Strijder voor de grilligheid des levens

Hoe beroemder de kunstenaar, hoe meer hij het slachtoffer is van mythevorming. Exacte kennis van leven en werk doet er, zo lijkt steeds, minder toe en de serieuze onderzoekers hebben meestal het nakijken. Zelfs wanneer een kunstenaar de stadia van overdreven onder- en overwaardering glansrijk heeft doorstaan, hoeft de wetenschapper niet te rekenen op een genuanceerde opvatting bij het grote publiek. De Amerikaanse musicologe Caryl Emerson heeft de moed echter nog niet opgegeven. Gewapend met de kennis, die tot nu toe vrijwel uitsluitend bij haar vakgenoten bekend was, gaat zij de communis opinio voortvarend te lijf. Al moet zij het meer hebben van haar kennis dan van haar stijl, de aanvalsdrift is er niet minder om.

Sleutelwoord voor dit boek is revisie van het al lang bestaande beeld, zowel door haar aanpak als door haar visie. Het meeste wat we over Musorgsky's leven denken te weten, berust volgens haar eerder op visies dan op feiten. Het aantal over hem bekende feiten is veel geringer dan we tot nu toe dachten. Maar dat weinige belet Emerson niet om de heersende inzichten onverdroten te lijf te gaan, wat er op neer komt dat zij de ene interpretatie vervangt door de andere. En hoe weinig zij ook over hem zegt te weten, dat weinige is kennelijk voldoende om zijn werk vrij drastisch te verklaren uit zijn leven. Wie noodgedwongen veel moet interpreteren, kan zich immers naar hartelust uitleven. En het moet gezegd: hoe beperkt haar visie ook is, ze overtuigt wel.

Oblomov

Musorgsky was van adellijke afkomst en leefde zoals het een aristocraat betaamde: van anderen. Zijn lijfboek werd de roman Oblomov waarmee hij kennis maakte in de jaren vijftig. Dit boek, dat op het leesplankje van de toenmalige Russische aristocratie even vanzelfsprekend was als de Bijbel in de protestantse Hollandse huiskamer, Jan Cremer in de jaren zestig en Lulu Wang nu, beschrijft de levensloop van een man die bij voorkeur niets doet, aan alle kanten wil worden verwend en graag alles bij het oude houdt. Religie is niet per se noodzakelijk, maar humor, met name gevoel voor het absurde, is even onmisbaar als brood en alcohol. Een afkeer van elk academisme en een ingekankerd pessimisme had hij zo niet van huis uit, dan toch zeker van jongs af aan.

Die instelling probeerde hij te behouden toen tsaar Alexander II in 1861 de lijfeigenschap afschafte. In één klap was een groot deel van de heersende klasse zonder inkomsten en moest zij doen wat men absoluut niet gewend was: werken om den brode. Musorgsky koos aanvankelijk voor een militaire loopbaan, maar in het leger had hij weinig succes. Zijn tweede carrière, in de bureaucratie, was al evenmin bevredigend.. Een lage rang in het leger betekende immers een lage rang in het staatsapparaat en daarmee een laag inkomen. Een roeping als componist lonkte (de eerste composities stonden al op papier), maar een eigen taal was er nog niet. Het thema van zijn werk stond echter al vroeg vast: al zijn grote werken sedert 1861 zijn, als we Emerson mogen geloven, gesublimeerde uitingen van een aan lager wal geraakte aristocraat die met de liefde in het bijzonder en het leven in het algemeen weinig op had. Veel sprekender voor zijn oeuvre is niet het veel genoemde feit dat zijn meeste opera's onvoltooid bleven, maar het antwoord op de vraag welke delen van die opera's hij wel en niet schreef. In `Salammbo' voltooide hij wel de meest cynische scènes en liet hij de conventionele liefdestaferelen links liggen. Over `Het huwelijk', naar een verhaal van Gogol, de grootste absurdist onder de Russische schrijvers en een van Musorgsky's grootste idolen, zegt Emerson zeer kort: er gebeurt niks. Na deze `études in drama' vindt de Russische opera rond 1870 zichzelf. `Uit' raakt de invloed van het Italiaanse bel canto van Verdi. `In' komen de onderwerp uit de Russische geschiedenis en een declamatorische, reciterende wijze van zingen. Musorgsky begreep meteen dat de nieuwe tijdgeest en de nieuwe muzikale taal geen belemmering vormden voor zijn inmiddels gerijpte muzikale persoonlijkheid. Boris Godoenov handelt over een vorst die moeilijk een besluit kan nemen. Niet verrassend ontbrak in de eerste versie een clichématige liefdesscène, waarop de censor de opera afwees. De tweede versie bevatte wel de gevraagde scène waarop de censor instemde, al is deze liefde binnen dit drama niet functioneel. Zijn volgende opera `Chovantsjina', handelt over een groep gelovigen (de Chovantjins) die ten tijde van tsaar Peter de Grote niet met de nieuwe orde wil meegaan.

Ballets Russes

Rimsky-Korsakov, die zeer begaan was met Musorgsky's lot maar van diens muziek en wereldbeeld weinig begreep, voegde aan het onvoltooide slot van `Chovantsjina' een passage toe, als teken dat de geest van de nieuwe tijd in de opera zou zegevieren, wellicht tegen de zin van Musorgsky, in ieder geval tegen de zin van Emerson. Rimsky-Korsakov was hiermee slechts de eerste die na de zeer Russische dood van de componist in 1881 (hij overleed aan de gevolgen van alcohol) de componist naar zijn hand zette. Hoewel hij de partituur van `Boris Godounov' en nog meer `Chovantsjina' enorm geweld aandeed, bracht hij zodoende deze werken wel onder de aandacht van het grote publiek, al kwam dat publiek pas op de werken af in 1908 toen Diaghilev met zijn Ballets Russes Parijs aandeed.

Debussy en Stravinsky bewonderden Musorgsky mateloos en bombardeerden daarmee de negentiende-eeuwer tot een modernist avant la lettre. De onacademische vormen en de duidelijke afkeer van romantische welluidendheid spraken immers boekdelen. In 1922 orkestreerde Maurice Ravel de `Schilderijen van een tentoonstelling'. Voorheen leidde deze pianocyclus een obscuur bestaan, sindsdien speelt iedereen het.

Vrijwel gelijk met de roem in het westen kwam de Russische Revolutie. Zich baserend op de criticus Stasov en de eigen ideologische kortzichtigheid, verhieven de communisten deze aristocraat tot een advocaat van het volk dat immers in zijn opera's een grote rol speelt. Een dissidente visie kon pas aan de feiten getoetst worden ten tijde van de glasnost.

Na de componisten, modernisten, communisten en talloze fantastische zangers, pianisten en dirigenten, zijn nu de musicologen aan de beurt. Voor Emerson, en nog meer haar belangrijkste wetenschappelijke informant de Amerikaanse musicoloog en slavist Richard Taruskin, is Musorgsky een geschenk uit de hemel in zijn openlijke strijd (en een beetje verhuld en afgezwakt ook Emersons strijd) tegen het modernisme, tegen het communisme en voor de grilligheid des levens en voor een aristocratisch kwaliteitsbesef. Emerson zegt het niet met zoveel woorden (ze is ondanks haar goede wijze van populariseren vrees ik te veel een wetenschapper om polemisch te kunnen zijn), maar een componist met wie velen al zo lang zo veel kunnen en willen, kan uitsluitend zeer groot zijn.

Caryl Emerson: The life of Musorgsky. Cambridge University Press, 194 blz. ƒ49,90

    • Emanuel Overbeeke