot de sloop veroordeelde. De architectonische waarde van het bouwwerk van De Stijl-architect Jan Wils uit 1928 was omstreden en het behoud ervan kostbaar. Woningen moesten er komen. En om aan nostalgische sentimenten tegemoet te komen, bleef de Marathontoren behouden en zouden plaquettes en straatnaambordjes herinneren aan wat ooit was.

Maar de gemeenteraad had buiten de waard gerekend. Met een uitgekiende lobbystrategie en financiële hulp van investeerders en particulieren werd de gemeente alsnog op de knieën gedwongen. Het stadion werd gerenoveerd. Daarmee herhaalde zich de geschiedenis: dankzij inzamelingsacties was het stadion oorspronkelijk tot stand gekomen. De regering had destijds subsidie geweigerd voor de Olympische Spelen van 1928, waarvoor het werd gebouwd. In de tussenliggende zestig jaar had zich op deze plek in Amsterdam-Zuid te veel historie vergaard om het stadion aan de sloophamer prijs te geven.

Zo verloofde kroonprinses Juliana zich er in 1936 met `prins Benno'. En werd de bevrijding van Nederland er in 1945 gevierd. Drie jaar later het afscheid van koningin Wilhelmina en de inhuldiging van Juliana. De atlete Fanny Blankers-Koen vestigde in 1948 in het stadion een nieuw wereldrecord, en werd er twee maanden later gehuldigd omdat ze op de Olympische spelen in Londen vier gouden plakken in de wacht had gesleept. In 1954 werd er de eerste interland gespeeld waaraan – in het buitenland spelende – Nederlandse beroepsvoetballers mochten meedoen. Daarvóór was Nederlands voetbal voorbehouden aan amateurs. Ajax werd er in 1960 voor de tiende keer landskampioen. De beroemde voetballer Eusébio, de `parel van Mozambique', behaalde er met Benfica in 1962 in de Europacupfinale een legendarische overwinning op Real Madrid. En dan die talloze wedstrijden op zondagmiddag, waarbij kleine jongetjes aan de hand van hun vader DWS, FC Amsterdam en Blauw-Wit hadden zien schitteren. Of zelfs Ajax.

Het is een wonder, zegt fotograaf Bart Sorgedrager desgevraagd, dat ,,de pisbak'', verpauperd als het complex in de jaren tachtig was, zo mooi uit de renovatie te voorschijn is gekomen. Gefascineerd door de architectuur en de sfeer, begon hij al begin jaren tachtig met het fotograferen van het vervallende stadion. Archiefbeelden van de bouw, de beginjaren, de historische gebeurtenissen en afbeeldingen van programmaboekjes maken de kroniek compleet. Sorgedragers jongste foto's onthullen, twintig jaar nadat hij begon, het sportcomplex als voorbeeld van vernieuwing. Het architectenbureau Van Stigt besloot de buitenste ring, de wielerbaan, te slopen. Onder de tribunes zijn nu bedrijfjes gevestigd met uitzicht op het veld. In de voormalige dokterskamer huist een sportschool, in de vroegere kantine een trendy café.

Voetbalwedstrijden zullen er niet meer gehouden worden, maar met de atletiekbaan behoudt het stadion zijn functie als sportpaleis. Rondom worden woningen gebouwd. Zo krijgt de gemeente toch een beetje haar zin en belichaamt het bouwwerk twee oer-Hollandse tradities: die van de onparlementaire democratie en die van het poldermodel. Met de Prins van Oranje, die bij de opening aanwezig zal zijn, als patroonheilige. Ik hoop, zegt Sorgedrager, dat hij er zijn verloving zal aankondigen. Net als zijn grootouders dat deden. De waarde van het herrezen Olympische stadion ligt nu eenmaal in het sentiment en de historische evenementen die het voortbracht.

`Het Olympisch Stadion' door Tijs Tummers en Bart Sorgedrager, uitg. Bas Lubberhuizen, 144 blz., ƒ49,90.