Gevaren van vrede 4

Toen ik Kaplans boek Reis naar het einde der aarde (1995) gelezen had, was ik diep onder de indruk. Hij gaf aan dat een land zich alleen kan ontwikkelen als ze voldoende culturele bagage heeft.

Hij voorspelde welke landen het zullen redden (Iran, Turkije) en welke niet (Sierra Leone, veel Zuid-Russische staten). Zijn voorspellingen lijken uit te komen, en dat dwingt respect af. Maar de onzin die in zijn nieuwste boek staat, doet het ergste vrezen over Kaplans geestelijke vermogens. Zijn motto blijkt nu dat af en toe een oorlog je scherp houdt en dat vrede slechts slappe leiders voortbrengt.Wereldvrede moet volgens Kaplan geen doel zijn, omdat daarvoor alle principes overboord moeten. Tussendoor strooit hij nog wat losse stellingen rond: geen bezuiniging op het leger, omdat dan gewelddadige elementen hun heil elders zoeken. En de VS moeten de VN overnemen om zo Amerikaanse en westerse belangen veilig te stellen.

Wat een griezel is Kaplan geworden. Waarom zou wereldvrede niet het doel van de wereldpolitiek mogen zijn? Voor dat doel hoef je je principes toch niet overboord te gooien. Geloven dat de wereldgeschiedenis bepaald wordt door cyclische bewegingen (op oorlog volgt vrede en op vrede oorlog) is ontkennen dat de toekomst beter kan zijn dan het verleden. En ontkennen dat je kunt leren van fouten uit het verleden.

Er is wel degelijk hoop voor de toekomst. Wij zijn steeds beter in staat vroegtijdig sociale en politieke spanningen te herkennen, te beheersen en te elimineren. Mogelijk is dat zelfs een trendbreuk in de wereldgeschiedenis. In ieder geval zijn er effectievere bijscholingen voor politici te bedenken dan oorlog voeren.