Ik hoef niet elke bruiloft op te luisteren

Dat jazz niet iets van een vergrijsde generatie is, bewijst de jongste generatie jazz-zangeressen, opgeleid aan het conservatorium.

Zondagmiddag in het B&W-café in Amsterdam. Op het kleine podium hebben vier muzikanten plaats genomen, het publiek zet zich aan tafeltjes met brandende kaarsen. Al bij de eerste klanken beginnen voeten te wippen, hoofden te knikken, handen op dijen te tikken. Afgezien van wat jongeren en een enkele kleuter zijn de meesten van de generatie die in de jaren zestig rokerige jazzkelders met druipkaarsen in mandflessen frequenteerde. De serie `Jazz op zondagmiddag' van bassist René van Beeck staat op het programma en gast is deze keer zangeres Fee Claassen, een nieuw jazz-talent. Veterane Greetje Kauffeld had me op haar opmerkzaam gemaakt: ,,Ze is nog niet zo bekend maar het is een geweldig talent, een echte jazz-zangeres met een goede timing.''

Na de bloeitijd van diva's als Rita Reys, Ann Burton en Greetje Kauffeld is het een tijd tamelijk rustig geweest op het jazzfront. Maar de laatste jaren is een nieuwe generatie zangeressen – en een enkele zanger – bezig zich naar de top te worstelen. Hun repertoire leunt vaak aan tegen pop, musical, wereldmuziek en easy listening. De meesten komen van de conservatoria, die zo'n vijftien jaar geleden begonnen met jazz-opleidingen. De jazz, een tijdlang afgedaan als het erfgoed van een vergrijsde generatie, heeft daardoor weer wat aan status herwonnen, maar het publiek blijft beperkt en het aantal jazzpodia is omgekeerd evenredig met de hoeveelheid afgestudeerden, enkele tientallen per jaar, die zich op de markt verdringen. Sommigen maken een hele of halve cd en zinken vervolgens geruisloos weg in een circuit van bruiloften en partijen, achtergrondkoortjes of lespraktijken. Zo'n dertig tot veertig getalenteerde vrouwen weten zich met succes staande te houden.

Fee Claassen (30) staat aan het begin van haar carrière. Ze zat net een jaar op de kleinkunstacademie toen ze een cd hoorde van Deborah Brown, destijds zangdocent in Hilversum. ,,Die opname ik een zomer lang grijs gedraaid. Dát wilde ik ook. Ik ben meteen overgestapt naar het conservatorium. Ik ben vrij laat afgestudeerd, omdat ik al tijdens de studie door bands werd gevraagd, onder meer die van Tony Overwater en het Amsterdam Jazz Quintet.''

Ze viel op door haar gevoel voor improvisatie. Meteen na haar studie aan het conservatorium in Den Haag vroeg zangeres Marjorie Barnes haar improvisatieles moderne jazz te komen geven aan het Rotterdamse conservatorium. ,,Improviseren kun je trainen door veel luisteren en oefenen,'' vertelt Claassen. ,,Vaak zie je zangers een beetje doelloos om de toon bewegen, maar je moet een target noot hebben waar je naartoe werkt. Ik ben bezig daar een lesprogramma voor te maken. Daarvoor rafel ik accoordenschema's in toonladders uiteen en maak daar oefeningen van.''

Dit najaar komt haar eerste eigen cd uit, ze doet mee aan het komende North Sea jazz-festival en is bezig een eigen band samen te stellen. ,,Dan vraag ik ook hulp van een impresario. Want zonder impresariaat is het moeilijk om in het juiste circuit te komen van theaters en jazzclubs met een goede akoestiek en regels voor het roken. Als ik een avond in een rokerige ruimte heb gezongen, heeft mijn stem twee dagen nodig om weer bij te komen.''

Jazzlunch

Mangerie De Kersentuin in het Amsterdamse Bilderberg Garden Hotel is op een lentemiddag volgestroomd voor een exquise `Jazzlunch'. Men is er netjes op gekleed, ook hier overheerst de generatie 50-plus. Tussen de terrine van ganzenlever met truffel en de gegrilde doradefilet met kreeftenextract treedt het trio aan van pianist Rob van Kreeveld, het combo dat Rita Reys doorgaans begeleidt. Zangeres is Madeline Bell, een zwarte Amerikaanse met een lange, internationale staat van dienst, die veel in Nederland optreedt. Haar opkomst is sprankelend, met een wendbare stem zingt ze liedjes van de Beatles, Fats Domino, Gershwin en Ray Charles. Ze laat de eters klappen en zingen en flirt in de zangpauzes ervaren met de onverstoorbaar doorriedelende pianist. Het lunchpubliek hangt aan haar lippen en na de kalfshaas waagt een enkeling zich zelfs op de dansvloer. Bell maakt zich er niet makkelijk van af, drie keer verschijnt ze met een lange reeks songs. Na afloop laat ze zich in de hal van het hotel nog fotograferen met hotelleiding en andere liefhebbers, daarna zoeft ze weer weg naar een volgend optreden.

Wie aan jazz begint, weet dat er onder wisselende omstandigheden moet worden gezongen. Ook iemand met de reputatie van Bell staat niet alleen in volle theaters. ,,Als je begint moet je niet bang zijn om op feesten en partijen te zingen waar gerookt, gegeten en gepraat wordt,'' zegt Greetje Kauffeld, die tien jaar heeft lesgegeven aan het (inmiddels met Amsterdam gefuseerde) Hilversumse conservatorium en zes jaar in Zwolle. Hilversum was vanouds dé kweekvijver van jazztalent. Kauffeld: ,,Toen de opleiding begon waren er veel muzikanten onder de docenten. Wij kwamen uit de praktijk en dan geef je op een andere manier les. Daar zijn grote talenten uit voortgekomen. Bij jazz gaat het om timing, frasering, omgaan met stiltes, pauzeren om spanning op te bouwen. Je moet het in je hebben, je kunt het door veel te luisteren ontwikkelen, maar niet aanleren, want dan wordt het gekunsteld. Daarbij moet je doorzettingsvermogen hebben, creatief zijn en vooral niet lui.''

Een van de studenten uit die begintijd van de Hilversumse opleiding is Lydia van Dam (36). Lovende kritieken begeleiden tot nu toe haar carrière. Ze wordt geroemd om haar volle, `loepzuivere' stem en om de vrijheid en het gemak waarmee ze de muziek een eigen wending geeft. Ze treedt op met haar eigen Lydia van Dam Group en geeft les aan de conservatoria in Amsterdam, Utrecht en Zwolle. Het lesgeven geeft haar een financiële basis waardoor ze in haar optredens selectief kan zijn. ,,Ik hoef niet elke bruiloft op te luisteren. Bij feestelijkheden willen mensen niet luisteren en als ze een bekend nummer horen, willen ze het net zo uitgevoerd hebben als op de plaat. Daar heb ik op zichzelf niets op tegen, maar voor mij is het niets. ''

Met haar groep, waarmee ze ook veel in Duitsland optreedt, heeft Van Dam drie cd's gemaakt, waarvan de laatste, Both sides now, met bewerkte songs van de Canadese zangeres Joni Mitchell. ,,Het voordeel van een eigen band is dat je de muziek kunt uitdiepen,'' zegt ze. ,,Je raakt op elkaar ingespeeld en komt op ideeën die je in eenmalige samenkomsten niet verder kunt uitwerken. Maar alleen van een band kan je niet bestaan. Bij de theatertournees houden we per persoon ongeveer 300 gulden netto per optreden over. In het commerciële circuit van feesten en congressen kan dat oplopen tot het drievoudige.''

Het theaterseizoen loopt al in april ten einde. Daarna zijn er de festivals, feesten en cafés. Optredens in kleine cafés zijn grotendeels liefdewerk, maar musici pakken die aan om nieuwe ideeën en composities uit te proberen. Beter dan in Nederland is het jazzklimaat in Zweden en Denemarken, vinden de zangers. Ook in Japan waar onder meer zangeres Laura Fygi furore maakt, is een groeiende belangstelling. Bakermat Amerika is een bijna onneembare vesting. De Nederlandse Fleurine heeft daar de eerste schreden gezet, maar die is dan ook zo fortuinlijk geweest de virtuoze Amerikaanse jazzpianist Brad Mehldau in de armen te lopen die haar nu privé, op de planken en op haar cd Close enough for love begeleidt.

Golvende lokken

Hallelujah I love him so. In Theater Bouwkunde in Deventer klinkt een warme, volle stem. In het kleine bovenzaaltje met lijsttoneel zingt Carmen Gomes, anders dan haar naam doet vermoeden, een blondine met golvende lokken tot over haar middel. ,,Ik heb Portugese voorouders,'' zo verklaart ze haar naam. ,,Maar dat heeft verder niets met mijn repertoire te maken.'' Terwijl aan de tafeltjes de wijn vloeit brengt ze een programma met arrangementen van liedjes van Ray Charles, een mengsel van blues en soul, dat ze zelf aan elkaar praat. Want wie een theater vol wil krijgen moet iets herkenbaars te bieden hebben, vandaar dat jazz-optredens soms in showverpakking worden gepresenteerd. Zo is Lydia van Dam vanaf september te zien en horen in de theatershow RESPECT, een ode aan de soul-muziek van onder meer Aretha Franklin, en doet zangeres Astrid Seriese volgend seizoen mee aan het programma Help met Beatle-songs.

,,Mensen komen sneller als ze weten wat het programma behelst, anders zijn ze bang dat ze piep-knor krijgen en dat willen ze niet,'' zegt Carmen Gomes. ,,Voor dit programma hebben we de mooiste en leukste liedjes van Ray Charles uitgekozen.'' Gomes schrijft zelf teksten die te horen zijn op haar sfeervolle cd Gazing at the sun. Ze gaan over liefde en verlangen, maar ook over haar kindertijd, toen er nog wolven van het behang sprongen. ,,Ons eigen werk spelen we vooral op festivals en jazzpodia,'' zegt ze.

Gomes heeft altijd gezongen: ,,Mijn oma hoorde me al zingen als mijn moeder met mij in het kinderzitje aan kwam fietsen.'' Op school zong ze bij popbandjes. Ze had in de popmuziek verder kunnen gaan maar koos voor de – veel minder lucratieve – jazz. Het jaar dat ze van het conservatorium kwam, 1994, won ze ook het Nederlands Jazz Vocalisten Concours. Moeite om aan het werk te komen heeft ze nooit gehad. ,,Dat wil niet zeggen dat ik klaar ben. Jazz bestaat uit allerlei muzieksoorten waarmee je ontzettend veel combinaties kunt maken. Hoe verder je komt, hoe meer nieuwe mogelijkheden je ontdekt.''

Een instrumentalist kan zich achter zijn instrument verschuilen, als de zangeres opkomt zijn alle ogen op haar persoon gericht. ,,Je moet er een bepaalde persoonlijkheid voor hebben, je moet het prettig vinden in de schijnwerpers te staan,'' zegt Ilsa Huizinga (33), een Amsterdamse jazz-zangeres die door critici is omschreven als `een engel op aarde, warm, swingend en met een discrete sexy stijl'.

,,Ik draag graag sierlijk vallende, getailleerde galakleding met voiles en changeant stoffen, en een décolleté - maar niet op de manier van Vanessa. Je leert in de praktijk op details te letten. Op toneel moet een barkruk aanwezig zijn en mijn haarborstel moet in mijn tas zitten, anders ga ik daaraan staan denken en verlies ik mijn concentratie. En als ik mijn gel vergeten ben, dan ben ik echt ongelukkig.''

Waarschijnlijk nog eind dit jaar komt haar derde cd uit. Ilsa Huizinga, lang blond haar, jeugdige uitstraling, net moeder geworden, studeerde eerst management aan de Universiteit van Amsterdam. Ze stapte over op de jazz, bracht een bliksembezoek aan het conservatorium en studeerde verder via privé-lessen, workshops en de praktijk. Tijdens een van haar optredens ontmoette ze haar man, pianist/arrangeur Erik van der Luijt met wie ze nu samenwerkt in een eigen band. ,,Mijn man heeft een enorme verzameling bladmuziek. Daar zit ik altijd in te snuffelen en soms vind ik ineens een schat. Ik houd van de swing-stijl, vooral van grote componisten als Porter, Gershwin, Ellington. Ze schrijven vaak composities met mooie melodische lijnen en een tekst die ik naar mijn hand kan zetten. Ik heb een voorkeur voor optimistische, of poëtische stukken. Zelf schrijven begin ik niet aan, dat doen anderen beter. Mijn ambacht is het zingen. Dat is mijn talent. Ik probeer een zo rijk mogelijk scala aan uitdrukking, frasering, timing en klankkleur te ontwikkelen. Daarmee interpreteer ik.''

In haar lespraktijk heeft ze gemerkt hoe enthousiast jongeren kunnen worden voor de jazz. ,,Het is nu een wat ondergronds gebeuren, maar het heeft zeker potentie voor een jonger publiek. Ik zou het fijn vinden als er meer aandacht voor kwam. Misschien dat jongeren dan hun koudwatervrees verliezen.''

Cd's o.a.: Fee Claassen, `Simply Be', met Carolyn Breuer, saxofoon, CHR70017, 1995; Lydia van Dam, `Both Sides Now, Lydia van Dam sings Joni Mitchell'. VIA/Invitation, cd 9920722, 1999; Carmen Gomes, `Gazing At The Sun', Carmen Gomes Inc. R 10603; Ilsa Huizinga: `Voices within', 1999. Prod. Erik van der Luijt.

    • Gerda Telgenhof