Veel mensen ten onrechte op wachtlijst

Een kwart van de gehandicapten op een wachtlijst ontvangt al de gevraagde hulp. Bijna 20 procent heeft de hulp die werd aangeboden geweigerd.

Ruim 10 procent van de mensen op de wachtlijst heeft geen indicatie voor hulp. Dit zijn enkele van de uitkomsten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid van de wachtlijstgegevens voor de gehandicaptenzorg. Het is een 'quick scan' die door het onderzoeksbureau Research voor Beleid is uitgevoerd in opdracht van staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn). De onderzoekers hebben daarbij 82 willekeurig gekozen mensen op een wachtlijst uitvoerig ondervraagd over hun behoefte aan hulp. Volgens hen is het niet geheel zeker dat de uitkomsten van het onderzoek representatief voor de landelijke situatie zijn, maar ze maken wel duidelijk dat de wachtlijstgegevens niet betrouwbaar zijn. Volgens de (niet gecorrigeerde) gegevens zouden zo'n 18.000 mensen op een wachtlijst voor hulp in de verstandelijk gehandicaptenzorg staan. Daarvan was al bekend dat een aanzienlijk deel, geschat wordt de helft, op twee of meer lijsten voorkomt.

Ruim de helft van de mensen op de wachtlijsten krijgt al een of andere vorm van hulp, een kwart ontvangt zoals gezegd de geïndiceerde en door hen gewenste zorg. Nog eens 4 procent zegt zo tevreden te zijn met wat oorspronkelijk als 'second best-hulp' werd aangeboden dat ze niets anders meer willen. Een groot deel van de mensen die al de gewenste hulp krijgt zegt zich bewust niet als wachtende te hebben laten schrappen. Mocht ooit de hulp toch tegenvallen, dan staan ze in elk geval bovenaan de wachtlijst. Maar ook inrichtingen geven tot dusver niet door dat patiënten geschrapt kunnen worden.

Volgens de onderzoeker zou voor 11 procent van de wachtenden de situatie op dit moment 'onhoudbaar' zijn, bij 27 procent zou sprake van enige urgentie zijn. Maar de ze wijzen er daarbij op dat er landelijk geen uniforme criteria worden gehanteerd voor de classificatie van de behoefte aan zorg.

Vliegenthart schrijft vandaag de Kamer dat op 1 januari volgens de inrichtingen 11.500 mensen met een urgente vraag om zorg op een wachtlijst zouden staan, 500 meer dan op 1 januari 1999.