EIDEREENDEN STERVEN HONGERDOOD DOOR ARMETIERIGE KOKKELS

Op dit moment zitten gezonde eidereenden in voorjaarsgroepjes schijnbaar genoeglijk te knorren en koeren achter de duinranden. Maar de gelederen van deze karakteristieke, forse wadvogels zijn in de afgelopen jaren flink uitgedund. En de afgelopen maanden is de sterfte in de Nederlandse Waddenzee extra indrukwekkend, met naar schatting twintigduizend vogels die ernstig verzwakt zijn gestorven. Op de eilanden is al een exodus van deze schelpdiereters uit zee geconstateerd. De `eiders' lopen het binnenland in om zich stilletjes in een greppel of duinpan terug te trekken. De oorzaak voor de achteruitgang is waarschijnlijk een tekort aan voedsel door de mechanische schelpvisserij.

Onderzoeker Kees Camphuysen van de Nederlandse Zeevogelgroep meldt hierover: ``De symptomen zijn al maanden eenduidig. Grote aantallen eidereenden waggelen verdwaasd rond op het strand, op kwelders en langs dijken. De eenden zijn gemakkelijk te benaderen en wanneer zo'n groep tenslotte op de vlucht slaat blijven steevast enkele exemplaren achter die gewoon opgeraapt kunnen worden. De vluchters blijken niet te kunnen vliegen, de opgeraapte vogels zijn letterlijk vel over been. De borstbeenkammen priemen door de borst heen en de meeste vogels hebben een veel te laag lichaamsgewicht – ongeveer 40% van hun normale.''

De Nederlandse `Eiderindex' ziet er slechter uit dan ooit, een enkel extreem `oliejaar' buiten beschouwing gelaten. De hoge dichtheden dode Eidereenden in het Waddengebied gevonden is vier maal hoger dan gebruikelijk. Het sterfte-incident heeft zich inmiddels tot de Duitse Waddenzee uitgebreid. Gevonden eiders zijn vrijwel alle zwaar geïnfecteerd met venijnige darm- en maagparasieten. Vrijwel alle gevonden vogels zijn onvolwassen, maar er is een kleine toename van volwassen vogels. De seksratio is op veel plaatsen volkomen scheef, met op Vlieland bijvoorbeeld driekwart mannetjes. Volwassen vrouwtjes waren, met nog geen vier procent, het zeldzaamst.

Eind april kwamen onderzoekers uit Nederland en Duitsland bij elkaar om de sterfte te evalueren. Het ging vooral over de hoeveelheid kokkels en mossels in de Waddenzee, maar ook de kwaliteit van de beschikbare prooidieren. Camphuysen hierover: ``Schelpdiereters als de eidereend slikken schelpen in zijn geheel in, om ze met de krachtige spiermaag te kraken. Zulke prooien bevatten, behalve uiteraard de schelpen, ook veel koud zout water, waardoor het feitelijk armetierig voedsel is. Eidereenden moeten een goede kwaliteit schelpen selecteren – gezien de hoeveelheid vlees in verhouding met die van schelp en water – om in leven te kunnen blijven. Het is goed mogelijk om een eidereend te laten verhongeren bij een ongelimiteerd aanbod suboptimale schelpdieren.''

De parasietinfectie is vermoedelijk slechts een bijverschijnsel. De totale vermagering wijst op verhongering door voedselgebrek. Competitie van eiders op de schaarse voedselvoorraden, in combinatie met de voortdurende verstoring van eenden bij mosselpercelen, kan leiden tot chronische stress. Een aanhoudend hoge corticosteronspiegel leidt tot aantasting van het immuunsysteem, waardoor de vogels vatbaar worden voor ziektes en parasieten. De hoog opgelopen competitie om schaars voedsel wordt vermoedelijk weerspiegeld door het verschijnsel dat aanvankelijk vrijwel alleen onvolwassen vogels werden getroffen.

De eidereenden kun je geen ongeremde aantalstoename verwijten. Blijft over: de rol van de mechanische schelpdiervisserij in het Waddengebied. Vogelbescherming Nederland wijst erop dat de intensiteit van de mechanische schelpdiervisserij niet strookt met de eerder gemaakte natuurbeschermingsafspraken, en heeft aangedrongen op stopzetting.