Slatkin dirigeert met een overdaad aan contrasten

Vele duizenden kilometers scheiden Washington, thuisstad van dirigent Leonard Slatkin, van het Rijnland waaraan Schumanns Derde symfonie haar bijnaam `Rheinische' dankt. In de muziek van eigen bodem bewees Slatkin vorig jaar in het Amsterdamse festival `American Adventures' zijn expertise, maar het licht dat hij toen deed schijnen over componisten als Ives, Copland en Carter, blijft nu bij het Concertgebouworkest veelal uit in de gespeelde werken van Beethoven, Sibelius en Schumann.

Het contrastrijke Vioolconcert van Sibelius begint met dromerige nevelklanken, waaruit zich als een matineuze woudvogel de soloviool verheft. Zo ook klonk hier het spel van violist Christian Tetzlaff. Ingetogen passages vertolkte hij met lucht en gratie, een prettig zwelgende zwoelte regeerde in de vele zwaar-in-de-snaar virtuositeiten.

De kracht van Sibelius' concert schuilt echter ook in de manier waarop de solopartij en het orkest elkaar doorkruisen, en die wisselwerking werd hier door vele schoonheidsfoutjes vertroebeld. Zowel in timing als sfeer lagen de visies van Slatkin en Tetzlaff soms verder uiteen dan wenselijk zou zijn geweest.

De dwingende toonherhalingen van het Allegro ma non tanto weerklonken bij Tetzlaff met de gewenste nadruk, maar Slatkin drukte een stempel op het orkest dat meer rijk was aan dynamische contrasten dan aan muzikale eigenheden, waardoor het geheel niet de sprekendheid bezat die de partituur wél in zich draagt.

Een tot matheid leidende veelheid aan uitersten kenmerkte ook Beethovens Ouverture Leonore nr. 3, die Slatkin eerder deze week in combinatie met werken van Stravinsky en Elgar dirigeerde.

Niet op Beethoven en Sibelius, maar op Schumann bleek Slatkin zijn aandacht te hebben gericht, want diens Derde symfonie klonk, hoewel wat bedaagd van opzet, aanmerkelijk verzorgder. Slatkin dirigeerde niet Schumanns wollige, door veel dirigenten gehekelde origineel, maar handhaafde het grootste deel van de ongeveer honderd correcties in de orkestratie, waarmee Mahler de melodische bouw van het werk drastisch ophelderde. Mede daardoor herwon het Concertgebouworkest in het idyllische Scherzo haar verende elegantie en in het slotdeel (`lebhaft') herleefde in een rul ronkende strijkersklank ook de vertrouwde rijkdom aan klankkleuren.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Leonard Slatkin m.m.v. Christian Tetzlaff (viool). Gehoord: 10/5 Concertgebouw, Amsterdam. Herh: 14/5. Radio 4: 14/5, 14.15 uur (live).

    • Mischa Spel