Hollands Dagboek: Frank van der Heijden

Frank van der Heijden (34) studeerde Egyptische archeologie aan de Rijksuniversiteit Leiden. Hij werkt als projectleider bij het Archeologisch Diensten Centrum. Afgelopen week legde hij in Gilze Rijen een kleine begraafplaats bloot. Van der Heijden woont samen met Juliet Robb.

Woensdag 3 mei

Na een paar zeer hectische dagen is de rust weer een beetje teruggekeerd. Het begon allemaal vorige week donderdag. Een ambtenaar van de gemeente Gilze Rijen belde het Archeologisch Diensten Centrum (ADC) voor archeologisch advies. Mij werd gevraagd met spoed naar Gilze Rijen te vertrekken omdat bij graafwerkzaamheden een aantal botten was gevonden. De melder, lid van de plaatselijke Heemkundige Kring, had het vermoeden dat het menselijke resten waren uit archeologische context. Aangekomen in Gilze Rijen wachtte mij een sinaasappelkistje met beenderen. Duidelijk was dat het hier menselijke resten betrof. Met name delen van het bekken, de schedel en een fragment van de onderkaak waren duidelijk als zodanig herkenbaar.

Met een schop trok ik het veld in en al snel was duidelijk dat in de wand van de ontgronding nog zes grafkuilen zichtbaar waren. Hoewel – in samenspraak met gemeente en eigenaar – besloten werd voorlopig geen ruchtbaarheid te geven aan de vondst, kwam het vervolgens toch in de pers terecht. Vanaf zondagavond was de beer los.

Op maandagmiddag was er een heuse persconferentie (de eerste in mijn leven) die begon in een café (waar anders in Brabant?!) en werd afgesloten op de opgraving. Omdat de gemeente bereid was het onderzoek te financieren, kreeg het ADC de ruimte om deze locatie verder te onderzoeken. Kortom, van melding naar opgraving in vijf dagen, bij mijn weten een record in de Nederlandse archeologie.

Gisteren is een veldteam van ons begonnen met het uitvoeren van het onderzoek ter plaatse. Ik ben er vandaag niet bij. Ik heb nog andere projecten die ik aan het uitwerken ben. De reacties van al mijn collega's op ons hoofdkantoor zijn erg positief. Er is veel publieke belangstelling en ik geloof dat we elke krant in Nederland wel hebben gehaald. Zo blijkt maar weer hoe archeologie toch in de belangstelling staat.

In het veld blijkt het aantal graven groter dan oorspronkelijk gedacht. De opgraving leidt al snel tot heel leuke resultaten. Het hout van de kisten is, hoewel het nauwelijks bewaard is gebleven, nog duidelijk zichtbaar aan de kleur van het zand, net als de spijkers. De botten zijn goed bewaard gebleven en de eerste vondsten zijn ook al gedaan: twee knopen. Van Juliet, die het fysisch antropologisch onderzoek doet, hoor ik al de eerste resultaten. Vooralsnog zijn alle skeletten van volwassen mannen. Dat is opmerkelijk en suggereert dat het geen gewone begraafplaats is.

Het zou een pestkerkhof of executieplaats kunnen zijn. Maar nu is – mede dankzij de naspeuringen van de lokale Heemkundige Kring – de mogelijkheid geopperd dat deze begraafplaats wel eens te maken zou kunnen hebben met de belegering van Breda door het leger van de Spaanse generaal Spinola. Volgens de annalen heeft dit leger in 1624 enkele maanden in deze omgeving gebivakkeerd. Ik ben benieuwd wat we de komende dagen nog zullen ontdekken.

Donderdag

Het wordt een dag vol vergaderingen. Eens in de maand ligt bij ons het buitenwerk stil en hebben we allen binnen onze functiegroepen onze bijeenkomsten. Doel hiervan is elkaar op de hoogte houden van onze bezigheden. Dat is wel eens lastig door de aard van het bedrijf, omdat we met een grote groep mensen verspreid over het hele land werkzaam zijn. In de projectleidersvergadering is vandaag één van de discussiepunten: `hoe presenteren wij onze opgravingen?' Een aantal van ons vindt het wetenschappelijke gehalte van onze rapporten van groot belang. Zelf ben ik van mening dat we meer naar een populair-wetenschappelijke manier van presenteren moeten. Vaak voegt een opgraving iets toe aan de lokale geschiedenis. Met name bij opdrachten voor gemeenten mogen we de burgers ook wel iets presenteren. Op die manier krijgt de opdrachtgever er iets voor terug en creëren we begrip voor ons werk. 's Avonds, na de dodenherdenking, rijden wij naar mijn ouders in Tilburg.

Vrijdag

Vandaag heb ik een vrije dag. Mijn ouders waren in februari 35 jaar getrouwd en dat vieren we vandaag. We brengen met hen en mijn zus, zwager, twee nichtjes (7 en 2) en neefje (5) een bezoek aan Burgers' Zoo in Arnhem. Het blijkt wel weer dat een bezoek aan een dierentuin het leukst is met een aantal kinderen. Hun reacties op wat de dieren doen is een grote bron van amusement. De meeste hilariteit wordt veroorzaakt als één van de Makaken opeens in het openbaar gaat zitten urineren. Ikzelf ben het meest onder de indruk van de laatste toevoeging aan het park, de Ocean. Dit is werkelijk fenomenaal. Met name het grote aquarium met het scheepswrak en de haaien spreekt erg tot de verbeelding.

Omdat ik het natuurlijk niet kan laten, bel ik nog een paar keer met de opgraving, die vandaag gewoon doorgaat. Het wordt daar steeds spannender. Het volgende graf bevat een ringetje, een kruisje en op de schedel zijn zelfs nog fragmenten textiel bewaard gebleven. Zijn dit soms de restanten van de lijkwade?

Ik kan niet wachten tot ik maandag zelf weer op de opgraving verder kan. We sluiten de avond af met een maal in een pannenkoekenrestaurant.

Zaterdag

We rijden terug naar Hilversum. Nog even langs een aantal doe-het-zelf-zaken, want sinds wij vorig jaar een eigen huis hebben gekocht weten we ook wat daar allemaal bij komt kijken. Verder is dit de dag voor het doen van de wekelijkse boodschappen. Verder kook ik vandaag vrij uitgebreid, iets wat ik graag doe in het weekeinde. We eten buiten in de tuin, genietend van het lekkere voorjaarsweer.

Zondag

Vandaag hebben we het grootste gedeelte van de dag op de fiets gezeten. Naast de centrale ligging in Nederland (iets wat uitermate handig is voor mijn werk) was de aanwezigheid van alle natuur rond Hilversum voor ons de belangrijkste reden hier te komen wonen. Vandaag verkennen we de Gravelandse Buitenplaatsen en de heide ten noordoosten van Hilversum. Het weer is werkelijk heerlijk.

Na het eten gaan we samen nog aan het werk. Juliet moet een rapport afmaken van een grafheuvel die is opgegraven in het tracé van de Betuweroute. Ik help haar met het vergelijken van de Nederlandse en de Engelse tekst en bekijk of wat zij geschreven heeft, is overgekomen in de vertaling. Rond 23.45 uur ga ik naar bed, gespannen over wat de dag van morgen gaat brengen.

Maandag

Eindelijk ben ik dan vandaag zelf weer op de opgraving. We beginnen met het uitbreiden van het opgravingsareaal om te zien of er nog meer graven liggen. Vrij snel is duidelijk dat er nog een grafkuil ligt, dit wordt dan nummer acht. Terwijl we deze nieuwe optekenen wordt het weer druk op de opgraving. De mensen uit de buurt zijn erg enthousiast over wat we gevonden hebben en volgen ons werk nauwgezet – we hebben al verschillende vaste bezoekers. Iedere dag beginnen we met een nieuw graf dat we in principe diezelfde dag helemaal op willen graven.

's Middags, als het skelet helemaal is blootgelegd, zodat we het kunnen fotograferen en tekenen, zijn er gemiddeld zo'n tien toeschouwers die ons gadeslaan. Iedereen volgt ook wat de pers schrijft en denkt mee over wat de graven hier nu eigenlijk betekenen.

Het graf dat we vandaag opgraven, is een beetje teleurstellend. In tegenstelling tot de eerdere graven is het skelet minder goed bewaard gebleven. Na een dag hard werken valt eigenlijk niet zo veel te documenteren en kan slechts de schedel met veel moeite geborgen worden.

's Avonds gaan we bij een collega eten. We spreken uitvoerig over de opgraving en alle belangstelling die er voor is. Ook belt De Telegraaf nog voor een artikel in de wetenschapsbijlage. Moe maar voldaan plof ik uiteindelijk rond half een in bed.

Dinsdag

Met nog twee dagen en twee graven te gaan, liggen we goed op schema. Dit is niet in de laatste plaats te danken aan het prachtige weer. Op dit soort dagen denk ik altijd dat ik het mooiste beroep van de wereld heb. Koude en natte dagen zijn nu al weer vergeten en mensen die binnen op een kantoor zitten, kijken waarschijnlijk jaloers naar buiten. Het graf dat we vandaag opgraven valt opnieuw een beetje tegen. Het botmateriaal is slecht bewaard gebleven.

Met een ietwat ontevreden gevoel rijden we 's avonds naar mijn ouders in Tilburg. Dit is slechts tien minuten van de opgraving af en scheelt weer een uur in de auto zitten. Bovendien kunnen we dan morgen uitslapen, een veelal ongekende luxe in ons vak. Omdat het ADC werkzaam is in heel Nederland ben ik meestal langdurig onderweg om op de opgraving te komen.

Woensdag 10 mei

De laatste dag, van zowel de opgraving als dit dagboek. Zoals de eerste wet van de archeologie voorschrijft gaan we vandaag nog iets heel leuks of bijzonders vinden. Dat gebeurt namelijk òf op vrijdagmiddag drie uur òf op de laatste dag van de opgraving. Al snel blijkt dat het skelet in dit graf uitzonderlijk goed bewaard gebleven is. We zijn dan ook het grootste deel van de dag bezig om hem mooi bloot te leggen. Dit levert weer een prachtig plaatje op. Bij de polsen worden ook vier knopen gevonden. Kortom, de eerste wet van de archeologie blijkt weer op te gaan. Het eind van de dag laden we alles in de auto, het eerste deel van de opgraving zit erop.

Nu begint het noodzakelijke binnenwerk. Dit houdt in dat specialisten de vondsten gaan analyseren en ik er een rapport over ga schrijven. Dan zal hopelijk ook vast komen te staan wat nu precies de aard van deze vindplaats is. Voordat we vertrekken, nemen we afscheid van de boer en zijn vrouw. Ik zal hun Brabantse gastvrijheid missen, het was werkelijk een hele luxe om iedere keer zo aan te kunnen schuiven voor de koffie.