Inflatie stijgt naar 2,1 procent

De inflatie is afgelopen maand iets hoger uitgekomen dan in de eerste drie maanden van dit jaar. Ten opzichte van vorig jaar beliep de stijging van de consumentenprijzen in april 2,1 procent, tegenover 2,0 procent als `voortschrijdend jaargemiddelde' in januari en februari en 1,9 procent in maart.

Gemiddeld genomen zijn de prijzen tussen maart en april 2000 gestegen met 0,4 procent. Vooral groenten, fruit en koffie werden duurder, evenals vakantie-arrangementen. Benzine en aardappelen waren in april iets goedkoper dan in maart.

De afgeleide prijsindex (de prijsstijging zonder gestegen indirecte belastingen) lag in april 1,7 procent hoger dan een jaar geleden in dezelfde maand. Dit cijfer geldt ook als percentage voor de Europese vergelijking. De prijsstijging in Nederland ligt vrijwel op het gemiddelde in de Europese Unie. Voor de vijftien EU-landen is in maart een gemiddeld inflatiecijfer van 1,9 procent berekend. Voor de elf landen van de zogenoemde eurozone gaat het om 2,1 procent. Nieuwe Europese cijfers voor de maand april zijn nog niet bekend.

De inflatiecijfers worden binnen de Europese Unie met extra belangstelling gevolgd. Door de lage koers van de euro – die tegenover de Amerikaanse dollar sinds januari 1999 bijna een kwart aan waarde verloor – dreigen de elf landen binnen de eurozone inflatie te importeren. Dat zou het gevolg zijn van de relatief dure import uit de VS en Groot-Brittannië.