Jong leven, lang branden

Ze kunnen er niks aan doen dat ze vastzitten, vinden ze zelf. Beroving? Drugshandel? Ze waren `toevallig' op de verkeerde plek. Nu brengen de jeugdige delinquenten hun tijd door met kaarten, computerspelletjes en het leren van sociale vaardigheden. `Maar als ik vrijkom, maak ik die jongen dood.'

Wat doe je in je vrije tijd?' `Beroven, mishandelen, voetballen.' Ramon (16) heeft zelf zijn intakeformulier ingevuld. `Ik ben brutaal en word vlug agressief', heeft hij er nog aan toegevoegd. Hij is deze week nieuw op Unit 1 in Rijksinrichting voor Jeugdigen 't Nieuwe Lloyd in Amsterdam. Groepsleidster Nancy `bewaarder' of `gevangenis' mag je niet zeggen als het om jongeren gaat is positief over hem: Ramon doet enthousiast mee met de groep en je kunt met hem lachen. Maar haar collega Peter schat hem intuïtief in als iemand met een heel kort lontje. Nu zit hij met een stel jongens te kaarten in de groepsruimte. In een andere hoek rukken Mohammed (12) en Farid (16) driftig aan de joysticks van een playstation. Raceauto's vliegen over het scherm, de gierende motoren overstemmen elk gesprek.

Ook Mohammed is pas kort op de groep. Hij zit in voorlopige hechtenis voor vernieling en bedreiging, terroriseerde de buurt. Morgen moet hij voorkomen. Hij komt in aanmerking voor behandeling, vergelijkbaar met TBS voor volwassenen. Aanvankelijk had hij niet begrepen dat hij in de gevangenis zat. Buiten, achter de afrastering, had hij fazanten en konijnen zien lopen. Of hij in de dierentuin was, had hij in alle ernst gevraagd.

Unit 1 telt elf jongens, met negen verschillende etnische achtergronden. Allemaal spreken ze met een Surinaams accent: Marokkaans-, Limburgs-, Turks- en Chinees-Surinaams. `Eh jongen.' `Fok op jongen.' ,,Surinaamse vrienden'', verklaart Johan, die een Turkse vader heeft maar door zijn Nederlandse moeder is opgevoed. De subcultuur van de Surinamers met hun bassende rap heeft status.

't Nieuwe Lloyd is een jeugdinrichting voor de zwaardere gevallen. Zesenzestig jongens verblijven er voor vernieling, geweldpleging, beroving, moord, zedenmisdrijven. De meesten zitten er in preventieve hechtenis, in afwachting van de uitspraak van de rechter. Anderen zitten er hun straf uit. Of wachten tot er plaats is in een inrichting waar ze behandeld kunnen worden, therapie krijgen. Als `vergaarbak' geeft de inrichting een aardig beeld van wat er speelt op de groeimarkt van de jeugdcriminaliteit. Ze worden steeds talrijker en steeds jonger, de jeugdige delinquenten.

Het is niet helemaal duidelijk of jongeren werkelijk gewelddadiger worden, of dat de politie ze alleen actiever opspoort. Waarschijnlijk beide. Het leidt in elk geval tot een cellentekort voor jeugdigen, lange wachttijden voor een behandelplaats, personeelstekort en onvrede binnen de inrichtingen. En bovenal tot de prangende vraag: Helpt het om deze jongens op te sluiten? Komen ze er beter uit dan ze erin gingen?

In behandelinrichtingen is dat zeker de bedoeling. Daar komen jongens met een Pij-maatregel. Pij staat voor `Plaatsing in jeugdinrichting', vergelijkbaar met TBS. Jongens met een persoonlijkheidsstoornis krijgen daar individuele begeleiding en therapie, in de hoop dat ze `genezen'.

De `gewone' jeugdinrichtingen, waar niet wordt behandeld, hielden tot voor kort de jongens slechts van de straat. De heersende gedachte was dat ze gevoelig waren voor straf. Op het ministerie van Justitie is inmiddels het besef gerezen dat er iets moet veranderen. In de Eerste Kamer ligt een wetsvoorstel waarin staat wat de inrichtingen de gedetineerden moeten bieden. `Terugkeer in de samenleving' en `pedagogische vorming' zijn de toverwoorden. Maar hoe die te realiseren? Anderhalf jaar geleden kwam er een discussie op gang over wat er binnen de poort precies gebeurde. Elke inrichting moest een pedagogische methode gaan kiezen, en kreeg de opdracht niet alleen op te sluiten maar ook op te voeden.

Doodstraf

Op Unit 1 is na de lunch de middagploeg gearriveerd. De groepsleiding bespreekt de ochtend na, terwijl de jongens een halfuur in hun cel zitten. Mohammed is erg kinderlijk, een potentieel pispaaltje. En we moeten ook Siem in de gaten houden, zegt Minke. Hij is depressief, ze is bang dat hij zichzelf iets aandoet. Siem is illegaal, komt uit China. Hij zit voor een zwaar delict, en was ervan overtuigd dat hij de doodstraf zou krijgen.

Rachid heeft gevraagd of zijn oom op bezoek mag komen. Hebben zijn ouders daar toestemming voor gegeven? Hij woont waarschijnlijk niet meer thuis, zegt Peter, want zijn ouders zitten ook in de drugshandel.

,,Zullen wij Unal visiteren?'', vraagt hij even later aan een mannelijke collega. Unal komt terug van de rechtbank. Visiteren gebeurt na elk contact met de buitenwereld: uitkleden, bukken, pleisters af, voetzolen laten zien en soms volgt een rectaal onderzoek. Een kwartiertje later voegt Unal zich bij de groep.

's Ochtends en 's middags wordt er gewoonlijk onderwijs gevolgd: sociale vaardigheden, houtbewerking, koken en algemeen onderwijs: taal, rekenen en Engels. Vanmiddag vervalt de les. De docent is ziek. Dat is niet de eerste keer deze week, zegt Peter zuchtend. En nu moet hij de jongens ook nog meedelen dat ze vanaf vijf uur vanmiddag `achter de deur' gaan. Dat betekent boterhammen meenemen en de hele avond `branden', zoals de jongens dat zelf noemen: gevangen zitten. Door ziekte van het personeel. ,,We zitten al twee weken op kamer'', briest Rachid als hij het hoort. Het betekent dat ze vanavond niet naar huis kunnen bellen. Bij uitzondering mag het nu overdag, voordat ze in hun cellen verdwijnen, vijf minuten per persoon. Niet iedereen komt meer aan bod.

Het hoge ziekteverzuim is een structureel probleem in 't Nieuwe Lloyd. Het werk is zwaar, vertellen de groepsleiders. Als ze een vrije dag willen, moet die zes weken van tevoren worden aangevraagd. ,,En het is nog niet eens zomer'', zegt Peter, ,,dan komen de personeelsvakanties erbij en zitten de jongens vrijwel permanent in hun cel.'' Dat geeft een broeierige sfeer – veel vechtpartijtjes en ongeregeldheden. Als noodverband zijn er onlangs televisies aangeschaft, die nu worden uitgedeeld om de lange avond door te komen. De tv als veredelde groepsleider. En wat de jongens nu nog niet weten: morgen zitten ze weer in hun cel. De hele ochtend. Om dezelfde reden.

Unit 2 is dan wel open. ,,Als je die koek laat vallen, kun je hem tenminste opruimen voordat je een nieuwe pakt. En laat wat over voor de anderen.'' Met koffie en gevulde koek viert de groep het afscheid van de docent `consumptieve technieken'. De jongens hebben allemaal hun naam op een theedoek gezet, en die bij gebrek aan wat anders ingepakt in wc-papier. De muziek gaat zacht, Quincy mag het cadeau aanbieden en zeggen wat hij heeft ingestudeerd: ,,Veel succes met je nieuwe baan.''

Unit 2 is de observatie-eenheid. De meeste jongens zitten er om een persoonlijkheidsonderzoek te ondergaan, dat meeweegt bij de beslissing van de rechter om al dan niet een Pij-maatregel op te leggen. Behandeling dus. Voor de jongens staat het voor `lang branden', het ergste dat ze kan overkomen. ,,Doe ik hier zo m'n best, krijg ik toch nog Pij'', klaagt Patrick. Even later aan tafel: ,,Die psychologen lullen met je mee, ze doen net of ze vóór jou zijn, en daarna schrijven ze allemaal nare dingen over je.''

Zweetvoeten

Er ontspint zich boven de runderlapjes een discussie over de dood van Daniel van Cotthem. ,,Wat zou jij doen als je daar langsliep, en zag dat een groepje jongens hem aan het molesteren was?'', vraagt de groepsleidster. Er valt een diepe stilte. De maatschappelijke verontwaardiging over het jongste geval van zinloos geweld is hier duidelijk niet doorgedrongen. ,,Hij heeft hem helemaal niet vermoord, jongen'', zegt Ronaldo (17) verontwaardigd. ,,Hij heeft hem alleen een klap op zijn kop gegeven. Daar is-ie pas de volgende morgen aan doodgegaan. Dan kun je toch niet zeggen dat dat zijn schuld is?''

Zo praten de jongens ook over hun eigen delict. Alsof ze er niets mee te maken hebben. De Antilliaanse Guido (17) was tijdens zijn vorige gevangenisstraf gescout door een voetbalclub om in het juniorenteam te komen spelen. Maar twee maanden nadat hij was vrijgekomen, had de politie hem alweer opgepakt wegens straatroof, vertelt hij. Nou ja, het was eigenlijk geen straatroof maar ,,gewoon'' een vechtpartijtje dat ,,toevallig'' uitliep op roof. De politie had hem met een pistool in zijn hand gearresteerd. Dus hij beroofde iemand onder bedreiging van een vuurwapen? Nou nee, dat niet, hij stond daar nu eenmaal, ,,toevallig'' met een pistool in zijn hand, vergoelijkt Guido. Een misverstand dus eigenlijk. Lullig, dat wel, want nu kan hij nog niet voetballen.

Ook de Algerijnse Lamine littekens in het gezicht, zegt dat hij zeventien is maar ziet eruit als boven de twintig wil graag vertellen dat hij hier natuurlijk ,,helemaal niet hoort'', tussen ,,al die moordenaars''. Alweer zo'n misverstand. Hij zit hier omdat hij gepakt is met ,,drie gram cocaïne'' op zak. ,,Drie gram!''

Als hij vrijkomt, gaat Lamine zijn vader in Duitsland zoeken. Tot die tijd redt hij zich wel in Nederland. Geen probleem. Hij verkoopt gewoon wat coke en ecstacy. Ja, dat is verboden, dat weet hij ook. Maar hij moet toch eten kopen? En de huur betalen?

Die drie gram zal wel drie kilo zijn, zegt een van de groepsleiders schamper. ,,Ze zitten hier echt niet voor zweetvoeten.''

,,Heb je de krant gelezen?'', vraagt Ronaldo in het rookhok. ,,Mijn zaak stond erin.'' Hij klinkt trots. Zijn maten hadden vijf jaar gekregen het was een zwaar, gewelddadig delict. Ronaldo's zaak is aangehouden. Omdat hij minderjarig is, krijgt hij misschien Pij. ,,Als ik dan vrijkom'', zegt hij, ,,word ik de meest gezochte crimineel van Nederland. Dan heb ik toch niks meer te verliezen. Ze moeten je voorwaardelijk Pij geven, dan heb je tenminste een reden om uit de handen van de politie te blijven.''

Schijt

Tijdens de les sociale vaardigheden begint docent Toine (voormalig Europees kampioen kickboxen en HBO-er) op het meest basale niveau. Er komen drie jongens binnensloffen. Humphrey (16) is nieuw, en leert hoe hij zich voor moet stellen en mensen tegemoet kan treden. Je houding is belangrijk, vertelt Toine, en gaat onderuitgezakt in zijn stoel hangen. ,,Wat voor indruk denk je dat dit maakt op de rechter?'' ,,Dat je er schijt aan hebt'', lachen de jongens, ,,dan krijg je gelijk Pij!''

Of Humphrey al iets geleerd heeft hier, in 't Nieuwe Lloyd? ,,Ja, allerlei trucjes, om auto's te stelen enzo. Die ga ik uitproberen als ik weer vrij ben.'' Ook iets positiefs? ,,Ja, gezamenlijk eten, dat doe ik thuis nooit.'' Maar ,,die jongen'' maakt hij dood als hij vrijkomt, zegt hij stellig. Daar houdt niemand hem van af.

Hm hm, knikt Toine, en wie bepaalt dat? ,,Ik'', zegt Humphrey. Inderdaad, zegt Toine, de enige die daarover beslist, ben jij.

Ik probeer ze bij te brengen dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun gedrag en kunnen kiezen, legt hij later uit. ,,Het heeft geen zin om de moraalridder uit te hangen. Wil jij moorden? Prima. Als je je maar bewust bent van de consequenties. Dat is voor deze jongens al een hele stap.'' Toine heeft de directie voorgesteld om de jongens niet alleen te straffen voor slecht gedrag, maar ook privileges te verlenen voor goed gedrag. Meer faciliteiten op hun cel, een baantje in de keuken. Zodat ze leren dat ze iets te winnen en te verliezen hebben. Maar het was ,,nog niet haalbaar'' om dat in de inrichting in te voeren, zegt Toine spijtig. ,,Veranderingen voltrekken zich hier heel langzaam.'' Hij zou graag meer bereiken met deze ,,beschadigde kinderen''.

Toine is niet de enige. Er klinkt veel gemor onder de groepsleiders. Over de sfeer, de werkdruk en het gebrek aan mogelijkheden om met de jongens aan de slag te gaan. Geen van allen willen ze hun echte naam in de krant vermeld zien. Om hun veiligheid te waarborgen je weet het maar nooit met deze gasten. Maar ook omdat ze bang zijn voor hun baan. Kritiek wordt niet op prijs gesteld, zeggen ze. Directeur R.J. Olieroock schrikt als hij hiervan hoort. Hij merkt niets van de onvrede. Toen hij een halfjaar geleden in dienst trad, trof hij ,,enthousiaste mensen'' aan en een ,,goeie sfeer''. Maar sectorhoofd R. Kelmanutu herkent de klachten. De oude, repressieve mentaliteit is met het invoeren van een pedagogisch model niet meteen verdwenen.

Anderhalf jaar geleden werd ook in 't Nieuwe Lloyd een begin gemaakt met opvoeden volgens de boekjes. De gedachte is dat er niet meteen gestraft, maar eerst gepraat wordt als de jongens zich misdragen. Dat hun `positieve kanten' worden benadrukt. Veel van de vroegere groepsleiders, type kleerkast, vertrokken. Die vonden het maar niks om tussen de jongens te gaan zitten en met ze te praten. ,,We zijn hier geen behandelinrichting'', luidde het commentaar.

[vervolg op pagina 34]

Er kwamen HBO-ers voor in de plaats – veel vrouwen, goed voor de sfeer. De jonge garde was gemotiveerd en enthousiast ,,om de jongens bagage mee te geven'', en ,,met ze aan de slag te gaan''. Maar daar komen we helemaal niet aan toe, zeggen ze teleurgesteld. ,,Het is niet meer dan uitserveren en de inrichting open houden.'' Pappen en nathouden, vindt Minke, die een HBO-opleiding pedagogiek heeft afgerond. ,,Veel jongens verliezen hier een jaar van hun leven, en dat zou niet mogen op deze leeftijd, waarop ze zo gevormd worden.''

Neem Andrew, een geadopteerde jongen van zeventien uit Sri Lanka. Hij wacht al tien maanden tot er plaats is in een behandelinrichting – staart veel voor zich uit. Zijn delict was niet zo zwaar, vertelt groepsleidster Minke, zijn maten zijn allang weer vrij. Maar zijn ouders zijn beiden ernstig ziek, vertelt hij zelf, en hij was thuis niet te handhaven. Op grond van de omstandigheden en het delict – mishandeling – legde de rechter hem bijna een jaar geleden behandeling, Pij, op.

Laatst had hij Minke verteld dat hij graag zijn biologische moeder zou willen kennen, maar nooit zijn vader zou ontmoeten. Waarom niet?, had ze hem gevraagd. ,,Hij heeft mijn moeder verkracht.''

Andrew glijdt hier steeds verder af, vindt Minke. Na twee jaar brugklas voor HAVO / VWO heeft hij nauwelijks nog onderwijs gehad.

Zodra ze worden vastgezet, zijn de jongeren ontheven van de leerplicht. De rijksinrichtingen mogen hun onderwijsprogramma naar eigen inzicht invullen. Dat betekent dat de jongens, als ze worden overgeplaatst, in een andere inrichting weer opnieuw kunnen beginnen – de programma's sluiten niet op elkaar aan. Lastig, inderdaad, maar je moet niet te hoge verwachtingen hebben, zegt hoofd onderwijs Jurjen Slootstra van 't Nieuwe Lloyd. Veel van deze jongens hebben hun schoolcarrière al lang zien stranden. ,,Ons doel is om de achterstanden weg te werken tot en met de basisschool, en dat is voor veel van hen al erg hoog gegrepen.'' Bovendien, zegt hij nuchter, zullen ze vaak niet zo oud worden. Door de gewelddadige omgeving waarin ze opgroeien, is het percentage jongens dat de dertig niet haalt, hoger dan gemiddeld. ,,En je kunt niet verwachten dat je in een paar maanden de invloed van de zestien jaar daarvoor kunt wegnemen.'' Toch valt ongeveer dertig procent van de gedetineerden, die wacht op behandeling of gevangenisstraf uitzit, ,,buiten de boot'', geeft Slootstra toe. Wat wil zeggen dat ze relatief lang vastzitten zonder regulier onderwijs te kunnen volgen.

Dat draagt niet bij aan de terugkeer in de samenleving. Die overigens weinig meer inhoudt dan dat de jongens buiten worden gezet. Remco (14), van unit 2, mag naar huis. Hij heeft een agressieprobleem, vertelt Mirjam, de groepsleidster. ,,Dus hoe gaat dat straks, als er in de tram iemand tegen hem aanbotst?'' Remco krijgt geld voor een treinkaartje en loopt met een blauwe vuilniszak vol spullen de deur uit, richting metro. ,,Kan zijn moeder nou niet een halve dag vrij nemen om haar kind op te halen'', klaagt Mirjam. Zuchtend: ,,Je moet er maar weer het beste van hopen.''

Als ze hier weggaan, vallen ze in een gat, zegt sectorhoofd Kelmanutu. ,,Dan zet je zo'n jongen, als z'n straf erop zit, met een sporttas vol spullen buiten de poort, en zit hij er twee uur later nog. Want hij zou opgehaald worden. En dan denk ik: dat is nou precies waarom die jongens hier zijn: er is niemand die naar ze omkijkt.''

Geitenballen

Unit 1 is vanavond `open'. Om half zes wordt er gegeten. De hoeveelheid sambal op brood bepaalt of je een kerel bent. Ingrid, Surinaamse, legt uit hoe geitenballen eruit zien. In Marokko is het een lekkernij – Rachid en Farid weten hoe je ze klaarmaakt. De Turkse Unal gruwt bij de gedachte.

Abdel eet niet aan tafel. Voor straf zit hij vierentwintig uur `op cel' omdat hij iedereen uitdaagt en een grote mond heeft. Hij beukt voortdurend op de stalen deur. Als zijn groepsgenoot Johan door het raampje kijkt, scheldt Mohammed hem verrot.

De groep mag nog een uurtje luchten. Bij het voetballen weerkaatst elke trap met een doffe dreun tegen de vier betonnen muren van de binnenplaats. Ingrid maakt Surinaamse grappen tegen Ramon. Er wordt gelachen en gestoeid.

Om half tien verdwijnen de jongens `achter de deur'. De groepsleiders worden afgelost door Rob en Gina, de beveiligingsmedewerkers, die rondes maken door het hele gebouw en controleren of alle jongens binnen zitten. Mohammed begint woedend te schreeuwen als Rob zijn cel openmaakt en het licht aandoet. De vloer is bezaaid met papiersnippers.

Twee jongens, in belendende cellen, liggen onder hun bed te converseren. ,,Gesprek op niveau'', constateert Rob droog. Er zit een spleet in de muur, waardoor de jongens met elkaar kunnen praten. Of hasj doorgeven. Want de controle op binnengesmokkelde waar is niet waterdicht, weet Rob.

Nu de groepsleiding weg is, begint op de cellen het leven. Harde muziek – Arabisch, Britney

Spears, alles door elkaar. Er wordt luid meegezongen. ,,Who can fuck like me, nobody.'' De jongens beroepen elkaar. Er wordt driftig uitgehuwelijkt. Twee Marokkaanse jongens tegen elkaar:

,,Ik wil jouw nicht.''

,,Is goed, ik zal je haar adres geven.''

,,Ik wil geen meisjes die pijpen, ik wil trouwen.''

En dan: ,,Ik zit nu naar die foto van je nicht te kijken. Ik ga haar ook beffen.''

Trouwens: ,,Hoe moet ik hier nou bidden man? De groepsleiding loopt de hele tijd met vieze schoenen door mijn cel.''

,,Ik zei het je toch.''

Op verzoek van het ministerie van Justitie zijn de namen van de jongens, die minderjarig zijn, gefingeerd.

    • Mariël Croon