Bedreigde aidsmarkt

VIJF GROTE farmaceutische industrieën hebben na een intensieve lobby van internationale hulpverleningsorganisaties onder leiding van UN-aids besloten tot een forse prijsverlaging van hun aids-medicijnen in Afrikaanse en Aziatische ontwikkelingslanden. Dat valt te prijzen. De wereldleiders op medicijngebied erkennen daarmee hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De generositeit van dit gebaar moet echter niet worden overschat: alleen al de uitbreiding van de markt tot een tienmaal grotere populatie rechtvaardigt een forse prijsverlaging. De beste verklaring voor de prijsverlaging is dat de industrieën gewoon eieren voor hun geld kiezen en hun markt voor de toekomst veilig proberen te stellen. Die wordt bedreigd door acties tegen de nieuwe verdragen van de wereldhandelsorganisatie (WTO).

Onder de WTO-verdragen valt een overeenkomst over patenten, de Trade Related Aspects of Intellectual Property Rights (TRIPS). Die beschermt over het algemeen de patenthouder, maar bepaalt dat landen een dwanglicentie mogen nemen onder andere als een gepatenteerd geneesmiddel van essentieel belang is voor de volksgezondheid. Wanneer zo'n dwanglicentie in nationale wetgeving is vastgelegd, kan een land het medicijn zelf produceren of importeren uit een land waar het generiek (vrij van patentrechten) wordt geproduceerd. Zuid-Afrika, zwaar getroffen door de aids-epidemie, heeft geprobeerd dat te doen, onder andere om het aidsmedizijn AZT goedkoop uit India te kunnen importeren. Het wereldwijde patent op AZT berust bij het bedrijf Glaxo Wellcome, een van de vijf firma's die de prijzen willen verlagen. India en Thailand, maar ook Canada hebben dat patent nooit erkend, omdat het geen patent op ontdekking of productie maar op het gebruik van AZT tegen aids betreft. De patentwetgeving in die landen staat deze gebruikspatenten niet toe. Er zijn daardoor landen die AZT goedkoop produceren, maar nauwelijks exporteren.

DE AMERIKAANSE regering zette de Zuid-Afrikaanse collega's onder zware druk om de wereldwijde patenten op medicijnen te respecteren en af te zien van eigen productie of import uit landen die de patenten niet erkennen. Door tegendruk van Zuid-Afrika en internationale hulporganisaties heeft de VS dat verzet inmiddels gestaakt. Zuid-Afrika bereidt de wetten verder voor, maar kampt met vertraging doordat farmaceutische industrieën rechtszaken tegen de wetgeving hebben aangespannen.

Mochten Afrikaanse en Aziatische landen massaal dwanglicenties gaan nemen en lokaal medicijnen gaan produceren, dan gaat voor de farmaceutische industrieën die in het westen wereldleider zijn een grote, grotendeels potentiële, markt verloren.

Niet dat die markt de komende jaren al zal opkomen. De aangekondigde prijsverlaging zal de omzet niet snel omhoog jagen. De meeste arme Aziatische en Afrikaanse landen hebben een belabberd systeem van gezondheidszorg. De nederigheid waarmee westerlingen zich aan een controleregime van de dokter onderwerpen en een week lang antibiotica slikken, of op controlebezoeken verschijnen zelfs als ze zich niet meer ziek voelen, is daar geen traditie. Moderne hiv-remmende therapie geneest niet, maar redt het leven van iemand die trouw als een hond zijn medicijnen slikt. Therapie-ontrouw bij medicatie tegen infectieziekten laat de zo gevreesde resistente ziekteverwekkers ontstaan. Terecht worden de goedkopere aidsmedicijnen daarom alleen beschikbaar gesteld binnen projecten die de aanvoer van medicijnen langdurig garanderen en waarbij controle op therapietrouw wordt uitgevoerd. Die projecten zijn voorlopig schaars. En de prijzen die nu worden genoemd betekenen dat een patiënt toch nog zeker 100 dollar per maand voor zijn aidsmedicijnen zal moeten betalen, waarmee de medicijnen voor de meerderheid van de aidspatiënten nog steeds niet betaalbaar zijn.

DE VOORZIENING van essentiële geneesmiddelen voor de helft van de wereldbevolking die daar nu nog geen toegang toe heeft, staat hoog op de agenda van de Assemblee van de Wereldgezondheidsorganisatie die volgende week in Genève vergadert. De medicatie voor aidspatiënten hoort daar bij, want in de landen beneden de Sahara is aids de belangrijkste doodsoorzaak. De kans bestaat dat de niet-gouvernementele hulporganisaties (NGO's) het vanouds logge VN-orgaan in de richting duwen van het streven naar de volgens hen enig mogelijke duurzame oplossing: regionale productie van generieke geneesmiddelen en im- en export van en naar omringende landen, desnoods mogelijk gemaakt door dwanglicenties. Begin mei zei WHO's directeur-generaal Brundtland tijdens een geneesmiddelenoverleg met de NGO's dat wat haar betreft medicijnprijzen naar draagkracht en een zorgvuldige afweging van de belangen van volksgezondheid tegenover die van patenthouders de belangrijkste uitgangspunten zijn.

De bereidheid van de grote farmaceutische industrieën om hun prijzen in arme landen te laten dalen is daarvan niet los te zien. Niet voor niks hebben ze als voorwaarde bij hun humanitaire gebaar gesteld dat hun patentrechten moeten worden gerespecteerd.