`De Akademie moet controversiële uitspraken durven doen'

De wetenschap bekleedt in ons land een margimale positie, vindt prof.dr. R.S. Reneman, president van de Akademie van Wetenschappen. `De Akademie moet naar buiten om indringende ontwikkelingen in de samenleving goed te begeleiden.'

`DE AKADEMIE is heel lang een wat in zichzelf gekeerd college van zeer geleerde mensen geweest. Maar de laatste jaren proberen we toch duidelijk meer naar buiten te treden, willen we ons sterker bemoeien met de omgeving. Die lijn zou ik graag sterk willen door trekken. Ik vind dat de Akademie zijn onafhankelijke positie beter moet gebruiken. Wij mogen niet zwijgen maar moeten, in het belang van de wetenschap, uitspraken durven doen, ook als ze controversieel zijn. We moeten veel meer aan de samenleving kenbaar maken wat de ontwikkelingen in de wetenschap zijn, bijvoorbeeld op het terrein van voedsel en veiligheid. Door aan te sluiten bij het dagelijks leven van de mensen creëer je een draagvlak.''

Op een terras tegenover Kasteel Heeze, waar boterbloemen de weideveldjes geel kleuren, uit prof.dr. R.S. Reneman, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, zijn ontevredenheid over het maatschappelijk aanzien dat de wetenschap in Nederland geniet. Het is woensdagmiddag, zojuist hebben we de laatste eer bewezen aan Hendrik Casimir, internationaal befaamd fysicus, Philips-topman en van 1973 tot 1978 de eerste KNAW-president. In de verte rommelt de donder, straks zal het noodweer losbarsten. ``In een samenleving als de onze, die sterk door wetenschap wordt gedomineerd, is dat lage aanzien merkwaardig'', zegt Reneman. ``Het nuttigheidsdenken staat bij ons voorop, wetenschap is niet in onze cultuur verankerd. We zijn handelaren, vandaag investeren en morgen rendement. Lange termijn-wetenschap past niet in zo'n visie. Tegelijk spannen wetenschappers zich te weinig in de samenleving van het nut van hun arbeid te overtuigen.''

In Den Haag regent het miljardenmeevallers. Waarom lukt het niet de wetenschap in die weelde te laten delen?

``Goeie vraag. We zijn nu anderhalf jaar hard bezig om de politiek te benaderen. Niet alleen de minister maar ook de Kamerleden, de fractievoorzitters en de specialisten. Binnenkort gaan we weer met de fractievoorzitters uit eten en iedere keer leggen we ze uit wat het belang is van wetenschap. Minister Hermans is goed begonnen, zijn idee om samen met het veld aandacht te vragen voor wetenschap betekende een trendbreuk. Maar in de miljardendans komt hij er weinig aan te pas. Men doet in Zoetermeer fantastisch over een correctie op het budget als gevolg van de toenemende studentenaantallen, maar dat is achterstallig onderhoud. Meer dan 30 miljoen nieuw geld voor wetenschappelijk onderzoek zit er niet in.''

Faalt de lobby?

``In het kabinet overheerst het nuttigheidsbeginsel, er is geen oog voor de lange termijn. Amerika investeert enorm in biotechnologie en in bio-informatica, dat gaat razendsnel. Daar leeft veel sterker dan hier dat kennis bijdraagt aan economische groei en welvaart. Wij lopen daarbij achter. Met een minister voor coördinerend wetenschaps- en technologiebeleid — eentje met budget — zou je het misschien beter op de kaart krijgen. OC&W en de vakministers waren aardig op weg om tot een gezamenlijk beleid te komen. Maar als het puntje bij paaltje komt en er miljarden te verdelen zijn, trekken ze zich allemaal terug op de eigen prioriteiten. Wetenschap en technologie loopt niet als gedachte dwars door de ministeries heen. We moeten het nog meer voor het voetlicht brengen. Fundamenteel onderzoek heeft voor talloze doorbraken gezorgd, en vaak is er sprake van serendipiteit. Mobiel telefoneren kan dankzij wetenschap. En om bij mijn eigen vakgebied te blijven, het onderzoek naar hart- en vaatziekten: in de jaren zestig ging 30 à 35 procent van de mensen dood na een hartklep-operatie, nu is dat maar een paar procent. Vorderingen in wetenschap en technologie hebben dat mogelijk gemaakt.''

Kan contractonderzoek, dat nu gemiddeld zo'n 30 procent van het budget uitmaakt, de nood verhelpen?

``Zeker, als het maar past binnen de missie van de onderzoeksgroep. Ik ben een groot voorstander van contractonderzoek en heb als wetenschappelijk directeur van de onderzoekschool CARIM in Maastricht heel wat binnengehaald. Zonder samenwerking met de industrie kun je de internationale concurrentie niet bijbenen. Neem functional genomics. Nu richt het zich op het gewone funtioneren, maar straks komt de pathologie in beeld, en ziektebeelden met daaraan gekoppeld voorspellende waarden voor behandelingen. Dus is de farmaceutische industrie geïnteresseerd en stapt erin. Samenwerking met universiteiten is dan voor alle partijen gunstig. Maar een nieuw geneesmiddelen onderzoeken dat ongeveer hetzelfde doet als een al bestaand product: daar leer je wetenschappelijk geen lor van, dan ben je met marketing bezig. In de sociale wetenschappen bestaat derde-geldstroomwerk niet zelden uit uitzoekklussen. Concurreren met een adviesbureau of met TNO om financiële tekorten te dekken vind ik uit den boze.''

Hoe ondernemend mag de universiteit zijn?

``De meeste universiteiten hebben er holdings naast waarin ze BV's onderbrengen. Dat kan positief zijn: het is fantastisch als entrepeneurs met een product naar buiten gaan. Maar wat ik om me heen zie gebeuren is dat zo'n ondernemende universiteit zijn budget moet zien dicht te krijgen — je bent bezig met bouw, je leent — en dan kijk je naar die gebieden die economisch interessant zijn. De rest wordt sluitpost. Als ik zie wat een moeite het gekost heeft om twee miljoen op tafel te krijgen voor het in stand houden van de herbaria. Krankzinnig. Als we dat voor zulk fantastisch cultuurgoed al niet meer overhebben. In Utrecht hebben we de discussie over het wegbezuinigen van het Keltisch gehad, en nu vertrekt het Hettitisch uit Amsterdam. Dat zijn in ons land unica. Ik denk dat de ondernemende universiteit voor zulke vakken een bedreiging inhoudt. De universiteit is geen bedrijf, maar een broedplaats voor vrijdenkers.''

Is de universiteit nog wel aantrekkelijk voor talentvolle jongeren? Zuigen ICT-dollars niet harder dan een matig betalende postdoc-plaats zonder perspectief?

``Zojuist is de Vernieuwingsimpuls in gang gezet, waarbij veelbelovende onderzoekers vijf jaar de ruimte krijgen hun vernieuwende ideeën uit te werken. Er moet meer geld voor komen, 150 miljoen als het aan ons ligt, maar er is tenminste een begin. Als het goed gaat met hun ontwikkeling moet je die mensen wel de kans geven persoonlijk hoogleraar te worden. Dat betekent dat de universiteiten een veel flexibeler personeelsbeleid moeten gaan voeren. In Amerika is dat normaal: je hebt een structurele hoogleraarsplaats voor de chairman van je department en de rest van de hoogleraren zit er op persoonlijke titel. Goede carrièremogelijkheden zullen jonge mensen aantrekken.

``Je moet het probleem eigenlijk al aanpakken op de middelbare school. Daar moet je ze al zien te interesseren voor wetenschap. Tussen universiteiten en middelbare scholen bestaan veel contacten. Probleem is alleen dat de meeste leraren van nu nooit in aanraking zijn geweest met echte wetenschap, ze zijn niet langer academisch opgeleid. En je kunt alleen over natuurkundig onderzoek praten als je het zelf in een laboratorium van binnenuit hebt ondervonden. Ik geloof heilig dat jong talent naar de wereld van het wetenschappelijk onderzoek zal terugkeren. ICT is toch vrij opgeklopt en ik vrees dat je in die wereld al snel in routinematig werk wegzakt.''

Studenten klagen over de toenemende verschoolsing van de universiteit. Uitdagend is anders.

``Zonder ons op de borst te kloppen: in het onderwijssysteem van Maastricht zien we de student als een volwassene. Maar op school moet hem of haar wel de goede houding zijn bijgebracht. Vandaar dat we hechten aan het handhaven van de kwaliteit in het vwo, en verbijsterd zijn als staatsecretaris Adelmund bij de eerste de beste tomaat hele vakken schrapt. Breed gevormde scholieren die zelfstandig hebben leren werken, daar heeft het wetenschappelijk onderwijs behoefte aan.''

Is de student erbij gebaat als hbo en wo samenvloeien, zoals Amsterdam wil?

Ik pleit sterk voor een binair stelsel, hou ze gescheiden. Ik hebs niks tegen het hbo, die mensen heb je keihard nodig. Een academicus is met het verleggen van grenzen bezig, een hbo'er past actuele kennis toe in een product. Het hbo verbeter je niet door er wetenschappelijk onderzoek naartoe te brengen, zoals de PvdA wil. Dat moet voorbehouden blijven aan de universiteiten. Wel kun je hbo-docenten spits houden door koppelingen te leggen met de universiteit. De kwaliteit van de afstuderende hbo'er is het meest gebaat bij een goede stageplaats. Je kunt een aankomend elektrotechnicus een stage laten lopen in een klein bedrijfje, maar daar zit hij misschien de hele dag te solderen. Op een universiteit of TNO-instituut leer je meer. Creëer daar dus stageplaatsen, ook al kost het extra geld.''

Hoe kan de wetenschap zich

beter naar buiten presenteren?

``Soms gaat het goed mis. Rond de jaarwisseling heb ik me kapot geërgerd. Ziekte van Parkinson binnen tien jaar opgelost, stond er in een groot ochtenblad. Met Alzheimer was het niet veel anders. Ga buiten spelen, denk ik dan. Wetenschappers die zo naar buiten treden, die valse hoop wekken met een schuin oog op de collectebus waaruit onderzoek wordt gefinancierd, verwijt ik onbehoorlijk wetenschappelijk gedrag.

``Naast onderwerpen met nieuwswaarde is er het continu begeleiden van nieuwe ontwikkelingen. Neem de prenatale diagnostiek, op dat gebied heeft Hans Galjaard fantastisch goed werk gedaan, daar is veel tijd in voorlichting gestoken. Het gaat om het opvoeden van mensen zodat ze zelf een verantwoorde beslissing kunnen nemen. Dat is structurele aandacht voor het naar buiten brengen van wetenschap, in plaats van stralend van ijdelheid een hoogstandje aan de media meedelen. Maar natuurlijk helpt Johan Cruyff beter dan Zwaluwen Vooruit. Toen `t Hooft en Veltman de Nobelprijs wonnen, had zelfs onze Eerste Minister het over fundamenteel onderzoek.''

Hoe communiceer je over genetisch gemodificeerd voedsel?

``Ik kan haarscherp uitleggen waarom je je daar mee bezig moet houden voor derde wereldlanden die zitten te wachten op rijst die je bij grote droogte kunt laten groeien of die resistent is tegen zekere schimmels. Maar het nut voor onze westerse samenleving is minder duidelijk, daar moet je aandacht aan schenken. Zodra prins Charles over Frankenstein-voedsel begint, kun je vanaf scratch beginnen. En als je de Amerikaanse ambassadeur met haar congres van afgelopen januari over biotechnologie bezig ziet, komt dat al gauw over als het stimuleren van een Amerikaans exportartikel — GM-maïs. Dat was veel te commercieel opgezet. Zo schiet je je doel voorbij.''

Moet de Akademie een vraagbaak zijn?

``Vorige week presenteerde minister Hermans zijn nota over wetenschapscommunicatie. Met de analyse dat die een economisch, cultureel en democratisch doel dient, zijn we het roerend eens. Maar de gedachte om de stichting WeTeN uit te breiden met een clubje wetenschapsredacteuren dat de media moet bedienen om mooie programma's in prime time te fabriceren, vinden we onzinnig. Die tv-journalisten melden zich liever direct bij wetenschappers en daar wil de Akademie — met NWO en de samenwerkende universiteiten — ze graag bij helpen.''

U hebt zojuist de Malpighi-prijs gewonnen voor uw werk in Maastricht aan kleine bloedvaten. Is er naast de Akademie ruimte voor wetenschap?

``Twee dagen per week zit ik in Maastricht op het lab. Ik heb nog promovendi en anderhalf jaar geleden ben ik met een zeer goede postdoc aan een volledig nieuw onderwerp begonnen op het gebied van ontwikkelingsbiologie. Ik ben bijna 65, maar ben gevraagd onbezoldigd verder te gaan met wetenschappelijk onderzoek. Heerlijk.''