Toerisme en terrorisme

De vijand loert van alle kanten. De kidnapping en gijzeling op het Filippijnse eiland Jolo van Westerse toeristen, onder wie een Duits echtpaar en zijn zoon, en Maleisisch hotelpersoneel, was voor het weekblad Der Spiegel aanleiding weer eens diep in de geschiedenis van het internationale terrorisme te duiken. Van de hoogtijdagen van het Arabische en RAF-terrorisme in de jaren zeventig tot de vergelijkenderwijs armzalige schreeuw om internationale aandacht van de Filippijnse moslimgroep Abu Sayyal, Vader van het Zwaard. De teneur van het artikel is helder, met de verstoorde rust van de Duitse massatoerist als vertrekpunt.

Hoewel de Amerikaanse wens het eigen continent van een verdediging tegen intercontinentale raketten van `schurkenlanden' te voorzien iets anders suggereert, zijn op deze manier verstuurde massavernietigingswapens niet langer in staat de Westerse mens uit zijn evenwicht te brengen. Met een strak gezicht beweren Europese politici dat de Amerikanen de dreiging die uitgaat van landen als Noord-Korea en Iran overdrijven. Alsof zij over de betere inlichtingenrapporten beschikken. Als al gevaar dreigt, zeggen deze deskundige waarnemers, dan moet dat worden gezocht in aanslagen als die op het World Trade Center in New York en de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar-es-Salaam. En, vanzelfsprekend, in aanslagen op en gijzelingen van per definitie kwetsbare toeristen. De boosdoeners hebben geen raketten nodig om door de verdediging heen te dringen.

Het proces dat nu naar Schots recht in Zeist wordt gevoerd tegen twee door Gaddafi uitgeleverde Libiërs, lijkt die benadering te bevestigen. De ramp boven Lockerbie moet het slot zijn geweest van intriges waaraan de betere spionageroman zijn reputatie ontleent. Het is teleurstellend dat niet de intriganten zelf, maar op zijn hoogst twee schakels in de keten terechtstaan en dat op die manier het verhaal achter deze massamoord onverteld zal blijven. Mogelijk zijn er te veel partijen die er belang bij hebben dat de sporen niet al te ver terug worden gevolgd. Na het proces zullen schrijvers en filmmakers waarschijnlijk hun fantasie erop loslaten zoals dat met andere nooit helemaal opgehelderde wereldschokkende gebeurtenissen het geval is geweest.

Als broeinest van het internationale terrorisme geldt momenteel Afghanistan. The Far Eastern Economic Review van 11 mei heeft er een spannend verhaal aan gewijd waarop de vingertoppen van Westerse inlichtingendiensten een duidelijke afdruk hebben achtergelaten. Opzienbarend is dat zich een kongsi bezig is te vormen van staten die, als het op zoiets als vredeshandhaving in een verscheurd Afrikaans land of op de Balkan aankomt, elkaar niet weten te vinden. Volgens de Review gaat het om China, Rusland, Amerika, Turkije, Israel, India en Iran. Het is een wonderlijk samenraapsel dat echter één ding gemeen heeft: deze landen hebben alle last van de Talibaanvariant van het militante islamisme. Er kunnen aan de kongsi nog worden toegevoegd de regimes van Kirgizië, Kazachstan en Tadzjikistan die vorige maand met Rusland en China overeenkwamen gezamenlijk het vanuit Afghanistan geïnspireerde terrorisme te zullen bestrijden.

Het is lang niet zeker dat de kongsi beklijft. Tenslotte zijn er ruwweg twee manieren om met terroristen om te gaan: hen daadwerkelijk bestrijden of het met hen op een akkoordje gooien in de hoop dat ze hun activiteiten voortaan tot de buren zullen beperken. Die laatste lijn volgde China een tijdlang. Met geld en goede woorden probeerde Peking de Talibaan af te houden van steun aan de islamitische, autonomie eisende Oejgoer-minderheid in het Chinese westen. Kennelijk hebben de Afghanen geen waar voor de yuans geleverd.

Op zijn beurt staat Rusland nu op een tweesprong: onderhandelen met de Tsjetsjenen, zonodig in het diepste geheim, of proberen hun banden met het moslimextremisme met veel geweld door te snijden. Maar het gaat Moskou niet alleen om Tsjetsjenië. Bijna alle voormalige Centraal-Aziatische Sovjet-republieken worden met vanuit Afghanistan opgestookte rebellieën geconfronteerd.

Wat heeft Iran in zo'n club te zoeken? Toen op Iran gerichte shiieten in Afghanistan aan de winnende hand waren, stond Amerika aan de kant van zijn oude bondgenoot Pakistan, die weer de Talibaan steunde. Een Talibaans Afghanistan is dus niet wat de ayatollahs in Teheran voor ogen heeft gestaan. Sinds de Talibaan asiel verlenen aan de Saoedische dissident Osama bin Laden en sinds Washington in bin Laden het meesterbrein ziet achter de aanslagen in Nairobi en Dar-es-Salaam, is veel veranderd. Volgens de formule de vijand van mijn vijand is mijn vriend, ontdekken de VS en Iran hier een gemeenschappelijk belang.

Blijft over India. Wie Kashmir zegt, heeft de betrekkingen tussen India en Pakistan benoemd. Afghanen, niet noodzakelijkerwijs etnische Afghanen, maar alle soorten moslimfundamentalisten die in de oorlog tegen het Rode Leger in Afghanistan hun vuurdoop hebben gehad en het krijgsbedrijf geleerd, staan gereed om in Indiaas Kashmir het terroristische vuur brandende te houden. Ook New Delhi is er dus veel aan gelegen oude en nieuwe vrienden te interesseren voor de strijd tegen deze pest van de mensheid.

In de strijd tegen het terrorisme krijgen mislukkingen doorgaans meer aandacht dan successen. Eind vorig jaar werden in de VS en Canada 26 Algerijnen gearresteerd, verdacht van het voornemen aanslagen te plegen. Zij zouden connecties hebben met bin Laden. Tegelijkertijd hield de Jordaanse politie 15 Arabieren aan die het op Amerikaanse doelen in Jordanië zouden hebben gemunt. Inlichtingendiensten lopen niet te koop met hun winst- en verliesrekening, maar met deze operatie lijkt veel onheil voorkomen.

Bij een wereldomvattend gevaar behoort uit massapsychologische overwegingen een gezicht. Zonder een meesterbrein en een masterplan is een zinnige verklaring blijkbaar onmogelijk. In de tijd van het klassenstrijdterrorisme van een kwart eeuw geleden deed Carlos, alias de Jakhals, dienst als boosaardig symbool. Sinds 1994 zucht Carlos in een Franse gevangenis. Nu is voor hem Osama bin Laden in de plaats gekomen. Volgens sommigen lopen alle draden naar bin Laden, ook uit Jolo. Volgens anderen ligt de man op zijn sterfbed in Afghanistan. Resteert de werkelijkheid: de honderden doden van Lockerbie, Nairobi en Dar-es-Salaam en een handvol mensen op een ver tropisch eiland die hun vakantie veranderd zagen in een nachtmerrie. Terrorisme en toerisme lijken voorgoed met elkaar verbonden verschijnselen.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.