www.claus.com leidt naar de kerstman

Steeds meer auteurs maken werk van hun digitale visitekaartje. Maar er zijn kapers op de kust.

Het duurt na de klik een paar seconden, maar dan klinkt de sonore stem van P.F Thomése door de huiskamer. `Het meest verheugende bericht van de afgelopen tijd was zonder twijfel de aankondiging van een nieuw literair genre: het vakantiedagboek', leest hij voor, en dan volgt zijn volledige column `Campingproza' uit Vrij Nederland. De schrijver leest gedragen, en zijn stem komt wat knarsig uit de computer – zo moet P.H. Ritter jr. in de jaren vijftig tijdens zijn literaire radiopraatjes ook hebben geklonken. Maar die keek je niet aan, in tegenstelling tot Thomése. Terwijl zijn column verder klinkt (`We sprongen een gat in de lucht') tuurt de schrijver vanaf zijn website naar de toehoorder. Om hem heen staat de column-tekst, aan de linkerkant een overzicht van de vier boeken die hij sinds 1990 publiceerde. Wanneer je op een van de titelpagina's klikt krijg je een korte samenvatting, wat achtergronden, en citaten uit recensies, die zorgvuldig zijn uitgezocht op wervende kwalificaties. En dus vliegen de superlatieven je op www.thomese.nl om de oren: volgens zijn eigen website is Thomése een `voortreffelijk stilist', `psychologisch overtuigend', met `technische brille' die `een van de mooiste boeken van het jaar' heeft geschreven. Het staat er groots bij, maar je voelt je als lezer toch wat bedonderd – denk je naar de hoofdfilm te kijken, blijk je nog in het reclameblok te zitten.

Thomése is niet de enige schrijver die het afgelopen jaar zijn weg op het web gevonden heeft. In maart werd met veel tumult de officiële site van Harry Mulisch gelanceerd; spoedig daarna doken overal advertenties op die de lezer wezen op het bestaan van www.grunberg.nl, een site die vooral is opgezet om Arnon Grunbergs nieuwe roman Fantoompijn te promoten. Met de luidruchtige web-entree van dit tweetal werd de indruk gewekt dat een beetje Nederlandse schrijver de halve dag in de digitale krochten van het bestaan verkeert – maar niets is minder waar. De literatuur-geïnteresseerde die wat speurt op het net, merkt al snel dat opvallend weinig Nederlandse schrijvers de stap in de virtuele wereld hebben gewaagd. Er is het prachtige Laurens Jz. Coster-project waar je het werk van dode schrijvers uitgebreid kunt lezen, (de hele Max Havelaar! de hele Mei!) maar levende schrijvers laten het vaak afweten. Goed, Marcel Möring heeft al jaren een eigen website, net als Tim Krabbé. Zij zijn de laatste jaren gevolgd door Jeroen Brouwers (die zijn kluizenaarschap in het Belgische Zutendaal compenseert op de wijde wereld van het web) en Russell Artus, vermoedelijk de enige Nederlandse romanschrijver die informatica heeft gestudeerd.

De meeste van deze sites volgen min of meer hetzelfde stramien. Ze bieden een overzicht van het gepubliceerde werk, een bio- en bibliografie, ze citeren wat recensies en een enkel essay of column, en soms wat curiosa. Tim Krabbé bijvoorbeeld, heeft op zijn pagina een uitgebreide selectie schaak-curiosa gezet, terwijl Russell Artus ter gelegenheid van zijn laatste roman Onpersoonlijkheid een kleine prijsvraag uitschreef waarmee tien gesigneerde exemplaren van het boek waren te winnen – er kwam geen enkele goede inzending.

Enthousiasme

Hoewel al deze sites een nuttige functie vervullen om de betreffende auteurs en hun werk nader onder de aandacht te brengen, valt het op dat de uitgevers van deze schrijvers zich zelden met hun websites hebben ingelaten. Zowel Möring, Krabbé, Artus als Brouwers hebben hun site zelf opgezet en houden hem ook zelfstandig bij. Zoals Tim Krabbé schrijft onder het kopje `Waarom een homepage': `Uit pure maakdrift, maar ook omdat ik benieuwd was of het mij zou lukken überhaupt een letter op het Web te krijgen, en omdat mijn zoon Esra van een eigen homepage droomde, heb ik een HTML-boek gekocht, en deze Website voor ons ingericht'. Aan zijn pagina, maar ook die van Möring, Artus en Brouwers kun je zien waar zulk enthousiasme toe kan leiden. Hun webpagina's zijn stuk voor stuk innemende visitekaartjes, sympathieke huisvlijt, met veel ijver in elkaar gezet. Maar hoe aardig ook, het zijn niet veel meer dan een bewegende, kleurrijke versie op de aloude knipselmap, met als enig verschil dat deze map misschien een antwoord geeft als je hem een e-mail stuurt.

Sinds enkele maanden begint er verandering te komen in deze situatie – de Nederlandse uitgevers beginnen internet als marketingtool te ontdekken. De Mulisch-site, die er, conform Mulisch' oeuvre, uitziet als een labyrint, werd gemaakt onder auspiciën van zijn uitgever, De Bezige Bij. P.F. Thomése werd bijgestaan door boekenclub ECI, waar je zijn boeken vanaf zijn site nu met een enkele muisklik kunt bestellen. Uitgeverij Vassallucci creërde een aparte website om haar nieuwste hype, de roman De gelukkige huisvrouw van Heleen van Royen uitgebreid te promoten – de site is campy opgemaakt met veel roze, en je vindt er je weg door te klikken op gootsteenontstoppers en keukenhandschoenen. Al deze sites onderscheiden zich van die van Krabbé en Möring doordat ze meer mogelijkheden hebben, zoals audio en video, maar ook doordat ze er een stuk gelikter uitzien. Ze lijken ontworpen door een reclamebureau, met als doel het imago van een schrijver te bevestigen of op te bouwen – precies zoals bij reclame voor politici, popsterren en wasmiddelen. Daar komt bij dat uitgever en schrijver dit imago in de hand kunnen houden, waardoor ze niet afhankelijk zijn van kranten, weekbladen of televisie, en zo'n imago kan bevorderlijk zijn voor de verkoop. Niet voor niets kondigden verschillende Nederlandse uitgevers in maart aan de namen van belangrijke auteurs (onder wie Remco Campert en Jules Deelder) als domeinnaam te laten registreren. Maar erg handig is dit niet gebeurd. www.julesdeelder.nl is nog beschikbaar, en ook het meest gebruikte, internationale achtervoegsel .com (dotcom) staat zowel voor Campert als Deelder nog open. Ook domeinen als www.joostzwagerman.nl, www.basheijne.nl en www.conniepalmen.nl zijn nog te koop. Andere namen blijken, als je ze uitprobeert, al eerder bezet. Zo leidt www.vanweelden.nl tot een handelaar in muziekonderdelen in Rijssen, www.vandis.nl naar een assurantiebedrijf in Middelharnis, en kom je via www.claus.com bij een van de vele Amerikaanse Kerstman-sites terecht.

Hoe groot het belang van domeinnamen dreigt te worden, blijkt uit een voorval dat de Engelse schrijfster Jeanette Winterson onlangs meemaakte. In een hilarisch artikel in The Sunday Times van 29 maart beschrijft Winterson hoe zij besluit om voor zichzelf een `all-singing all-dancing' website op te zetten. Al snel komt ze er achter dat zowel de domeinnaam www.jeannettewinterson.com als www.jeanettewinterson.uk al zijn geregistreerd door iemand die zij niet kent. De kaper blijkt ene Mark Hogarth, een werkeloze filosoof uit Cambridge. En hij heeft niet alleen Wintersons naam `gekidnapt'; in totaal blijkt Hogarth, via zijn bedrijfje Writerdomains meer dan 130 schrijversnamen te hebben vastgelegd. Winterson (`being a bit of a terrier myself') belt hem woedend op, en krijgt van de zenuwachtige filosoof te horen dat zij haar naam kan terugkrijgen tegen betaling van 3% van haar verdiensten uit boekverkoop van het afgelopen jaar. Winterson stuurt onmiddellijk haar advocaten op hem af. In The Sunday Times schrijft ze: ,,Als je een schrijver bent, adviseer ik je om naar zijn site te surfen en op te zoeken of je op zijn `hit-list' staat. Dit is geen hobby of grap, het is een vastbesloten poging om het recht van een schrijver op zijn eigen naam te blokkeren. Een schrijver is zijn of haar eigen handelsmerk. Onze reputatie is onze naam. Als ik niet als mezelf op het web kan, op mijn eigen manier, hoe kan ik dan werken?'' Ondertussen, anderhalve maand later, lijkt Hogarth zich enigszins te hebben ingedekt. Wie nu www.jeanettewinterson.com intikt, komt nog wel steeds bij Writerdomains uit, maar leest daarop onder andere de mededeling dat schrijvers hun eigen domeinnaam kunnen terugkrijgen tegen betaling van de 55 dollar aan gemaakte registratiekosten.

Uit de activiteiten van Hogarth blijkt dat in Engeland en Amerika de inzet om de domeinnamen van schrijvers al een stuk groter is. Zoals Winterson al in haar Sunday Times-artikel heeft opgemerkt is de naam voor een schrijver ook zijn merknaam, en met zo'n merknaam valt geld of aandacht te verdienen. Dat bleek bijvoorbeeld toen Stephen King zijn nieuwe novelle Riding the Bullet als experiment gratis op het net liet zetten – binnen een week was het verhaal door meer dan 500.000 mensen gedownload.

Desondanks zijn ook de meeste buitenlandse auteurs nog niet in de greep van het net. Dat merk je als je wat willekeurige namen intikt. www.philiproth.com levert niets op, maar is wel geregistreerd, www.michaelondaatje.com en www.michelhouellebecq.com zijn nog beschikbaar, www.salmanrushdie.com is wel geregistreerd maar heeft nog geen site, en via www.martinamis.com kom je weer bij de werkeloze filosoof Mark Hogarth terecht. Zeker zo curieus is overigens dat www.ruthrendell.com geclaimd blijkt door ene Onno Hoogendoorn uit Leidschendam – misschien een van de vele `bloedzuigers', zoals Jeanette Winterson ze noemt, die de laatste jaren het net afstruinen op zoek naar `a quick buck'.

Ondanks zulke praktijken is het aanbod van websites in het buitenland, in het bijzonder in het Engelse taalgebied, gevarieerder dan in Nederland. Natuurlijk heb je er de echte reclamezuilen, zoals www.tomwolfe.com, die is gemaakt door Wolfe's uitgever, en die in zijn vormgeving het stramien van Wolfe's laatste roman A Man in Full volgt. Interessanter zijn de official homepages, die met toestemming van de schrijver worden gemaakt, meestal door een liefhebber of kenner van hun oeuvre. Zulke sites zijn vaak nuttig om informatie op te zoeken over een specifieke auteur, maar hebben als nadeel dat ze vaak nogal hagiografisch van aard zijn. Toch bieden ze een aardige bron van informatie. Zo houden zowel Cormac McCarthy als Don DeLillo er op het net een eigen `society' op na, en ook Doris Lessing, Hanif Kureishi, A.S. Byatt, William T. Vollmann en Gabriel García Márquez hebben goede homepages. Op de Brett Easton Ellis page zijn al diverse links naar de verfilming van American Psycho te vinden.

Toch zijn de onofficiële schrijvers-sites vaak zeker zo leuk. Ze zijn moeilijker te vinden, omdat ze niet staan geregistreerd onder de naam van de auteur, en overgeleverd zijn aan de grillen van de fan die de site heeft opgezet, wat vaak betekent dat ze soms al meer dan een jaar niet zijn ge-update. Daar staat tegenover dat zulke fans ongegeneerd hun kritiek spuien, wat hun pagina's een stuk minder braaf maakt dan de van hogerhand aangestuurde reclamezuilen. Voor John Irving-liefhebbers is A Very Unofficial John Irving Page (http://hometown.aol.com/forestben/irving.htm) bijvoorbeeld aardig. Ook leuk is The unofficial Donna Tartt/Secret History site (http://www.geocities.com/SoHo/8543/dmain.htm) die onder andere weet te melden dat er in oktober 2000 een nieuwe roman van `onze zwijgzame heldin' mag worden verwacht met als titel Dare – al mag, wegens het onofficiële karakter van de site aan de betrouwbaarheid van deze informatie worden getwijfeld.

Twijfelachtig

Wie een tijdje langs alle officiële, onofficiële en twijfelachtige sites, surft, merkt dat er op dit moment nog maar weinig website zijn die echt iets toevoegen aan het papieren oeuvre van een schrijver – wat dat betreft is de Mulisch-site met zijn zoektocht en dwarsverbanden ook internationaal gezien een bijzondere prestatie. Goed is de site van de Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek, vooral omdat die opvallend veel teksten van haar hand bevat. Sommige gaan over ernstige onderwerpen als de situatie in Oostenrijk, maar de site bevat ook artikelen van Jelinek over film en theater en een column met foto over haar hond Floppy.

De site die er werkelijk uitspringt is die van de Canadese schrijver Douglas Coupland, auteur van ondere andere de roman Microserves (`Microslaven'). Zijn site begint met een wild flikkerend mozaïek, dat de opmaat vormt tot een lange, intrigerende dwaaltocht. Onderweg kun je onder andere de pauze-filmpjes laden die Coupland ooit maakte voor MTV; je vindt verder een uitgebreide portrettengalerij, maar je kunt ook Coupland zelf zijn volledige roman Life after God horen voorlezen – wat alleen al opmerkelijk is omdat schrijvers het weergeven van hele romans op hun site zoveel mogelijk schuwen. Coupland is daarmee een van de weinige schrijvers die echt inspeelt op de mogelijkheden van het net. Met zijn site weet hij belangstelling voor zijn persoon en werk op te roepen, zonder dat je als lezer het gevoel hebt in een verkapte reclamespot te zijn beland.

Ongetwijfeld zal de methode-Coupland de komende jaren bij steeds meer schrijvers (en hun uitgevers) navolging vinden. Uitgeverij Querido heeft al aangekondigd dat de nieuwe, zevendelige romancyclus van A.F.Th. van der Heijden, `Homo Duplex' zal worden voorafgegaan door een site `waarin continu een spel met de lezer zal worden gespeeld'.

Voor sommige, vooral oudere, auteurs, zal het wennen zijn – het feit dat ze niet alleen maar boeken schrijven, maar die ook nog eens, onder druk van hun uitgever, moeten presenteren op het internet. En daar is nu al niet iedereen even blij mee. Toen Remco Campert vorige maand van zijn uitgever, De Bezige Bij, hoorde dat die zijn domeinnaam had laten registreren, schreef hij een weemoedige column in de Volkskrant. `Uit de mededeling van mijn uitgever begreep ik dat het geen haartje had gescheeld of ik had geen recht meer op mijn naam. Zou ik bijvoorbeeld een parfumserie onder mijn naam willen lanceren, dan zou ik in ernstige problemen kunnen raken [...] Het loopt niet lekker door de straten met zo'n merknaam. Je bent niet meer wie je was. Je bent een product geworden, een levende reclamezuil op pootjes van jezelf.' En inderdaad; het valt niet mee om je wat voor te stellen bij www.campert.com – in ieder geval geen flashy website als die van Mulisch of Coupland. Daar staat tegenover dat Campert blij mag zijn dat zijn naam niet in handen gaat vallen van werkeloze filosofen of hongerige premiejagers uit Leidschendam. Camperts naam is in veilige handen. En dat kunnen Joost Zwagerman, Connie Palmen, Jules Deelder en vele andere Nederlandse auteurs hem voorlopig nog niet nazeggen.

    • Hans den Hartog Jager