Bezwaren tegen raketschild deugen niet

Amerika voelt zich onveilig. De mogelijkheid dat `schurkenstaten' als Noord-Korea met intercontinentale raketten (ICBM) het grondgebied van de VS kunnen treffen, heeft geleid tot brede steun voor een vorm van nationale gebiedsverdediging. Die gaat aanzienlijk verder dan het uit 1971 daterende ABM-verdrag, dat alleen voorziet in bescherming van één beperkt gebied zoals de hoofdstad Moskou of de raketopstelling in Noord-Dakota.

Het is begrijpelijk dat Amerikanen meer willen dan de wederzijdse afschrikking die in de Koude Oorlog de vrede heeft bewaard, en dat men zoekt naar defensieve middelen tegen onberekenbare tegenstanders. Het project dat nu onder president Clinton wordt beproefd, zou niet werkzaam zijn tegen een zeer grote aanval maar wel een effectief middel tegen de lancering van slechts enkele intercontinentale raketten. Dus niet tegen Rusland, dat zich dus geen zorgen hoeft te maken over de eigen strategische middelen, maar wel tegen Noord-Korea, Iraq, Iran of Libië. Het argument dat Noord-Korea over vijf jaar misschien helemaal niet meer bestaat wordt afgedaan met de stelling dat er altijd togue states zullen zijn.

Over een raketschild valt heel wat te zeggen, maar Europa moet wel voorzichtig zijn bij het formuleren van bezwaren. Als wij geen bedreiging zien, maar de Amerikanen wel en zij bovendien bereid zijn daar zo'n 35 miljard dollar voor op te brengen, hebben wij dan recht van spreken? Maar heel betrekkelijk. Als de VS zich veilig voelen, zullen zij een betere bondgenoot zijn en eerder bereid elders in de wereld te interveniëren. Daar ligt het kernpunt, als een schurkenstaat regionaal onheil aanricht zou Washington minder geneigd zijn in te grijpen wanneer dat land tevens de mogelijkheid heeft ontzaglijke schade aan te richten op Amerikaans grondgebied.

Het slechtste bezwaar is een mogelijke ontkoppeling van de Amerikaanse en de Europese veiligheid doordat de VS meer bescherming zouden krijgen dan wij. Dat argument speelde wel tijdens de Koude Oorlog met zijn confrontatie tussen Oost en West, maar is nu niet relevant, zeker als Europa zich niet bedreigd voelt. Het is jammer dat Javier Solana, de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor het buitenlands- en veiligheidsbeleid, juist dit punt naar voren heeft gebracht.

Er zijn betere bezwaren aan te voeren, met name over de gevolgen in de betrekkingen met Rusland en China. Wat Moskou betreft, verwacht ik niet veel bezwaren zolang de VS hun systeem geen component in de ruimte geven. Dan is een beperkte aanpassing van het ABM-verdrag onderhandelbaar. De Russische belangen bij handhaving van dit verdrag zijn veel groter dan de Amerikaanse. Vandaar dat de Doema zich plotseling tot de wapenbeheersing heeft bekeerd en zowel het test-stopverdrag heeft geratificeerd als START-II over de beperking van strategische wapens.

Moeilijker ligt het effect op China dat nu over een twintigtal intercontinentale raketten beschikt waarvan de trefzekerheid door een bescheiden Amerikaans raketschild twijfelachtig zou worden. Komt er dan een nieuwe bewapeningsronde in Azië? Misschien wel. Bovendien is er de vrees voor een verborgen Amerikaanse agenda: een beperkt systeem nu zou kunnen worden uitgebouwd tot een veelomvattend systeem later. Die argumenten snijden wel hout, maar ook hier past Europese terughoudendheid. De Europese Unie heeft geen strategie tegenover China en neemt geen verantwoordelijkheid voor Azië. Dat continent heeft geen veiligheidsstructuren in tegenstelling tot het op dit terrein overgeorganiseerde Europa. Daarom is de Amerikaanse rol daar een geheel andere.

Men kan betreuren dat de raketverdediging de agenda dreigt te beheersen. Er zijn betere onderwerpen te bedenken om met het Rusland van president Poetin te bespreken. Ook in de betrekkingen tussen de VS en de EU hebben wij geen behoefte aan nieuwe splijtstof. Daarom zou de beste oplossing zijn wanneer president Clinton wel de technische mogelijkheden beproeft, maar besluit over productie uitstelt. Dat recept is eerder gevolgd.

Dr. W.F. van Eekelen was minister van Defensie en secretaris-generaal van de Westeuopese Unie en is thans lid van de Eerste Kamer waar hij deel uitmaakt van de VVD-fractie.