Geen leven in de kampen van Burundi

Sinds oktober vorig jaar houdt de Burundese regering 350.000 burgers geïnterneerd, onder erbarmelijke omstandigheden. De mensen durven de kampen niet meer te verlaten. Ze zijn bang te worden vermoord.

Drie gedroogde vissenkoppen op een wankel tafeltje. Daarvoor tientallen hongerige mensen, gehuld in grauwe doeken. Boven hun hoofd zindert de zon. Niemand dringt, niemand schreeuwt. Iedereen wacht gelaten op zijn beurt. In dertig seconden heeft de visverkoper zijn waren gesleten. Drie vrouwen schuifelen verheugd met hun maaltijd voor die dag terug naar hun hutjes; de overigen kijken verdwaasd om zich heen, voor ze zich verspreiden over de kaalgetrapte heuvel. Voor hen geen eten vandaag, net zoals voor de overige 10.000 bewoners van Nyamuzi.

Het `camp de regroupment' (hergroeperingskamp) Nyamuzi of `site de securité' (veiligheidskamp) zoals de Burundese regering het eufemistisch omschrijft, ligt hoog in de bergen, een uur gaans van de hoofdstad Bujumbura. De weg er naartoe is vergeven van de militairen. Ze hangen landerig tegen de tientallen ruïnes van huizen en kerken. Geen woning staat in deze omgeving nog overeind. Akkers zijn al maanden niet bewerkt. De bevolking – ruim 350.000 mensen – is samengedreven in ruim vijftig kampen, zoals Nyamuzi.

Burundi, in het hart van Afrika, verkeert in oorlog, al jaren. Hutu-rebellen bevechten Tutsi-militairen. Maar het is vooral de burgerbevolking die het slachtoffer is van de strijd. Het slagveld concentreert zich in de grensstreek met Tanzania en op een tientallen kilometers brede zone rond Bujumbura. Hier is niemand veilig, dagelijks vinden mensen de dood door guerrilla-aanvallen van de rebellen en represailles van het leger.

In oktober vorig jaar, toen het geweld plotseling escaleerde, dwong de regering de honderdduizenden bewoners van deze streek Bujumbura-Rural, hun huizen te verlaten en verplichtte hen zich te vestigen op de kale heuveltoppen. ,,Voor hun eigen veiligheid'', verdedigt de minister voor Vluchtelingenzaken, Gérard Languide, dit beleid. ,,In de kampen kunnen wij de burgers bewaken tegen aanvallen van rebellen.''

,,De bewoners hebben geen keus'', reageert Pie Ntakarutimana van de grootste mensenrechtenorganisatie Iteka. ,,Als ze zich buiten de kampen begeven, worden ze automatisch aangezien voor rebellen en door de soldaten doodgeschoten.'' Iteka vindt dat er een eind moet komen aan de gedwongen opsluiting van onschuldige mensen en voelt zich daarin gesteund door de internationale gemeenschap die pleit voor opheffing van de kampen. Ook de Zuid-Afrikaanse oud-president Nelson Mandela, die bemiddelt tussen de strijdende Burundese partijen, heeft opgeroepen de vreselijke situatie in de kampen te beëindigen.

Als gebaar van goede wil beloofde de Burundese president Pierre Buyoya de ontmanteling van de kampen. Maar bij de eerste pogingen om de mensen te bewegen terug te keren naar huis, kwam er verzet uit onverwachte hoek. De bewoners weigerden terug te keren. ,,Omdat ze bang zijn vermoord te worden door rebellen'', zegt minister Languide. ,,Omdat ze bang zijn vermoord te worden door soldaten'', reageert Fabien Segatwa, prominent advocaat in Burundi, tevens lid van de grootste Burundese Hutu-partij, Frodebu.

,,Waar moeten de mensen naar terug?'', vraagt mensenrechtenactivist Ntakarutimana retorisch. ,,Hun huizen zijn verwoest, door rebellen of soldaten. Hun akkers zijn al maanden niet bewerkt en dus overwoekerd. De mensen hebben thuis geen toekomst. Maar in de kampen hebben ze geen leven.''

Nyamuzi is een gruwelijke krottenwijk in een schitterend landschap. Het kamp kijkt uit over glooiende, groene heuvels. In de diepte is het idyllische Tanganyika-meer te zien, waar Stanley ooit Livingstone ontmoette en dat te boek staat als de bron van de Nijl. Aan de bewoners van Nyamuzi is die paradijselijke omgeving niet besteed. Het kamp is opgebouwd uit duizenden haastig in elkaar gezette lemen hutjes, afgedekt met bananenbladeren.Er hangt een verstikkende rook van kookvuurtjes. Afvalwater van de latrines stroomt rechtstreeks naar de enige schone waterput van het kamp.

,,Omdat de mensen geen voedsel mogen verbouwen, zijn we aangewezen op hulp van buiten'', zegt Patrick Sebudandi, die zijn functie als `chef de zone' (een soort onderburgemeester) probeert waar te maken. Hij is net zoals zijn kampgenoten gehuld in grauwe vodden. ,,Sinds we op 13 oktober vorig jaar onze huizen hebben moeten verlaten, hebben we geen schone kleren meer aangehad'', zegt hij.

Hij gaat voor door de nauwe steegjes in het kamp. Even daarvoor heeft hij toestemming gevraagd aan de militairen die buiten het kamp over de veiligheid waken. De blanke meneer mocht mee, op eigen risico. De soldaten bleven waar ze waren. ,,Het kamp is vergeven van de rebellen, die zijn geïnfiltreerd in de bevolking'', zal mensenrechtenactivist Ntakarutimana later zeggen. ,, Er zijn gebieden rond dat kamp waar de militairen niet durven te komen, uit angst voor Hutu-guerrillastrijders.''

Onderburgemeester Sebundandi beaamt dat. Hij wijst naar de struiken diep onder het kamp en zegt: ,,De rebellen schuilen daar in ondergrondse hutten.'' En vervolgens met een hoofdknik naar boven: ,,En daar zitten de soldaten. Als ze willen, kunnen ze naar elkaar zwaaien.''

In Nyamuzi is een tekort aan voedsel, onvoldoende water, geen hygiëne, geen verzorging, geen school. Er zijn wel epidemieën, schrijnende ondervoeding, tiranniserende criminaliteit, wrede verkrachtingen en een verlammende uitzichtloosheid. De bevolking lijkt uitsluitend te bestaan uit bejaarden, vrouwen en kinderen. Jonge mannen worden opgepakt als potentiële rebellen.

De Nederlandse hulporganisatie Memisa heeft een kliniekje ingericht voor noodhulp: de ernstigste zieken mogen op een enkele brancard van bamboetakken uitrusten. Minister Languide: ,,Wij hebben een dringend beroep gedaan op de internationale gemeenschap om te helpen. Want ook wij vinden de situatie in de kampen onhoudbaar en onleefbaar.''

Maar de internationale hulporganisaties twijfelen erg. ,,Wij willen niet meewerken aan een politiek van de regering die haaks staat op de meest elementaire vormen van humaniteit en mensenrechten'', zegt Emmanuel Goue van Artsen zonder Grenzen België/Zwitserland. AzG werkt daarom niet in de kampen, behalve in noodgevallen zoals tijdens een cholera-epidemie begin van dit jaar. Andere organisaties beperken hun hulp tot een minimum.

Boven de bergen van Nyamuzi barst een onweer los, zoals praktisch elke dag in dit seizoen. Een tropische waterval overspoelt het kamp, sleurt hutjes mee en verandert paden in modderstromen. Mensen schuilen vergeefs onder plastic zeiltjes, wachtend tot het noodweer voorbij is. In het kolkende water drijft een vissenkop.