HOLLAND-BELGIË

12 augustus 1974

Verbijsterd kijk ik naar mijn knie. Mijn linkerknie. Ik wreef erover, boog hem en zag met ongeloof hoe aan weerskanten een dikke bobbel verscheen. Het kon niet en het mocht niet maar het was toch zo. Fysiotherapeut Van Gorp, chirurg Greep en clubarts Rolink hadden mijn gewricht in het dokterskamertje van het stadion bekeken. De woorden waren van Rolink: ,,Jij gaat niet mee naar Zwitserland.'' De woorden klonken als een veroordeling. ,,Jij gaat niet mee naar Zwitserland.'' Dat was alles, de deur kon dicht. Daar zat ik, verbijsterd, wrijvend over mijn knie. Iets stortte in, want `niet mee naar Zwitserland' betekende niet meedoen tegen Lausanne Sports. Slechts een vriendschappelijk duel in de voorbereidingsfase, maar voor mij zeer belangrijk. Ik kon me bewijzen, in de voorgaande oefenwedstrijden was ik er immers ook bij. Tegen Club Brugge in De Klokke, tegen Hertha in het Olympia Stadion.

Eind juli was ik van vakantie teruggekomen. Thuis lag een brief van Ajax waarin stond dat ik mij over twee dagen moest melden voor de training van het eerste elftal. Ik las de brief drie keer over. Het stond er echt. Mijn grote kans. Met kloppend hart stapte ik maandagochtend de kleedkamer binnen. Nerveus, maar overtuigd, ik zou me laten zien. Ik trainde als een bezetene, eerst op het oefenveld voor De Meer, daarna tijdens het trainingskamp in De Lutte. Elke dag was een finale. Ik kon amper geloven dat ik het was die luisterde naar de instructies van trainer Kraay en dat ik het was die achter Gerrie Mühren en Ruud Geels aanholde door het zand en dat ik het was die de kleedkamer deelde met Piet Schrijvers, Johnny Rep, Horst Blankenburg, Wim Suurbier en Ruud Krol. Dat ik het was die in het veld kwam voor Piet Keizer. Het was zo en mee voetballend merkte ik hoe het niveau mij optilde. Meedoen in het eerste elftal van Ajax. Men was tevreden en na het trainingskamp bleef ik bij de selectie. Tot de knie.

Opeens was hij dik. Zonder aanwijsbare reden, zonder pijnindicatie. Het was onbegrijpelijk. Geen schop en geen verdraaiing kon ik mij herinneren. Dik, buigzaam en: ,,Jij gaat niet mee naar Zwitserland.'' Alsof Rolink een receptje tegen de griep uitschreef. Ik wachtte op duidelijker instructies, maar na drie kwartier kwam slechts verzorger Henk de Haan met het advies: ,,Vette watten'', zei Haantje, ,,vette watten met een drukverband en een paar dagen rust''. Aangeslagen maar ervan overtuigd dat de knie over een paar dagen weer de oude zou zijn, tramde ik naar huis.

19 augustus 1974

Een wachtkamer in het Lucas Ziekenhuis. Een speler van de A-selectie van Ajax, maar ook weer niet. Deze voetballer had geen naam, niemand kende hem. Niemand kende zijn hoop, zijn droom. En dus waren er lange wachttijden en geen spoedbehandeling. Zou ik Stuy, Hulshoff of Mulder hebben geheten, dan zou ik niet vergeten zijn, dan zou er binnen een paar uur een diagnose zijn gesteld, foto's zijn gemaakt, duidelijkheid zijn geschapen. Het duurde dus meer dan een week voordat er foto's werden genomen. Dienstdoend chirurg Keeman hield ze tegen het lamplicht. En nog eens en nog eens. Hij kwam niet tot een oordeel, de foto's toonden geen afwijking maar de knie was nog steeds dik, dus... ,,Vette watten met een drukverband. Of probeer eens een azijnverband. Kom op 26 augustus maar terug.''

26 augustus 1974

Uren afwachten in een wachtkamer. Dan: contrastfoto's. Door een dikke grote naald spoot de assistente vloeistof in mijn zwellende gewricht. Een dag later mocht ik Greep bellen om de uitslag te vernemen. In de gekrabbelde aantekeningen die ik in mijn dagboek maakte, staat: `Greep gebeld, was niet aanwezig, moet om half twee terugbellen. Half twee Greep gebeld maar deze zegt de foto's nog niet te hebben gezien. Ik moet om half vijf nog maar eens bellen. Half vijf Greep gebeld maar is niet te bereiken.'

Greep bleef ver weg en onbereikbaar maar op 28 augustus was er opeens een bericht: ,,Het is waarschijnlijk toch wel een meniscus-laesie, dus we gaan opereren.'' Een schok. Weg kansen, weg eerste elftal, dit kon weken, maanden gaan duren. Het werd mij donker voor mijn ogen. `Waarschijnlijk toch wel', de woorden van chirurg Keeman spookten door mijn hoofd. Het was toch te onzeker, te onduidelijk? Bij een beschadigde meniscus hoorde toch pijn? En ik voelde geen pijn. Snijden in mijn lichaam, in mijn knie naar aanleiding van een vaag `waarschijnlijk toch wel'? Nee, dat ging te ver. Ik zou niet zomaar in mijn vlees laten snijden.

Tegenwoordig heet het second opinion, in 1974 heette het rebellie toen een jonge naamloze speler het waagde om het advies van de medische staf van Ajax niet klakkeloos te accepteren en een andere dokter te consulteren.

3 september 1974

Met röntgenfoto's onder mijn arm stapte ik de praktijk van dokter Rein Strikwerda aan de Amsterdamsestraatweg nummer 237a te Utrecht binnen. Zo anders de sfeer dan in het Lucas Ziekenhuis, waar ik van het kastje naar de muur werd gestuurd. Zo anders was de benadering van de beroemde chirurg. Strikwerda, groot en vriendelijk, hij straalde rust uit. Ik kreeg het gevoel als een gelijke te worden beschouwd! Strikwerda luisterde naar mijn verhaal. En hij luisterde! Geduldig hoorde hij mijn geschiedenisje aan. Over de vakantie in Griekenland. Hoe ik vijf kilo onder mijn normale gewicht terugkwam, wegens een ter plekke slecht behandelde angina. Thuis die brief, het snel stromende bloed van opwinding, de bezeten arbeid tijdens de trainingen, de zware arbeid. De plotseling dikke knie. Vette watten.

Hij bekeek de foto's nog een keer en zijn bedaarde stem zei: ,,Niet opereren. Dat kan funest zijn. Er is volgens mij geen sprake van een ontsteking. Maak je geen zorgen, geen meniscus-laesie, maar gebruik absoluut geen vette watten.'

Strikwerda bleek gelijk te hebben, volkomen gelijk te hebben. Er was niets stuk in de knie, opereren zou geen enkele zin hebben gehad. Maar de jonge onbekende voetballer die zijn meerderen vertelde dat hij zich niet in zijn knie zou laten snijden, had een groot probleem. Trainer Kraay was buiten zichzelf van woede. Of de jonge voetballer het idee had Johan Cruijff te zijn! Hoe de jonge voetballer het in zijn hoofd haalde om ergens anders advies in te winnen! Of de jonge voetballer soms gek geworden was! Na de stormachtige toorn keerde de jonge voetballer terug naar huis met de wetenschap dat hem de hulp van de medische staf van Ajax was ontzegd. Hij moest het zelf maar uitzoeken.

De relatie was verstoord, de carrière ook. De obstructie van de trainer die uit naam van de club sprak, zorgde er voor dat de revalidatie vele maanden vergde. Tot ver voorbij de mooie, kansrijke, verwachtingsvolle juli- en augustusweken die gevuld waren met brandende ambitie en bezetenheid.

Ik wreef over mijn knie. Mijn linkerknie.

De knie was heel. De droom was verpulverd.

Aflevering 19 in een serie van 22.

    • David Endt