`Voor mij is Malraux een aansporing om na te denken'

Maandag rijkt de Franse ambassadeur Bernard de Montferrand de Prix des Ambassadeurs uit aan een Nederlandse romanschrijver.

``Voor mensen van mijn generatie symboliseert André Malraux de hele twintigste eeuw. Hij is één van de laatste grands monstres sacrés uit de Franse literatuur'', zegt Bernard de Montferrand, sinds 1995 Frans ambassadeur in Nederland. Vier jaar geleden blies hij de Prix des Ambassadeurs nieuw leven in, een hommage aan de Nederlandse letteren. Dit jaar zijn genomineerde romans van Nico Dros, Robert Haasnoot, Arthur Japin, M.M. Schoenmakers, Rosita Steenbeek en Henk van Woerden.

In zijn kamer op de Franse ambassade in Den Haag spreekt De Montferrand, die zelf drie boeken publiceerde (over de relatie van Frankrijk tot het buitenland, over het begrip natie en over Europa) weloverwogen over André Malraux (1901-1976), schrijver, staatsman, verzetsstrijder en vrijwilliger in de Spaanse Burgeroorlog. Als minister van Culturele Zaken van 1959 tot 1969 was hij de rechterhand van generaal de Gaulle. In 1996 werd Malraux' as bijgezet in het Panthéon in Parijs.

``Malraux verenigt intellectuele reflectie van een zeer hoog niveau met een grote daadkracht. Die combinatie zorgt voor een uitzonderlijke literaire aantrekkingskracht. Hij schrijft op een fantastische manier over het wezenlijke van het menselijk bestaan, over religie, over kunst, over geschiedenis en het menselijk handelen. In zijn Antimémoires vind ik de hele twintigste eeuw terug. Natuurlijk bevatten al de grote boeken van Malraux – of je het nu hebt over La Condition humaine (1933), L'Espoir (1937) of Les noyers de l'Altenburg (1943) – overpeinzingen over een aantal belangrijke vraagstukken van de eeuw. Zijn werk gaat over geschiedenis, daadkracht, over de Spaanse burgeroorlog, over het communisme, het anarchisme, vrijheid en broederschap. Eigenlijk gaat zijn hele oeuvre over de vraag welke menselijke waarde er in de twintigste eeuw overeind blijft. De Antimémoires bevatten een synthese van alle thema's uit zijn vorige boeken. Malraux heeft er fragmenten uit zijn romans in opgenomen. Hij voert personages uit zijn romans sprekend op en ontmoet hen, alsof ze werkelijk bestaan. Het boek heeft ook een bijzondere vorm – die van een cirkel, geconstrueerd als een film.''

De Montferrand onderging verscheidene keren de magie van Malraux' persoonlijkheid. ``Ik herinner mij dat ik in 1966, een jaar voordat de Antimémoires verschenen, een verkiezingsbijeenkomst bijwoonde in het enorme Palais des Sports in Parijs. Malraux hield er een redevoering voor de Gaullistische partij. Normaal zijn dat verschrikkelijk saaie bijeenkomsten. Maar die keer was iedereen in de zaal totaal gefascineerd door Malraux' allesomvattende beschouwing over de Franse geschiedenis. Ik heb mijn hele leven niet meer zo'n stilte meegemaakt tijdens een politieke redevoering. Door Malraux' persoonlijkheid en de kwaliteit van zijn overpeinzing veranderde een gewone, bijna dagelijkse gebeurtenis in een moment priviligié, een politiek hoogtepunt in de meest nobele zin van het woord.''

``In 1970 heb ik het voorrecht gehad een middag in het gezelschap van Malraux door te brengen. Ik kende een nichtje van Louise de Vilmorin, de vrouw met wie hij samenwoonde. Via haar heb ik contact met hem gelegd. Hij had op iedereen een magnetische aantrekkingskracht en ook ik ben helemaal in zijn ban geraakt. Malraux was een zeer gecultiveerd man. Het ene moment citeerde hij, uit zijn hoofd, lange passages uit het werk van Shakespeare, het volgende moment uit dat van Pascal of Claudel. Malraux was een genie – het is misschien een banale uitspraak, maar dat heb ik echt gevoeld op die middag. Hij had een ongelofelijke intensiteit van denken en een onweerstaanbaar charisma. Wat is een genie? Dat is één van de grootste mysteries van onze wereld. Hoe komt het dat Rimbaud op zestien-, zeventienjarige leeftijd de mooiste gedichten uit de Franse poëzie schreef? Of je nu van Malraux houdt of niet – er zijn mensen die zijn vergelijkingen te kunstmatig vinden –, hij heeft een soort gratie, een vermogen om alle dingen met elkaar te verbinden, waarbij alle details wegvallen en alleen het wezenlijke overblijft. Ik heb maar weinig mensen ontmoet van wie ik kan zeggen dat ze `iets anders' zagen. De Britse generaal Wellington, die in 1815 Napoleon bij Waterloo versloeg, leek altijd te slapen tijdens zijn lange reizen per koets. Als zijn generaals daar grapjes over maakten, antwoordde hij dat hij niet sliep, maar dat hij probeerde te raden wat er zich aan de andere kant van de heuvel bevond. Tijdens de middag die ik doorbracht in het gezelschap van Malraux, in zijn huis in Verrières-de-Buisson, had ik de indruk dat hij behoorde tot de uitzonderlijke personen, die in staat zijn te zien wat er zich aan de andere kant van de heuvel bevindt. Hij was een visionair. Zo iemand te ontmoeten, is een zegen.''

Ook De Gaulle waardeerde het gezelschap van Malraux. ``Het was voor hem de garantie dat de discussies in de ministerraad op een hoog niveau zouden blijven'', zegt De Montferrand. ``Hetzelfde ervaar ik, op mijn eigen bescheiden niveau. De boeken die ik heb geschreven, over de Franse diplomatie, over het concept van de natie, zijn mede voortgekomen uit de bezieling van Malraux. Iedere keer als ik op de een of andere manier contact had met hem, iedere keer als ik nu zijn Antimémoires ter hand neem, word ik aangemoedigd om me bezig te houden met de wezenlijke vragen van het leven – of dat nu de religie is, de kunst of de plaats van de mens in het universum. Voor mij is Malraux een voortdurende aansporing om na te denken over wat er in de wereld gebeurt.''

Als kunstcriticus was Malraux goed op de hoogte van de ontwikkelingen in de verschillende disciplines van de moderne kunst. De Montferrand: ``Malraux heeft het genre van de mémoires helemaal vernieuwd. Zelf zei hij dat hij zich voor zijn Antimémoires had laten inspireren door de ontwikkelingen in de schilderkunst, waar men geen realistische portretten van de werkelijkheid meer maakte. Men schilderde slechts een paar kenmerken, een paar impressies en zo ontstond er een nieuwe benadering van de werkelijkheid. De Antimémoires van Malraux komen heel dichtbij de werkelijkheid van de twintigste eeuw en vatten deze op een heel non-figuratieve manier samen. Toch is dat veel echter dan wanneer Malraux zijn agenda had genomen en precies had opgeschreven wat hij iedere dag had gedaan. Het doet mij denken aan een uitspraak van de enkele maanden geleden overleden Alain Peyrefitte, de memoires-schrijver die drie boeken over De Gaulle publiceerde. Peyrefitte noteerde, minutieus, ieder woord dat De Gaulle had gezegd. Ooit zei President Pompidou tegen Peyrefitte dat hij hoopte dat hij niet à la Malraux ging schrijven. Hij doelde daarmee op de lyrische, de werkelijkheid verhullende manier van schrijven van Malraux. Vorig jaar, bij de presentatie van weer een volgend boek over De Gaulle, zei Peyrefitte, dat het beeld van De Gaulle, dat uit zijn aantekeningen naar voren kwam, uiteindelijk een beeld à la Malraux was – fragmentarisch en met intellectuele flitsen ertussendoor. De romancier had het gewonnen van de notulist.''

André Malraux: Le miroir des Limbes I, Antimémoires. Gallimard (1972), 516 blz. ƒ25,- (pbk)

    • Margot Dijkgraaf