Grijze giganten

In Italië zijn mannelijke zestigplussers de baas. In het openbaar bestuur, aan de universiteit, in het bankwezen. Ten koste van de vrouwen en de jonge hemel- bestormers. Het leven begint pas bij 45 jaar.

Eindelijk. Een technicus op het ministerie van Gezondheid in Rome. Umberto Veronesi, een exportbestendige Italiaan, een man die internationale faam heeft verworven als kankerdeskundige. Vorige week werd hij benoemd, onder luid applaus. Er wordt heel wat van hem verwacht, want er is genoeg wildgroei te bestrijden op het ministerie, waar de ene na de andere hervormingspoging is vastgelopen op het taaie verzet van corporatistische belangenhebbenden. En niemand die zijn wenkbrauwen fronst over zijn leeftijd, want Veronesi is nog maar 74 jaar.

Vierenzeventig. Als Nederlander zwijg je hier beschaamd over de discussie rondom minister Borst van een paar jaar geleden. Italië respecteert de grande vecchio. Dat is geen mafiose reflex die voortkomt uit eerbied voor peetvaders, maar diepgewortelde traditie in een land waar de gelijkstelling oud = nutteloos nooit heeft bestaan. Er is geen land in Europa waar zestigplussers zoveel machtsposities bekleden. Sommigen zeggen dat het het klimaat is, voor het gemak even de kleffe, smerige mist 's winters in Milaan en Turijn vergetend. Anderen wijzen op het gezonde mediterrane dieet met olijfolie, groenten en pasta.

In andere landen wordt de werkende bevolking voorzichtig voorbereid op het idee dat er na het 65ste levensjaar ook nog moet worden gewerkt, om alle pensioenen en uitkeringen te kunnen betalen. Maar veel grijze Italianen leven al in die toekomst, uit eigen keus en niet omdat ze zo de druk moeten wegnemen van een krappe arbeidsmarkt. Met een beetje fantasie kunnen sociale wetenschappers uit koudere landen hiervoor een aangename studiereis bedenken naar de Italiaanse zon.

Ze zouden bijvoorbeeld hun aandacht kunnen richten op Paolo Fresco, 67 jaar. Bij de Amerikaanse multinational General Electric was hij opgeklommen tot executive vice-president, een van de hoogste posten ooit bereikt door een Italiaan in het internationale bedrijfsleven. Toen de energieke Amerikanen hem meedeelden dat het tijd werd om plaats te maken voor een jongere generatie, kreeg hij bezoek uit Italië. Of hij president wilde worden van Fiat, symbool voor het moderne Italiaanse bedrijfsleven. De villa in Toscane kon nog wel even wachten: Fresco moest een nieuwe toekomst geven aan de grootste particuliere onderneming van het land. Voor het bedrijf was Fresco een jonkie, want zijn voorgangers als president, Gianni Agnelli en Cesare Romiti, zijn tot hun 75ste in functie gebleven, net als kardinalen dat doen binnen de katholieke kerk. En de nu 79-jarige Agnelli houdt zich als erevoorzitter nog steeds vrijwel dagelijks met het bedrijf bezig.

Onderwerpen voor studie zijn er genoeg. Waarschijnlijk heeft geen enkele negentiger ter wereld nog zo'n macht en invloed als Enrico Cuccia (92 jaar), de erevoorzitter van de handelsbank Mediobanca. Ook al zijn de economische verhoudingen aan het schuiven, Cuccia geldt nog steeds als een van de belangrijkste economische power brokers. De meeste veranderingen in het Italiaanse bank- en verzekeringswezen zijn ondenkbaar zonder de zegen van Cuccia, zoals dat ook lang heeft gegolden voor industriële allianties.

In alle sectoren van de samenleving vind je ouderen in spraakmakende posities. Luigi Lucchini, geboren in 1919, heeft met zijn houdstermaatschappij Compart een bod gedaan op de agro-chemische kolos Montedison. De voorzitter van de Accedemia della Crusca in Florence, het instituut dat waakt over de puurheid van de Italiaanse taal, heeft onlangs besloten op de eerbiedwaardige leeftijd van 88 jaar met pensioen te gaan. Winnares van de Nobelprijs voor de geneeskunde Rita Levi Montalcino, de filosoof en senator Norberto Bobbio en de journalist Indro Montanelli zijn allen rond de negentig, maar behoren nog altijd tot de meest gezaghebbende figuren.

Giganten

Het voorbeeld bij uitstek is de president van de Italiaanse republiek. Toen Oscar Luigi Scalfaro in 1992 tot president werd gekozen op de leeftijd van 73 jaar, was hij bijna te jong voor die functie. Het archetype voor de vader des vaderlands is Sandro Pertini. Hij was 82 jaar toen hij tot president werd gekozen, in 1978. Sceptici zeiden: ,,Bij de eerste de beste `Presenteer geweer' valt zijn kunstgebit eruit.'' ,,Dat zullen we nog wel eens zien,'' zei Pertini strijdlustig. Hij heeft de volle zeven jaar volgemaakt, meehuilend op begrafenissen, springend van vreugde toen Italië wereldkampioen werd, en hij wilde nog wel een keer. Is het een wonder dat zijn opvolger Francesco Cossiga, die nog geen zestig was toen hij werd gekozen, steeds vaker last kreeg van depressies?

Ook wegens zijn leeftijd is Carlo Azeglio Ciampi, de man die nu woont op het Quirinaal, het presidentiële paleis, de juiste man op de juiste plaats. Hij is 79 jaar. Ciampi heeft kennelijk geleerd van Mao Zedong, die zich liet fotograferen terwijl hij in de grote gele rivier zwom. Bij de fotoreportages over Ciampi zit altijd wel een foto van de president in actie: roeiend op de zee bij zijn buitenhuis in Santa Severa, of daar naar huis fietsend. Wie mocht twijfelen aan de fysieke vermogens van Ciampi, wordt hierdoor gerustgesteld. En natuurlijk rookt Ciampi niet en drinkt en eet hij met mate. Andere oudere Italianen, zoals Tronchetti Provera, de managing director van Pirelli, etaleren hun vitaliteit met een jonge vrouw aan de arm – maar dat is hier zo'n vertrouwd gezicht dat het nauwelijks meer opvalt.

Er is een speciale term om de macht van deze grijze wolven te beschrijven: gerontocratie. Bestuur door de ouderen. Het is een logisch fenomeen in een land dat door statistici is uitgeroepen tot `de oudste natie ter wereld'. Twintig procent van de bevolking is ouder dan 65 jaar. In het jaar 2020 zullen de mannen in Italië gemiddeld 76,5 jaar leven, de vrouwen vier jaar langer.

Maar gerontocratie heeft altijd bestaan. Italianen zijn gewend aan oudere figuren die respect afdwingen. Dat geldt voor grootvader en grootmoeder, centrale figuren in een cultuur waar alles draait om de familie – al speelt de oudere vrouw nog steeds een geringe rol in het openbare leven. Het geldt ook voor de paus. In het katholicisme waarvan de Italiaanse samenleving is doordesemd, is weinig ruimte voor jonge Turken – ook de andere grote ideologie die decennialang Italië heeft beheerst, het communisme, kent natuurlijke zijn politieke aartsvaders.

Maar het heeft niet alleen te maken met natuurlijk respect, maar ook met macht. Het fenomeen past in een economische cultuur waarin een grote rol is weggelegd voor familiebedrijven en de vaders, vaak tot verdriet van hun kinderen, er tot op hoge leeftijd schik in hebben om de baas te blijven spelen, niet gehinderd door aandeelhouders die verjonging en vernieuwing willen. Dit is te vergelijken met de klachten over de babyboomers die na een enerverende protestperiode in de jaren zestig overal machtsposities hebben ingenomen en die niet meer afstaan aan jongere generaties. Alleen gaat het daarbij om veertigers en vijftigers, terwijl het in Italië de zestigers en zeventigers zijn die van geen wijken willen weten.

In veel andere organisaties zie je de macht van ouderen terugkomen. Zo heerst de primario in een ziekenhuis, de belangrijkste specialist, nog steeds als een absolute vorst over zijn eigen afdeling. Een bevriende Italiaanse advocaat vertelde dat zijn vader lichte dementieverschijnselen vertoont, maar met ijzeren hand het advocatenkantoor blijft leiden waar ze samen werken. Bijna nooit hoor je over een bestuurder die is weggewerkt omdat hij te oud was geworden voor zijn werk.

De columnist Curzio Maltese, die in La Repubblica allerlei heilige huisjes omver probeert te halen, heeft vorig jaar dit fenomeen van de gerontocratie tegen het licht gehouden. Hij vindt het logisch dat ouderen zo'n grote rol hebben. Volgens hem is het behalve een kwestie van natuurlijk respect en van macht ook een kwestie van ruggengraat, van karakter. `De Italianen die in de eerste decennia van de eeuw zijn geboren', schreef hij toen, `die zijn opgegroeid tijdens het fascisme en volwassen zijn geworden in de jaren van de oorlog en de tijd vlak na de oorlog, zijn giganten vergeleken met de generatie van hun kinderen en kleinkinderen. Het is geen toeval dat ze nog steeds referentiepunten voor het land zijn en de sleutelposities bezetten in bijna alle sectoren.''

Baronnen

De meeste Italianen hebben geen principiële bezwaren tegen de grote rol van ouderen. Het is een groot voordeel voor het land dat niet iedereen sneuvelt onder de guillotine van de pensioengerechtigde leeftijd. Met zijn weigering om zich in het moeras van de partijpolitiek te begeven, zijn sobere stijl en zijn focus op hoofdzaken is Ciampi een van de beste politici van Italië. Het akkoord dat Paolo Fresco voor Fiat heeft gesloten met General Motors, is een optimale oplossing voor de wens van het bedrijf een sterke partner te vinden en tegelijkertijd zo autonoom mogelijk te blijven. De dagelijkse sobere, vijf minuten durende tv-rubriek Il fatto (het feit) van journalist Enzo Biagi (79 jaar) behoort tot het beste dat de Italiaanse tv te bieden heeft qua informatie. De wekelijkse politieke analyses van Indro Montanelli (90 jaar) in de Corriere della Sera blijven verrassen. Oud-ambassadeur Sergio Romano (71 jaar) heeft zich omgeschoold tot een van de helderste politieke commentatoren.

De machtspositie van de bejaarde mastodonten heeft een keerzijde. Jongeren in Italië dringen nauwelijks door tot topposities in de politiek en het bedrijfsleven. Veel schoolverlaters en afgestudeerden zijn jaren op zoek naar een baan. In het zuiden van het land kan de werkloosheid onder jongeren oplopen tot vijftig procent. Omdat ze geen kans krijgen, omdat de weg naar boven is verstopt. Twee jaar geleden heeft het wetenschappelijke blad Il mulino een onderzoek gepubliceerd naar de leeftijd van de Italiaanse machthebbers. Uitgangspunt daarbij was dat de corruptiezaken die in 1992 op gang kwamen, een uitgelezen kans vormden voor een ingrijpende verjonging. Een groot deel van de leidende klasse raakte in diskrediet en moest worden vervangen.

Die kans is niet benut, schrijven de onderzoekers. De verjonging heeft zich tot bepaalde sectoren beperkt. Het algemene beeld is nauwelijks veranderd. `Wie de baas is in Italië, is altijd een zestiger, meestal een man, met weinig internationale ervaring,' schreven de onderzoekers. Zij constateerden dat alleen het lokale bestuur een ingrijpende vernieuwing te zien heeft gegeven, aangezwengeld door de in 1993 ingevoerde directe verkiezing van de burgemeester. Maar in andere sectoren van het openbare leven overheersen de grijze hoofden.

Een eigen update van de lijst met honderd sleutelposities die is gebruikt voor het onderzoek, laat zien dat er de afgelopen twee jaar op dat gebied weinig is veranderd. Met name bij de banken en in de universitaire wereld zijn het de zestigers die de baas zijn. Heel vaak heeft dat niet zozeer te maken met persoonlijke verdiensten en respect, als wel met de mogelijkheden die het systeem biedt om die machtspositie te verdedigen. De baas beslist over alles. Niet voor niets worden de hoogleraren die de scepter zwaaien over hun faculteit `baronnen' genoemd. Hun bloeitijd, voor zover het macht en prestige betreft, begint pas op hun zestigste.

De gerontocratie wordt mede in stand gehouden doordat de overheidsbureaucratie op alle niveaus is doordrenkt van het principe van de senioriteit. Vaak is dat het belangrijkste en soms zelfs het enige criterium voor personeelsbeleid: de oudsten krijgen het eerst promotie, ieder op zijn tijd. Gekoppeld aan de enorme nadruk op hiërarchie binnen Italiaanse organisaties, heeft dit systeem een desastreus effect op de motivatie van jongeren en op hun mogelijkheden om eigen capaciteiten te laten zien.

Alleen leeftijd is wat mensen scheidt. De ruimte voor doorstroming op basis van kwaliteit is miniem. Een treffend voorbeeld hiervan is het verzet van leraren tegen plannen om de vaardigheden en kwaliteiten van docenten te meten en op basis daarvan verschillen in beloning vast te stellen. Na een storm van protest moest de minister van Onderwijs het plan in de ijskast zetten, en bij de kabinetswisseling vorige maand werd hij geofferd. De leraren moeten wel oordelen over anderen, iedere dag, maar willen zelf niet beoordeeld worden.

Een paar maanden geleden, toen hij nog premier was, hield de linkse leider Massimo D'Alema, een vijftiger, een pleidooi voor snellere generatiewisselingen binnen het openbare leven – al had hij daarmee waarschijnlijk niet zijn eigen aftreden, vorige maand, op het oog. Italië lijdt aan twee kwalen, zei D'Alema toen: mannen en vrouwen die te snel stoppen met betaald werk (mede door de ruime mogelijkheden die de Italiaanse pensioenwetgeving hiervoor biedt) en daardoor een zware druk leggen op premies en pensioenen, en politici die te laat met pensioen gaan. Misschien was het dit fenomeen waarop oud-premier Giulio Andreotti, een tachtiger die nog volop meedraait, doelde met zijn gevleugelde uitspraak: `De macht verslijt alleen degene die hem niet heeft.'

De noodzaak van vers bloed, nieuwe ideeën, een modernere leidende klasse is een thema dat voortdurend terugkomt. Maar de weerstand van het systeem is taai. De staatsomroep Rai, een enorme moloch die alle ziektes van een staatsbedrijf in zich draagt, probeert het in de huisstijl op te lossen, dat wil zeggen: bureaucratisch. Na lange discussies is dit voorjaar een verdeelsleutel opgesteld voor promoties. Van de nieuw te benoemen kaderleden moet voortaan ten minste zeventig procent jonger zijn dan 45 jaar. Voor vijftigplusser blijft slechts tien procent van de beschikbare promoties over. Het is een paardenmiddel om nieuw leven in te blazen bij een bedrijf waar de gemiddelde leeftijd vijftig jaar is: ook daarom heeft de Rai zo'n moeite om te concurreren tegen de jongens en meisjes van de commerciële zenders van mediamagnaat en oppositieleider Silvio Berlusconi.

Deze vorm van positieve discriminatie zal onvermijdelijk een stuk onrecht met zich meebrengen – als ze daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Maar het zou nog onrechtvaardiger zijn een situatie te laten voortbestaan waarin honderdduizenden mensen met ambitie van onder de veertig jaar te horen krijgen dat ze geduldig moeten zijn, dat hun tijd nog wel komt. Als Italië zich een toekomst wil scheppen, kan het niet alleen maar in het verleden blijven leven.

In het zuiden van het land loopt de werkloosheid onder jongeren op tot vijftig procent

    • Marc Leijendekker