Gouden zet zwembond met keuze stichting topsport

Achter de schermen praten verschillende partijen en belanghebbenden al maanden over verdere professionalisering van het Nederlandse topzwemmen. Een tussenstand.

Hoe nu verder met het Nederlandse topzwemmen? Een of meerdere commerciële ploegen die na de Olympische Spelen, in navolging van de schaatsers, alle banden met de bond verbreken? Of een bundeling van krachten onder de vlag van een stichting, die daartoe door de zwembond speciaal in het leven is geroepen? Hoewel geen van de betrokkenen tot dusverre hardop een antwoord heeft willen en durven geven, lijkt de laatste optie verreweg de meeste kans van slagen te hebben.

Achter de schermen praten en filosoferen de verschillende belanghebbenden – de Nederlandse zwembond (KNZB), potentieel geïnteresseerde sponsors, NOC*NSF en deskundigen op het gebied van sportmarketing – al maanden over een verdere professionalisering van het topsportmodel. Maar concrete plannen hebben die gesprekken tot dusverre niet opgeleverd. Ruim vier maanden voor het begin van de Olympische Spelen bestaat daarom nog altijd geen duidelijkheid over de te volgen koers na `Sydney'.

Het enig tastbare resultaat is de goedkeuring die de algemene ledenvergadering van de KNZB vorige maand verleende aan de sectie topsport om verder te gaan met de voorbereidingen van de oprichting van de Stichting Topsport Zwemmen (STZ). Dat model geniet al langer de voorkeur en is afgekeken van onder meer het volleybal: twee min of meer zelfstandige organen, waarbij de ene partij (Top Volleybal Nederland) de topsport voor zijn rekening neemt, en de andere (Nederlandse Volleybal Bond) vooral belast is met de breedtesport.

De voordelen van een dergelijke scheiding zijn legio. Voor de topsportafdeling betekent het een kortere, meer flexibele overlegstructuur. Zo hoeft met ingang van 1 januari, de beoogde startdatum van de STZ, bijna geen enkel voorstel meer ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering van de KNZB. Trainers en coaches krijgen in de nieuwe opzet bovendien ruimere bevoegdheden, terwijl de stichting verder de mogelijkheid heeft om zelfstandig sponsors te werven en zwemmers mogelijk zelfs in dienst te nemen. Ook de zwembond is beter af. Een afsplitsing betekent dat de begroting in de toekomst minder kwetsbaar is.

Met de stichtingsvariant borduurt de zwembond voort op het succesmodel van de Stichting Topzwemmen Zuid-Nederland – de motor achter de recente zwemsuccessen in het algemeen en die van PSV uit Eindhoven in het bijzonder. Bovendien neemt de KNZB met het initiatief een voorschot op de verhoogde marktwaarde, die een succesvol optreden op de Olympische Spelen in Sydney naar verwachting met zich mee zal brengen.

Het is in velerlei opzichten een gouden zet. Met de oprichting van een eigen stichting heeft de KNZB het initiatief in eigen hand gehouden. Commerciële avonturiers is op voorhand de wind uit de zeilen genomen. In plaats van sponsors af te schrikken met allerlei eisen en voorschriften, heeft de bond, in de persoon van technisch coördinator Ad Roskam, juist de voordelen van een samenwerking benadrukt: de KNZB staat garant voor expertise, topsportgelden via de sportkoepel NOC*NSF en een constante instroom van talent.

In die zin heeft het zwemmen, van oudsher een sport met een overleg-cultuur, dankbaar gebruik gemaakt van de lessen uit het schaatsen. Het gesteggel en de versplintering rondom de ijsbaan onderstreepten de noodzaak van constructief overleg. ,,We moeten voorkomen dat het zwemmen dezelfde kant opgaat als het schaatsen'', herhaalde Roskam vorige maand nog maar eens.

Ook Patrick Wouters, manager van de Europees kampioenen Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn, voelt veel voor een samenwerking onder de vlag van de KNZB. ,,De stichting is een goede en gezonde basis om verder op te bouwen. Alle partijen zitten van meet af aan op één lijn, en dat zal vermoedelijk ook wel zo blijven. We proberen elkaar te versterken in plaats van elkaar de loef af te steken. Dat heeft ook geen zin, want we moeten wel reëel blijven: zwemmen is natuurlijk geen voetbal of schaatsen.''

Wouters' woorden staan haaks op de bange vermoedens die een aantal critici de voorbije maanden uitsprak. Naar verluidt zou Wouters, de man achter de eerste commerciële schaatsploeg (de Sanex-formatie rondom kopman Rintje Ritsma), dezelfde aspiraties koesteren in het zwemmen. Dat vermoeden werd versterkt toen de `zeepfabrikant' zich onlangs terugtrok uit het schaatsen. Volgens de critici zou het voor de hand liggen dat Sanex haar naam nu aan het zwemmen – een jonge, frisse en dynamische sport immers – wil verbinden. Maar Wouters weersprak die suggestie gisteren. ,,Ik acht die kans niet groot.''

Vraag is of een commercieel avontuur los van de bond überhaupt enige kans van slagen heeft. Zwemmen is en blijft, alle successen ten spijt, een sport met geringe commerciële potenties. Het aantal televisie-minuten is beperkt. Daar hebben Pieter van den Hoogenband, Marcel Wouda en al die anderen de laatste jaren niets aan kunnen veranderen.

Halfontblote zwemmers hebben bovendien nauwelijks mogelijkheden de naam van een merk of een bedrijf uit te dragen. Die conclusie zullen potentiële sponsors de afgelopen maanden ongetwijfeld ook hebben getrokken. Al biedt de meest recente vondst, de neck-to-the-ankles-pakken, nieuwe perspectieven. Ook voor de Nederlandse zwembond.

    • Mark Hoogstad