Verkeersagent voor de telecom

Onder regie van de ITU, de VN organisatie voor telecommunicatie, begon afgelopen maandag in Istanbul de tweejaarlijkse wereldconferentie over de verdeling van het radiospectrum. Gesprek daarover met ITU secretaris-generaal Yoshio Utsumi en over de volgende generaties mobiele telefonie, over telecom in ontwikkelingslanden en het wankele evenwicht tussen commercie en overleg bij het opstellen van telecomstandaarden.

De oudste mondiale organisatie heeft het zwaar. De Japanner Yoshio Utsumi (57), sinds ruim een jaar secretaris generaal van de International Telecommunication Union, waarschuwt dat de ITU hard aan zichzelf moet werken om niet te verdwijnen. Dat zou ironisch zijn, want een paar miljard eindgebruikers, in ontwikkelingslanden in het bijzonder, hebben de ITU harder nodig dan ooit. Zonder de VN-organisatie voor telecommunicatie zou het gebruik van het radiospectrum in een chaos ontaarden. En zonder de ITU hadden we vanaf 2002, als de derde generatie mobiele telefonie van start gaat (vaak aangeduid als 3G, bij de ITU als IMT 2000), niet één maar een half dozijn verschillende telefoons bij ons moeten hebben om overal ter wereld te kunnen bellen en mobiel te kunnen internetten.

Vorige week bereikte de assemblee van ITU-R (zie kader) in Istanbul overeenstemming over één wereldwijd geldend radio-interface voor IMT 2000. Er komen verschillende systemen (zoals UMTS in Europa en cdma2000 in Amerika), maar nu is gegarandeerd dat ze met elkaar kunnen praten. Dat is een denderend succes voor de ITU, en daarmee voor de hele wereldgemeenschap: een overwinning van samenwerking en overleg op commerciële hanerigheid.

De bedreiging van ITU en eindconsument is de telecomindustrie. Fabrikanten van telefoons, televisies, videoapparatuur, PC's en software willen allemaal graag wereldwijd geldende standaarden en technische specificaties – maar dan wel de hunne. Zonder overleg ontstaan er verschillende, niet compatibele systemen, zoals met video gebeurde. Een Amerikaanse videoband is op Europese apparatuur niet af te spelen. Maar bij de komst van 56 kilobit modems werd een titanenstrijd tussen 3 COM en Lucent/Rockwell – en met de markt als slagveld – afgewend doordat ze eerst onder arbitrage van de ITU om de tafel gingen zitten. Daardoor is er sinds 1998 een wereldstandaard voor de 56k modems waarmee haast alle PC's nu standaard zijn uitgerust.

Ook dat is maar een voorbeeld: de ITU is een van 's werelds grootste congresmachines, met honderden werkgroepen, een niet aflatende stroom rapporten en duizenden standaarden als resultaat. Om een willekeurige te noemen: nummer H323 – als alle andere opgesteld in voor leken volstrekt ondoorgrondelijke taal – zorgt dat telefonie over het internet nu wereldwijd op één en dezelfde manier verloopt. Honderden miljoenen bellers zullen daar plezier van hebben.

Utsumi verlaat zijn werkplek achter een bureau ter grootte van twee pinpongtafels. Is meteen vriendelijk, goedlachs, vrij van pogingen imponerend over te komen, en blijft dat anderhalf uur. Dergelijke kwaliteiten lijken essentieel voor de hoofdverkeersagent van 's werelds meest florissante bedrijfstak. Omdat uniforme standaarden het nuttigst zijn voor de eindgebruikers, is het voor de hand liggend de ITU in de eerste plaats als hún organisatie te zien – maar Utsumi ontwijkt: ,,Als het goed is verdedigen de vertegenwoordigers van de lidstaten de mening van de eindgebruikers. Maar we hebben ook honderden sectorleden – fabrikanten en dienstverleners. Ik houd het er liever op dat de ITU de organisatie is van de hele telecommunicatiewereld.''

Een van de grootste problemen van de ITU is dat de begrenzing van telecommunicatie vervaagt doordat het naadloos overgaat in computergebruik.

,,Mee eens.''

Daarmee wordt het lastig de grens te bepalen van het werkterrein van de ITU.

,,Nee, onze begrenzing is niet het grote probleem – wel dat we ons moeten aanpassen aan onophoudelijke veranderingen. Dat telecommunicatie zo uitdijt naar computing en inhoud, is er daar één van. Verder zijn de belangrijkste spelers nu geen nationale overheden meer maar particuliere bedrijven. En de oude telecommonopolies hebben plaatsgemaakt voor een vrije markt met veel concurrentie. Alles hier bij de ITU verandert voortdurend en de vraag is of we dat kunnen bijbenen.

Over twee jaar krijgen we 3G, de derde generatie mobiele telefonie, met de mogelijkheid om supersnel mobiel te internetten. Een favoriet project van u is via IMT 2000 tot één wereldwijde techniek voor 3G te komen. Toch komen er straks in Europa, de VS en het Verre Oosten verschillende technieken. Wat het te optimistisch om één 3G-standaard te willen ontwikkelen?

,,Ik ben juist heel blij met de manier waarop het is gegaan. We hebben een heel goed compromis bereikt. Noem het een wereldstandaard met verschillende technische vormen. Je kunt straks wereldwijd bellen met één telefoon, die technische aanpassingen heeft voor de verschillende 3G-technieken. Kijk: één, zeer simpele wereldstandaard is een theoretisch ideaal. Als het lukt, prima. Maar de werkelijkheid is dat veel mensen met research bezig zijn en dat competitie tussen verschillende technologieën onmisbaar is. Je moet zien te komen tot een evenwicht tussen de voordelen van één standaard en de voordelen van competitie.

Doet de ITU er goed aan nu al over 4G te gaan denken?

,,Haha! Met 3G en IMT 2000 begonnen we tien jaar geleden. De ontwikkeling van 4G gaat ook jaren vergen, dus we hebben nog even.

Maar denkt u er zelf al over? En over 4G standaardisatie?

,,Persoonlijk, ja. En ik verwacht dat de ITU er spoedig officieel mee gaat beginnen. Maar bedenk dat de betekenis van het begrip `standaard' in de telecommunicatie sterk zou kunnen gaan veranderen. Minder gedetailleerd en meer zoals nu met auto's: het stuur kan links zitten of rechts, maar om de openbare weg op te gaan moet de auto wel een rem hebben.

Begin dit jaar zijn er twee technieken gelanceerd om met mobiele telefoons nu al het internet op te kunnen: WAP en Blue Tooth. Beide zijn buiten de ITU door de industrie ontwikkeld. Had de ITU daar geen deel aan willen hebben?

,,Als onze sectorleden hun problemen buiten de ITU kunnen oplossen, uitstekend.

Maar krijg je dan wel wereldwijde standaarden?

,,Als de sectorleden en de lidstaten een wereldstandaard willen is de ITU het aangewezen forum om daarover te praten. Zo niet, dan krijg je een de facto standaard zoals in deze twee gevallen.

Daarmee lijkt vooral het belang van de industrie gediend. Dan kunnen zij hun in eigen huis ontwikkelde technieken als norm aan de wereld opleggen.

,,Je moet onderscheid maken tussen basistelecommunicatie en meer specifieke toepassingen daarvan. In het eerste geval is standaardisatie veel belangrijker, in het tweede zou het wel eens ongunstig kunnen zijn. WAP en dergelijke zijn naar mijn oordeel geen vormen van basistelecommunicatie.

Of misschien zijn het lastige tussengevallen?

,,Dat zijn het.

Als u het volledig voor het zeggen had, zou de telecomindustrie dan wettelijk verplicht worden eerst binnen de ITU tot overeenstemming te komen over de technische standaarden alvorens iets nieuws op de markt te brengen?

,,Voor de eindgebruikers zou dat ideaal zijn. En zelfs voor de fabrikanten. Maar competitie is essentieel om de kosten laag te houden en om tot vernieuwing te komen. Leg een standaard op en de technische ontwikkeling loopt vast. Het is een evenwichtsoefening. Gewone telefoons bijvoorbeeld zijn een eeuw geleden gestandaardiseerd en de ontwikkeling stond bijna een eeuw stil. En sinds kort krijgen ze ineens heel veel functies.

Zijn er telecomstandaarden die u liever buiten de ITU laat ontwikkelen?

,,Ja. Voor internet bijvoorbeeld. In de eerste plaats omdat de Internet Engineering Task Force van de Internet Society zich al bezighoudt met de verdere ontwikkeling en standaardisatie van het Internet Protocol (IP). Dat is hun werk maar tegelijk zijn we daarover wel steeds in discussie met de Internet Society. Het gewone telefoonnetwerk – ons terrein – gaat steeds meer over van circuitschakelingen naar pakketschakelingen via het IP, bijvoorbeeld voor internettelefonie.

Utsumi pakt een vel papier en tekent twee grote cirkels met een kleine overlap. Eén stelt telecommunicatie voor, de andere internet. Hij krast de begrenzing van de overlapping door: ,,Dit verdwijnt op het ogenblik. En het idee dat de ITU zich helemaal niet met internet moet bemoeien, zoals sommigen stellen, is daarom onzin. Om IP-telefonie een succes te laten worden is juist veel samenwerking nodig tussen de ITU en de mensen achter het internet.

Bij de verdeling van het radiospectrum is de rol van de ITU nog veel wezenlijker dan bij standaardisatie. Bent u gelukkig met de naleving van wat op de WARCs wordt afgesproken?

,,Lastige vraag. Wat de lidstaten nu afspreken is niet wettelijk bindend – bijna alles in de ITU gebeurt op basis van vrijwilligheid. Dat werkte bij het oude systeem van regeringsmonopolies voor telecommunicatie. De regeringen hielden zich aan wat ze hier met elkaar afspraken. En nog steeds zijn er weinig grote conflicten over de naleving van de afspraken over spectrumgebruik. Maar misschien moeten we naar een veel gedisciplineerder systeem nu het radioverkeer steeds meer een zaak van het bedrijfsleven wordt en minder van de overheid. Als een frequentie een andere bestemming krijgt moeten de oude gebruikers van die frequentie hun activiteiten staken. Dat doen ze soms niet en strengere handhavingsmechanismen zijn wellicht nodig. Probleem is ook dat we nu soms frequenties en satellietposities reserveren voor plannen die alleen maar plannen blijven. We werken hard om daar een eind aan te maken, ondermeer door ons werk volledig bij plannenmakers in rekening te brengen.

Wat is uw belangrijkste hoop voor de WARC in Istanbul?

,,Dat er extra spectrum voor IMT 2000 wordt toegewezen, en dan geen geïsoleerd blok maar grenzend aan het stuk spectrum rond twee gigahertz dat al opzij is gezet voor de derde generatie mobiele telefonie. Als dat lukt gaat de hele 3G-industrie een zeer mooie toekomst tegemoet. Maar het zullen zware onderhandelingen worden.

Hoe belangrijk is telecommunicatie voor arme landen?

,,Extreem belangrijk. In de eerste plaats om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. Ik was onlangs in Mali en je ziet dat radio en televisie voor verafgelegen dorpen van levensbelang zijn. En dan hebben we het nog niet eens over telefonie. Telecommunicatie is nu een bestaansvoorwaarde. En: zonder telecommunicatie krijg je nooit economische ontwikkeling. Het mooie is dat de aansluitkosten en de tarieven steeds verder dalen terwijl het effect gelijk blijft.

Is de aanleg van infrastructuur in ontwikkelingslanden deel van de missie van de ITU?

,,Ja. Een van de doelen van de ITU is dat iedereen toegang krijgt tot telecommunicatie. In de jaren zestig waren we ook druk met de aanleg van kabels en zendmasten, met geld van de Wereldbank en de UNDP. Maar die fondsen zijn opgedroogd en tegelijk is de vraag naar telecominfrastructuur in ontwikkelingslanden zo onvoorstelbaar groot geworden, dat de bijdrage van de ITU alleen maar een druppel op een gloeiende plaat kan zijn. Als een land het vraagt, helpen we bij het opstellen van een masterplan. En we begeleiden de omschakeling van overheidsmonopolie naar liberalisatie, waarna de vrije marktmechnismes de rest moeten doen.

Binnen de ITU worden ook afspraken gemaakt over internationale gesprekstarieven. U heeft zich onlangs sterk gemaakt voor tijdelijke handhaving van de absurd hoge tarieven die de meeste ontwikkelingslanden hanteren.

,,Om te beginnen: de ITU is er sterk voor telefoontarieven te oriënteren op de werkelijke kosten – ook in ontwikkelingslanden. We hebben nu voor de tariefsdaling een overgangsperiode ingesteld waarin bijna alle lidstaten zich konden vinden. Alleen de Verenigde Staten waren tegen, die wilden meteen naar lage tarieven. Maar als je dat doet zou in veel arme landen de telecomsector in elkaar kunnen storten, want nu zijn ze voor het onderhoud et cetera afhankelijk van die hoge tarieven. Voor het financieren van nieuwe telecominfrastructuur zijn er veel betere manieren, zeker als je concurrentie toelaat op je telecommarkt. Aan bepaalde licenties kun je bijvoorbeeld als voorwaarde verbinden dat er ook infrastructuur wordt aangelegd in economisch zwakke delen van het land.

U bent gekozen voor vier jaar, misschien komen er daarna nog vier jaar bij. Waar wilt u met de ITU naartoe tijdens uw termijn?

,,Alle telecomspelers van enig belang zijn lid van de ITU, en we zouden, veel meer dan nu het geval is, hét accumulatiepunt van telecomkennis voor de wereldgemeenschap kunnen zijn. Dit is de plaats om van gedachten te wisselen en informatie te verstrekken over nieuwe technieken die voor de hele wereld van belang zijn, zoals de digitale handtekening (zie kader, red.) en IP-telefonie. Telefoonkosten kunnen daardoor met een factor honderd omlaag! Informatie over dergelijke ontwikkelingen is essentieel om tot juiste politieke beslissingen te komen.''

Dan blikt Utsumi terug: hoe hij in zijn jongensjaren radiozenders bouwde, advocaat werd en onderminister van Post en Telecommunicatie in Japan – en hoe hij, enigszins tot zijn verbazing, nu de hoogste functie in de telecomwereld bekleedt. De barrières die vreemde talen opwerpen waren een steeds terugkerend thema. Vijftien jaar geleden begon in Japan zijn betrokkenheid bij computervertaalprogramma's en nu signaleert hij dat die techniek zich zo snel ontwikkelt dat telefonie tussen mensen die elk een andere taal spreken, binnen tien tot twintig jaar vrijwel volmaakt zal zijn. Je spreekt Japans en aan de andere kant van de lijn komt het er als Nederlands uit. ,,Ik wil dat de telefoon een brug tussen culturen wordt en dat kan als de taalbarrière wordt geslecht. Dat wordt dan de vijfde generatie. Met e-mail en internet zal het net zo gaan. Dan verandert de wereld compleet – en hoef ik niet meer aan mijn engels te werken.''

    • Michiel Hegener