Haastig

Enkele alleenstaande briefschrijvers van rond de vijftig beschikken over een flinke som geld waarvan ze (ten dele) moeten leven, mogelijk tot het einde van hun leven. Bekende aanleidingen voor zo'n situatie zijn een echtscheiding, langdurige arbeidsongeschiktheid, weinig inkomen, eerder dan de pensioen- of AOW-leeftijd stoppen met werken, of er jaren tussenuit knijpen om iets anders te gaan doen.

Je moet dan zuinig omspringen met je geld en vooraf eerst een financieel plan (laten) maken. Daarin bepaalt onder meer het netto bedrag dat je in een jaar nodig denkt te hebben de omvang van het beginkapitaal. Daarnaast speelt de duur van de uitkeringen een rol.

In het algemeen gaan mensen uit van het brutosalaris dat ze verdienden, inclusief allerlei bijkomende voordelen. Plus een inkomensstijging, alsof ze promotie blijven maken tot in lengte van dagen. Sommigen willen dat brutosalaris zelfs netto in handen krijgen. En de uitkering moet bovendien gegarandeerd zijn. Zo mag je wel redeneren, met name als iemand anders voor de kosten moet opdraaien, maar realistisch is het niet. Je bedingt zo immers meer zekerheid dan iemand die blijft werken en de gebruikelijke risico's loopt.

Na de invoering van het nieuwe belastingsysteem op 1 januari 2001 verandert er veel in de berekening van bruto naar netto. Spaargelden en beleggingen (de flinke sommen) vallen dan in box 3. Daarover betaal je per jaar de 1,2 procent heffing (30 procent van het vaste rendement van 4 procent), even afgezien van enkele vrijstellingen.

Van een ton in een ouwe sok verdwijnt dus elk jaar 1.200 gulden naar de fiscus. Daarbij brokkelt de koopkracht langzaam af door de inflatie. Daarom is het zaak optimaal te sparen of te beleggen, om waardevermindering tegen te gaan, én iets te verdienen. Mensen maken daarbij onjuiste veronderstellingen.

Ze willen hun geld snel ergens in stoppen. Om maar van de beslissing af te zijn en (vermeende) koerswinsten geen dag te missen. Of ze overschatten het benodigde startkapitaal. Zo beschikt een lezeres over een miljoen gulden, maar gelooft niet dat ze er van kan leven. Eén reden is dat zij niet wil of durft in te teren op haar vermogen.

Verder wil men een levenslang, gegarandeerd inkomen en tóch risicoloos blijven profiteren van alle koerswinsten op aandelen. Het onderste uit de kan. Dat kan niet. Hoe moet het dan?

Ga er als 50-jarige vanuit dat je nog 40 jaar leeft. Wie zoveel jaren voor de boeg heeft, kan een paar jaar de tijd nemen om een leefportefeuille op te bouwen. Een realistisch einddoel is een portefeuille die een jaarlijks rendement van gemiddeld, minimaal 8 procent netto oplevert. Circa 10 à 11 procent bruto.

Om te bepalen hoeveel je geld per jaar oplevert, deel je de pot ruwweg door 12. Dus 120 duizend levert 10 duizend gulden op. Vrij van inkomstenbelasting! Dat is ruim 17 duizend gulden bruto, tegen het 42 procent belastingtarief. En het voornoemde miljoen (gedeeld door 12) werpt jaarlijks netto ruim 83 duizend gulden af. Zo'n 143 duizend gulden bruto. Veertig jaar lang!

Begin bijvoorbeeld voorlopig met sparen. Neem daarbij geen genoegen met een percentage van 3,5 procent, wat veel instellingen bieden, maar denk na en vraag rond, ook bij de eigen bank. Het geld mag voor langere tijd vaststaan, want je hoeft er niet direct over te kunnen beschikken.

Onder meer buitenlandse banken bieden vaak meer dan de Nederlandse, omdat ze hier (voor hun) goedkoop gelden opnemen en het in hun eigen land (bijvoorbeeld Turkije) voor meer uitzetten. De Nederlandsche Bank garandeert de spaarsaldi bij alle banken tot 20 duizend euro of 44 duizend gulden per persoon, en het dubbele per paar.

De GeldGids van de Consumentenbond houdt de stand in spaarland bij. Ongeveer 5 procent is dezer dagen haalbaar. Daar gaat die 1,2 procent heffing nog vanaf, waardoor er netto 3,8 procent resteert. Dat lijkt weinig, maar je hoofdsom blijft intact.

Wanneer moet je nou switchen van (vrij) sparen naar iets anders? Bijvoorbeeld naar obligaties of aandelen. In een periode dat de rente stijgt en de rente op obligaties ruim boven de 8 procent ligt. Nu komt het rendement voor obligaties met een looptijd van 10 jaar op 5,5 procent en in de VS 6,5 procent. Tijdens die stijging, wellicht al eerder, zullen de koersen van aandelen flink dalen en verdient een solide aandelenportefeuille de voorkeur.

    • Adriaan Hiele