`Ik was heel goed in jong zijn'

`Eureka Street', de nieuwste roman van Robert McLiam Wilson is verfilmd en in afleveringen zondagavond bij de VPRO te zien. Zijn debuut `Ripley Bogle' verscheen onlangs in het Nederlands. `Het is vreemd om te praten over een boek dat ik meer dan 13 jaar geleden schreef.'

Belfast, die onpretentieuze working class-stad waar mensen er niet van houden als je je te chique gedraagt, is een nuttige omgeving voor een schrijver, meent de Noord-Ierse schrijver Robert McLiam Wilson. ``Het is heel belangrijk om een zekere nederigheid over je functie te voelen. Bijna elk willekeurig ander beroep is interessanter en belangrijker voor de gemeenschap.'' Net terug van een festival in Brussel is McLiam Wilson nu in Nederland voor de promotie van de vertaling van Ripley Bogle, zijn eerste roman. Maar de kettingrokende, liters zwarte koffie consumerende Ier oogt wat pips. Hij heeft de laatste tijd zo weinig nachtrust gekregen dat hij het instorten nabij is, verklaart hij. Want niet alleen lijdt hij aan slapeloosheid, hij werkt bovendien uitsluitend 's nachts. Ondanks zijn relativering van het beroep heeft McLiam Wilson het erg druk als fulltime schrijver.

McLiam Wilson (Belfast, 1964) brak op 22-jarige leeftijd zijn studie in Cambridge af om te gaan werken aan zijn debuutroman. Dat werd Ripley Bogle (1989), een autobiografisch verhaal over vier dagen uit het leven van een jonge Ierse zwerver in de straten van Londen, doorspekt met diens herinneringen aan zijn jeugd in Belfast en studietijd in Cambridge. Het boek is geschreven in een opvallende, barokke stijl vol verwijzingen naar andere romans en dichters, wat hem onmiddellijk vergelijkingen met James Joyce opleverde, alsook een aantal literaire prijzen. Sindsdien schreef hij nog drie andere boeken. Van zijn nieuwste roman, Eureka Street, werd een BBC-serie gemaakt die te zien is bij de VPRO op zondagavond. Het Nederlands is zo ongeveer de laatste taal waarin zijn werk nu is vertaald, na het Catalaans, Pools, Turks en Japans.

``Het is wel een beetje vreemd om te praten over een boek dat ik meer dan 13 jaar geleden begon te schrijven'', vertelt McLiam Wilson. ``Het is het product van mijzelf als kind nog, bijna. Ik was zoveel jonger, enthousiaster, arroganter, zoveel dommer, maar ook zoveel positiever dan ik nu ben. En omdat het semi-autobiografisch is, houdt het me een beeld van mijn jeugd voor. Laatst zag ik een toneelbewerking in Londen, en voelde me erg oud. Ik was er namelijk heel goed in jong te zijn. I was really excellent at being 17. Weliswaar dakloos zo nu en dan, maar toch, really shithot.''

In tegenstelling tot de titelheld van Ripley Bogle was McLiam Wilson voornamelijk dakloos in Belfast. ``In Londen leefde ik nooit langer dan een week achter elkaar op straat. En ook in Belfast ging het uiteindelijk maar om een korte periode. Het is overigens een stuk beter om dakloos te zijn in een provinciestadje dan in Londen, waar er een hele prostitutie- en drugsindustrie bestaat die draait op daklozen. Op de stations daar staan altijd mensen klaar om jonge meisjes en jongens die eruit zien alsof ze nergens heen kunnen, te onderscheppen.

``Ik denk dat ik altijd wel wist, toen ik dakloos was, dat ik wel weer op m'n pootjes terecht zou komen. En ik was 17, full of juice, toch al gelukkig. Het was een heel interessante ervaring voor een romanschrijver. Het levert je een echte, intieme kennis van de stad op, omdat je erin slaapt. Je leert een stad net zo goed kennen als de gemiddelde persoon zijn bed kent. Er zijn verscheidene stoepen in verscheidene steden waar ik intiem mee bekend ben. En gek genoeg vind ik het nog steeds spannend om op straat zomaar een kwartier te staan wachten. Maar het was tegelijkertijd wel degelijk hard. De kou was vreselijk, zomer of winter, dat maakt niet uit in het Verenigd Koninkrijk. En de honger! Dakloosheid vervormt ook voorgoed je relatie met geld. Juist als je helemaal niets hebt, wordt geld totaal onbelangrijk. De laatste paar munten die je nog over hebt, voelen als wegwerpgeld. Maar als ik tegenwoordig om een of andere reden geen geld uit de bankmachine kan krijgen, raak ik acuut in paniek, zelfs als ik weet dat er een groot bedrag op mijn rekening staat. My life loses meaning immediately, ik schaam me dood, voel me een afgewezen, dakloze leegloper.

``Ripley Bogle is het boek van een heel jonge man, en zit daarom ook vol loze drukdoenerij en pretentieuze termen'', vervolgt McLiam Wilson. ``Een aantal daarvan heb ik weer uit de herdrukken en vertalingen geschrapt, omdat ik zelf niet eens meer wist wat ik ermee bedoelde. Ik stopte er dingen in alleen maar omdat het goed klonk: `Hey, look, I know this word!' Maar juist omdat ik zo jong was toen ik het schreef, heeft het een zekere toon die ik nu niet meer kan oproepen. Het zit vol jeu, vuur, levenslust. Ik vond het ook heel belangrijk dat het boek geestig zou worden. Dakloosheid en Noord-Ierland in de periode waarin het boek speelt, zijn namelijk niet zo om te lachen.''

McLiam Wilsons uitbundige stijl in Ripley Bogle had minder te maken met zijn studie Engels dan met het feit dat hij als voorlijk kind altijd 19de-eeuwse romans las. Net als zijn titelheld stal hij die uit de volwassenenafdeling van de plaatselijke bibliotheek, omdat daar niemand oplette. McLiam Wilson: ``In de 19de-eeuwse roman zie je de ontwikkeling van de moderne stad, van een sociaal geweten en een sociaal contract weerspiegeld. In mijn laatste roman Eureka Street probeer ik een dergelijk beeld te schetsen van Belfast. Mensen die in dezelfde stad wonen, hebben een contract met elkaar, sluiten compromissen. In Belfast is er een klein foutje in het contract geslopen. Dat noemen ze de kleine lettertjes. In feite gaat het om een conflict tussen minderheden. Vijfhonderd man terroriseren de stad, terwijl de overige 750.000 zoveel mogelijk doorgaan met hun dagelijks leven. Mijn boeken zijn niet voor die mensen die per se Brits of Iers willen zijn, maar voor de meerderheid die het niets kan schelen.''

In zekere zin zijn al zijn boeken een aanklacht tegen geweld, en een poging om het beter te begrijpen, vertelt McLiam Wilson. ``Ik groeide op in een arme, militant katholieke buurt in West-Belfast, maar naarmate ik ouder werd, verhuisden we daar gelukkig steeds verder vandaan. Toen ik nog klein was, zag ik hoe vooral jongens van een jaar of 17, 18 voor die militante groeperingen vielen, en uit fanatiek idealisme de gruwelijkste misdaden begingen. De meeste van hen zijn nu dood of gevangen. Mij hebben ze nooit gevraagd; ik had wel graag willen weigeren.'' Een gruwelijke scène in Ripley Bogle beschrijft hoe een jong meisje met gloeiend teer wordt overgoten, omdat ze zwanger is van een protestantse jongen. McLiam Wilson: ``Ik ben als jongetje zelf getuige geweest van een paar van zulke tarrings, en vind het een van de lelijkste vormen van openbare geweldpleging die er zijn. Die meisjes waren vaak ongeveer even oud als mijn babysitters, en omdat ik altijd grote hartstochten koesterde voor mijn babysitters stond het erg dicht bij me. De arrogantie van die militante activisten, die niet alleen denken precies te weten welke politieke overtuiging goed voor je is, maar ook nog eens menen je seksuele voorkeuren voor je te kunnen bepalen!

``Sommigen van die revolutionaire extremisten blijken gewone criminelen, mensen die meedoen omdat ze er aardig aan kunnen verdienen'', vervolgt McLiam Wilson. ``Maar veel vaker nog gaat het om echte fascisten, mensen die levensgevaarlijk zijn omdat ze onvoorwaardelijk in hun eigen bizarre morele overtuiging geloven, en geen enkel gevoel voor humor en zelfrelativering hebben. Een reden te meer dus om in mijn boeken zoveel mogelijk humor te stoppen.''

Robert McLiam Wilson: `Ripley Bogle', vert. Manon Smits. De Geus, 413 blz. ƒ49,90

`Eureka Street', vert. Manon Smits. De Geus, 432 blz. ƒ49,90

Buitenlandse literatuur

    • Corine Vloet