DE CHRONISCHE ONVREDE VAN EEN LOCAL HERO

Zelfs als Feyenoord zich morgen in het duel met FC Twente plaatst voor de voorronde van de Champions League, kijkt Kees van Wonderen (31) terug op een even turbulent als frustrerend seizoen. ,,Ik had zo weinig plezier in het voetbal dat ik zelfs heb overwogen te vertrekken bij Feyenoord.''

Zo diep zit het ongenoegen bij Kees van Wonderen over de stagnerende progressie van Feyenoord dat de 31-jarige middenvelder een indringend gesprek heeft gevoerd met technisch-directeur Rob Baan en voorzitter Jorien van den Herik. Binnenskamers luchtte hij zijn hart om een noodkreet te doen verstommen tot een gedempt geformuleerd verzoek om Feyenoord zowel op als buiten het veld de allure van een topclub te geven. Sinds zijn debuut bij de Rotterdamse voetbalclub in 1996 worstelt Van Wonderen met een onvervuld verlangen, dat na het vertrek van coach Leo Beenhakker niets aan intensiteit heeft ingeboet.

Misschien is de sierlijke voetballer te bescheiden gebleven. De in Bennekom opgegroeide Kees van Wonderen is geen man van grootse gebaren, hij is niet de klokkenluider die vermeend onrecht openlijk aanklaagt. Tot hij op een dag bij zichzelf ontdekte dat het spelplezier verdwenen was – daar konden ook de successen van Feyenoord in de Champions League niets aan veranderen. Toen was een innerlijk debat niet langer voldoende om hem van zijn frustraties te bevrijden. ,,Mijn ongenoegen belemmerde me in mijn spel'', vertelt Van Wonderen in de perskamer van de Kuip.

,,Het water stond me aan de lippen. Ik besef dat Feyenoord niet over de financiële middelen beschikt om grote aankopen te doen. Maar ik vind wel dat het bestuur een visie kan ontwikkelen, waaruit blijkt dat we één van de grootste clubs in Nederland zijn. Ik had vier jaar geleden grote verwachtingen van Feyenoord. Maar er gebeurden hier dingen waarvan ik dacht: `ik snap niet dat zoiets bij deze club mogelijk is'. Ik had verwacht dat er strengere richtlijnen zouden gelden ten aanzien van het gedrag van de spelers. Dat viel me tegen.''

Als Van Wonderen zachtjes mijmert over de schoonheid van het voetbal trekt hij in gedachten het shirt van Valencia aan, om zich vervolgens weer haastig in het rood en wit van zijn club te hullen. Laten de mensen vooral niet denken dat Van Wonderen Feyenoord wil afvallen. Hij wil zijn ploeg juist verheffen tot een sprankelend gezelschap dat wekelijks het publiek vermaakt. Een woord kan snel verkeerd vallen, beseft Van Wonderen. Sommige medespelers zijn in het verleden al eens bedreigd door de achterban. En zijn ploeggenoot Jean-Paul van Gastel werd zelfs in de Kuip verketterd, omdat hij Feyenoord in een kwaad daglicht zou hebben gebracht.

Vlak voor de cruciale ontmoeting met FC Twente voor een plaats in de voorronde van de Champions League wenst Van Wonderen geen herhaling van het domino-effect na een interview voor de wedstrijd tegen Chelsea. Toen werd oude kritiek van Konterman, Van Gastel en Van Wonderen door het blad Sportweek van een nieuw verflaagje voorzien en handig getimed naar buiten gebracht. Coach Beenhakker reageerde als door een adder gebeten en noemde Konterman en Van Gastel ,,verraders''. Maar hij ging voorbij aan de essentie van de onvrede bij de spelers, die zich niet langer herkenden in de speelstijl van Feyenoord.

Opgekropte woede balde zich bij Kees van Wonderen samen na het duel bij RKC, de één na laatste wedstrijd onder leiding van Beenhakker. ,,Ons slechte spel was geen incident'', zegt hij nu. ,,Die wedstrijd was maatgevend voor de vier jaar, dat ik nu bij Feyenoord zit. Dat vond ik zo frustrerend! Toen ik van NAC naar Feyenoord ging, werd mij voorgehouden dat de club in een moeilijke fase zat en dat ze moesten bouwen aan een nieuw elftal. Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat Feyenoord de club is die het hoort te zijn. Sinds de wedstrijd tegen RKC is er niet veel veranderd. Maar op dit moment tellen alleen de resultaten. Daarom was de ontlading bij mij zo groot, toen ik tegen De Graafschap de beslissende pass op Julio Cruz gaf. We hadden een einde gemaakt aan een negatieve reeks. Ik voelde meteen dat het een cruciale wedstrijd was. Goed spelen was allang niet meer belangrijk. Alleen de punten tellen nu.''

Samen met de `dissidenten' Konterman en Van Gastel gaf Van Wonderen eind vorig seizoen signalen af, dat Feyenoord zich moest versterken om behalve effectief ook aantrekkelijk voetbal te kunnen demonstreren. ,,We hebben aangegeven dat het kampioenschap mooi was, maar dat de club ook moest kijken hoe we kampioen zijn geworden. Zeg dan niet: `we houden het elftal bij elkaar', maar probeer het te versterken. Soms moet je daarvoor één speler verkopen om er zes te kunnen halen. Feyenoord had bijvoorbeeld kunnen besluiten het aanbod van AS Roma voor Jean-Paul van Gastel te accepteren. Ik begrijp dat Feyenoord hem met het oog op de Champions League wilde behouden. Maar met de miljoenen uit een mogelijke transfer van Jean-Paul had de club de spelersgroep van nieuwe impulsen kunnen voorzien.''

Hoewel Van Wonderen na vijf interlands definitief uit beeld lijkt bij het Nederlands elftal (,,Ik heb respect voor de beslissing van de bondscoach dat hij spelers met andere kwaliteiten kiest voor het EK, want ik ken mijn beperkingen'') werd de onvrede bij de vedetten van Feyenoord juist gevoed door hun ervaringen bij Oranje. ,,We kwamen in een heel andere wereld terecht'',stelt Van Wonderen. ,,Met spelers die hun sport allemaal op een intense manier beleven. Ook tijdens de trainingen van het Nederlands elftal druipt bij de internationals de wil om te winnen ervan af. Het verschil met de trainingen bij Feyenoord is enorm.

,,Die confrontatie sterkte mij in het idee dat de lat bij Feyenoord veel hoger moet worden gelegd. De spelers moeten voldoen aan bepaalde eisen die bij een club met de status van Feyenoord past. Ze moeten de intentie hebben zich telkens te willen verbeteren. Dat miste ik. Dat heb ik Beenhakker ook aangegeven. Maar hij verklaarde tegenover de media dat we dan maar een contract moesten tekenen bij het Nederlands elftal en niet bij Feyenoord. Dat is flauw, daarmee negeerde Beenhakker onze signalen. Hij kon er blijkbaar niks mee.''

Spottend noemde de inmiddels opgestapte Beenhakker spelers als Konterman, Bosvelt, Van Gastel en Van Wonderen local heroes, die van kleine clubs kwamen en bij Feyenoord het Nederlands elftal hadden bereikt. Van Wonderen: ,,Beenhakker wilde daarmee zeggen dat we ons succes aan Feyenoord hadden te danken en dat het dus niet zo slecht was bij de club als wij veronderstelden. Dat vond ik een te simpele conclusie.''

Het gesol met de aanvoerdersband bij Feyenoord – zelfs reservespeler Igor Korneev mocht zich een keer aanvoerder noemen – illustreerde het gebrek aan harmonie in de selectie. Al voert Van Wonderen slechts persoonlijke motieven aan voor zijn besluit niet langer de captain te willen zijn. ,,Ik heb die band ingeleverd na de winterstop, omdat een hoop dingen me irriteerden. Dat had niets te maken met solidariteit ten opzichte van Konterman en Van Gastel. Beenhakker ontnam hen het recht om aanvoerder te zijn en verzocht mij die band te dragen. Dat heb ik tot de winterstop ook gedaan. Maar ik kon voor mijn gevoel geen aanvoerder zijn, terwijl ik zo ontevreden was.

,,Beenhakker heeft het voor kennisgeving aangenomen. Hij vroeg me wel of het nog te maken had met de commotie rond dat interview in Sportweek. Dat was het niet. Het lag ook niet direct aan mijn medespelers. Het voornaamste punt was dat ik geen plezier meer had in mijn werk. Ik reed met de pest in mijn lijf naar de Kuip, hoewel ik Feyenoord nog steeds een fantastische club vind. De onvrede zat zo diep dat ik zelfs heb overwogen te vertrekken bij Feyenoord, terwijl ik helemaal niet weg wil. Waar had ik trouwens heen gemoeten? Ik sta nog twee jaar onder contract bij Feyenoord en ik heb nimmer een club in het buitenland geambieerd.''

Van Wonderen zat vooral zichzelf in de weg, op zoek naar de ideale balans die hij ooit bij NAC had gekend. ,,In mijn eerste jaar bij NAC had ik Ronald Spelbos als trainer. In mijn optiek was alles wat daarna kwam anders, maar vooral een stuk minder. Ik heb veel gehad aan Spelbos. Zijn trainingen waren altijd op het scherpst van de snede. Hij vond dat zijn spelers honderd procent moesten geven, anders konden ze wat hem betreft net zo goed in de kleedkamer blijven. Spelbos zat er ook bovenop, hij zag werkelijk alles. Hij legde de lat zo hoog dat je voortdurend aan jezelf moest werken. Dat jaar heeft mij het meeste gevormd als voetballer.

,,Haan en Beenhakker hadden een andere benadering. Onbewust ging ik hun trainingen steeds terugkoppelen naar mijn verleden bij NAC en bedacht ik me hoe het zou kunnen zijn. Dat gaat aan je vreten. Maar ik wil de zwarte piet niet bij Haan en Beenhakker leggen. Misschien heb ik het mezelf wel te mooi voorgespiegeld bij Feyenoord en zijn mijn ambities niet reeël. Dat kan ik slechts mezelf verwijten. Mijn probleem is dat ik me erger als ik mijn vak niet zo kan uitoefenen als ik dat zou willen. In feite wil ik dat iedereen zijn sport net zo bedrijft als ik en dat roept automatisch conflicten op, vooral bij mezelf.

,,Ik kan me gewoon niet voorstellen dat een speler bij Feyenoord een andere drive heeft dan ik, want het draait toch vooral om de instelling. We hebben in de groep wel eens gesproken over de bezieling van Ruud van Nistelrooij. Ook als Ruud bij een 4-1 voorsprong al twee keer voor PSV had gescoord, was hij ontevreden over zichzelf als hij de kans op een derde doelpunt had verprutst. Van Nistelrooij straalt de wil uit om optimaal te presteren. Dat zou ik ook zo graag zien bij Feyenoord, want ik vind niet dat we al aan onze top zitten.''

Slechts in een korte fase van het seizoen zat Van Wonderen goed in zijn vel. Nadat hij ternauwernood was hersteld van een infectie na een operatie aan de buikwand, liep hij in oktober een liesblessure op. Geforceerd werkte Van Wonderen aan zijn herstel, zichzelf wegcijferend voor een team dat in de nationale competitie een karikatuur was van de stuntploeg uit de Champions League. En zelfs `lelijk winnen' werd een kwelling voor Van Wonderen, die onbewust in de spiegel van zijn jeugd keek. Als kind werden de ambities van Van Wonderen geremd door fysieke ongemakken. Hij kampte met groeistoornissen en dreigde weg te kwijnen in het derde elftal van de amateurs van Bennekom.

En net als nu bij Feyenoord kon Van Wonderen de hem opgelegde beperkingen niet accepteren. ,,Ik was behoorlijk getalenteerd, maar ik bleef fysiek achter bij mijn leeftijdsgenoten'', herinnert hij zich als de dag van gisteren. ,,Ik was te klein en dat gaf thuis natuurlijk enorme spanningen. Als kind ben je nu eenmaal kwetsbaar. Ik was niet gelukkig met mezelf en daardoor ook niet met anderen in mijn omgeving. Mijn ouders hebben me gelukkig geweldig opgevangen. Zij hebben me telkens een duwtje in de juiste richting gegeven. Pas op mijn achttiende begon ik te groeien. Toen heb ik bij NEC toch nog mijn profcarrière gestalte kunnen geven.

,,Ik heb uiteindelijk mijn voordeel uit een nadeel gehaald, zoals Cruijff dat zegt. Ik ben sterker uit die periode gekomen. Al heb ik me met mijn vader wel eens afgevraagd wat ik als profvoetballer had kunnen bereiken, wanneer ik me als kind normaal had kunnen ontwikkelen. Maar het gevoel van toen is onveranderd gebleven. Ik ben al eerder tot de conclusie gekomen dat ik niet met onvrede kan omgaan. Maar ik heb er niks van geleerd. Ik heb dit seizoen maandenlang gefrustreerd rondgelopen. Ik ben nu eenmaal zo gedreven dat ik snel mijn kop stoot, want ik kan niet berusten in de gedachte dat we middelmaat accepteren als het beter kan.''