Het verleden heeft het gedaan

``Ik houd van de waarheid die alleen door verhalen kan worden overgebracht', zei Bernhard Schlink (56) twee jaar geleden in een gesprek met deze krant. ``Soms biedt een verhaal meer inzicht dan welke wetenschappelijke verhandeling of theorie ook.' Met Der Vorleser (1995) had de Duitse schrijver en rechtswetenschapper die laatste stelling kracht bijgezet. De geruchtmakende roman, over de liefde van een schooljongen voor een oudere vrouw met een oorlogsverleden, maakte het Duitse schuldgevoel van de Nachkriegsgeneration voelbaar, en werd onderwerp van gesprek in meer dan 25 landen. In Amerika werden er onder Oprahs vleugels zelfs 2,5 miljoen exemplaren van verkocht.

Het thema van De voorlezer – hoe kun je accepteren dat de dierbaren uit je jeugd nazi's waren – komt terug in het openingsverhaal van Liebesfluchten, dat zeven nieuwe mini-novelles van Schlink bevat. In `Das Mädchen mit der Eidechse' wordt een raadselachtig jaren-dertigschilderij in vaders studeerkamer voor een jongen het beginpunt van een zoektocht naar het verleden van zijn ouders. Zelfs wanneer de vader zijn baan als rechter verliest en aan de drank raakt, komt de jongen niet achter de ware toedracht van diens oorlogsverleden. Als hij na de dood van zijn vader het schilderij erft, probeert hij de biografische gegevens van de joodse schilder te achterhalen om zo de raadsels op te lossen. Het spoor loopt dood, en de jongen beseft dat het fanatieke zoeken hem tot een asociaal persoon heeft gemaakt. Als hij uiteindelijk het schilderij verbrandt, wacht hem een verrassing...

`Verbergen is vermoeiend', zegt één van de personages uit `Das Mädchen mit der Eidechse'. Het zou het motto kunnen zijn van veel van Schlinks verhalen. Zo beschrijft `Der Seitensprung' (dat zich laat vertalen als `Het slippertje' maar ook als `De misstap') de crisis in een gelukkig Oost-Duits huwelijk wanneer blijkt dat de man zijn vrouw en zijn West-Duitse vriend jarenlang voor de Stasi heeft bespied. En `Der Andere' gaat over een weduwnaar die ontdekt dat zijn huwelijk minder rimpelloos is geweest dan hij altijd heeft gedacht: kort nadat zijn vrouw aan kanker is overleden, maakt hij een voor haar bestemde brief open die van een vroegere minnaar blijkt te zijn.

De manier waarop `Der Andere' is opgebouwd, trefzeker en vol dubbele bodems, is kenmerkend voor Schlink, die zijn literaire carrière begon met psychologische detectiveromans. In de eenzame onzekere dagen na de begrafenis rijst bij de hoofdpersoon van het verhaal al twijfel aan de onvoorwaardelijke trouw van zijn vrouw voordat hij daarin door de brief bevestigd wordt. Hij schrijft een beleefd briefje terug aan de ex-minnaar, maar doet dat ongewild zo ambigu dat die denkt dat de vrouw openstaat voor hernieuwd contact. De weduwnaar speelt het spel mee en reist uiteindelijk zelfs vol rancune naar de stad waar `de ander' woont. Dan blijkt de geheime rivaal een zielig geval, een opschepper en een klaploper die aan lager wal is geraakt; en het ontbreekt de weduwnaar aan energie voor wraak. Sterker nog: hij begint te begrijpen wat zijn vrouw ooit in de charmeur heeft gezien en daarmee ook wat er aan hemzelf en de verder zo gelukkige relatie met zijn vrouw schortte.

Schlink schrijft in korte, kristallijne zinnen, die de gevoelens van pijn en frustratie van zijn personages direct bloot leggen. `Het verdriet vrat in hem en verteerde bij kleine beetjes zijn voorbije leven,' staat er wanneer de weduwnaar de liefdesbrieven en -foto's van zijn vrouw heeft gevonden. Dat is dubbel mooi geformuleerd, omdat het ook raakt aan Schlinks voornaamste motief: het ontdekken van een geheim uit het verleden kan je hele leven met terugwerkende kracht verzieken. De vraag of het dan beter is om maar van niets te weten, wordt niet expliciet beantwoord. Maar de hoofdpersoon van `Der Andere' vindt uiteindelijk wel vrede, en zelfs de geschokte vrouw uit `Der Seitensprung' (`Ik geloof niet dat ik wat vermoed heb; ik weet wel dat ik niks heb willen vermoeden') ziet nog toekomst in haar huwelijk.

Het aardige van Schlinks slices of life is dat ze in een vijftigtal bladzijden een Kwestie aan de orde stellen en tot een min of meer bevredigend einde brengen. Daarin liggen ook risico's besloten: de personages worden al gauw instrumenten van de didactische opzet van de schrijver, en het staketsel van de verhalen wordt zichtbaar. Op een enkele passage na – een onwaarachtige dialoog over verraad en ontrouw, een discussie over de moeizame verhoudingen tussen joden en Duitsers – heeft Schlink dit soort literaire bloedarmoede weten te vermijden. Zelfs de gewrochte clou van `Die Beschneidung', waarin een Duitse jongen zich laat besnijden om de relatie met zijn joods-Amerikaanse vriendin te redden, komt natuurlijk over.

Eigenlijk staat er maar één overbodig verhaal in Liebesfluchten (`Der Sohn', over een diplomaat die tijdens een gevaarlijke missie de fouten uit zijn leven overdenkt), en dat is niet toevallig het kortste. Schlink is geen Hemingway, aan verborgen verhaallagen of zelfwerkzaamheid van de lezer heeft hij geen boodschap; hij heeft de ruimte nodig om zijn plots overtuigend uit te werken. Zijn verhalen zijn ouderwets, in de stijl van door hem bewonderde negentiende-eeuwers als Keller en Fontane. Modernistische hoogstandjes ontbreken, en ondanks verwijzingen naar de Wende en naar de Generatie van '68, bevat Liebesfluchten nauwelijks straatrumoer. Hip zal Bernhard Schlink nooit worden; maar iedereen die geraakt is door De voorlezer zal ook deze verhalen prachtig vinden.

De Nederlandse vertaling van `Liebesfluchten' (door Gerda Meijerink) verschijnt in september bij Ambo: `De Liefdesval', ƒ39,90.

Buitenlandse literatuur