Het Empire worstelt met Sierra Leone

Als voormalige koloniale macht heeft Londen in Sierra Leone ,,extra verantwoordelijkheden''. Maar deelname aan de burgeroorlog hoort daar niet bij. Niettemin staat de Britse regering voor een pijnlijke keus.

Voor Britse gouverneurs in Freetown, de in 1786 gestichtte nederzetting voor vrijgelaten slaven uit Amerika, was malaria het grootste gevaar. Robin Cook, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, lijkt door Sierra Leone met dezelfde ziekte te zijn besmet. Zó lijkt-ie weg en zó komt uit het niets weer een koortsbui opzetten. En echt genezen kun je er niet van.

Sierra Leone was zijn eerste proef als minister. Daarna kostte het voormalige protectoraat hem bijna de kop. En vandaag houdt de achtjarige burgeroorlog Cook een nieuw dilemma voor: werkeloos toezien bij een humanitaire ramp, of harder ingrijpen in een oorlog, waarvoor thuis geen steun lijkt te bestaan en die ook niet eventjes lijkt te winnen.

In mei 1997, drie weken nadat Cook als minister was aangetreden, werd de wettige regering van Sierra Leone afgezet door muitende officieren. Het was de zoveelste coup en voor de meeste Britten ver van hun bed. Maar Cook zag er een kans in om zijn met veel fanfare aangekondigde `ethische' buitenlandse politiek in praktijk te brengen. Dat het Gemenebest, het verbond van voormalige Britse koloniën, Sierra Leone onmiddellijk schorste, was vooral aan Cook te danken.

Nog geen jaar later was Cooks ethische politiek weer in het nieuws. Het Britse semi-huurlingenbedrijf Sandline bleek het op aandringen van Cook ingestelde VN-embargo tegen alle partijen te hebben geschonden door wapens te leveren aan de afgezette president. Mét goedkeuring en actieve medewerking van Cooks ministerie, aldus Sandline. Cook, die in dat jaar al politieke schade had opgelopen door zijn gestrande huwelijk, overleefde het parlementaire onderzoek maar net.

De voormalige koloniale machthebber heeft Sierra Leone, formeel onafhankelijk sinds 1961, niet laten vallen. Er is geen land in Afrika dat nu per hoofd van de bevolking meer Brits geld ontvangt. De regering-Blair heeft de afgelopen twee jaar 65 miljoen pond (240 miljoen gulden) aan het land toegewezen. Londen leidt de Contactgroep voor Sierra Leone, waarin de regering van dat land, de VN, het Commonwealth en andere regionale organisaties zijn vertegenwoordigd. En de Britten zijn tevens de grootste donor aan een trustfonds van de Wereldbank, dat ontwapening nastreeft en tracht corruptie te verminderen en een rechtssysteem op te bouwen.

Dat de belegerde president Kabbah als eerste beroep doet op Londen, lijkt daarom logisch. Dat Londen daarop ingaat ook. ,,Als voormalige koloniale macht hebben we extra verantwoordelijkheid'', zei Blairs woordvoerder gisteren. Maar een militaire interventie hoort daar niet bij.

Niettemin staat het Verenigd Koninkrijk voor een dilemma. Premier Blair, Cook en minister Geoff Hoon (Defensie) hebben het parlement deze week bezworen dat de naar Sierra Leone gezonden Britse troepen ,,geen gevechtsrol'' zullen krijgen, nu hun taak is voltooid: het evacueren van buitenlanders. Maar de oppositie en militaire experts waarschuwen dat ze de kans lopen toch in de oorlog betrokken te raken, een fenomeen dat bekend staat als mission creep.

De roep wordt sterker om de Britse soldaten te gebruiken waarvoor ze zijn opgeleid: schieten. Een goed bewapende en gedisciplineerde vechtmachine is precies wat de regering van Sierra Leone nu nodig heeft, zei minister van Informatie Julius Spencer gisteren. Hij smeekte de Britten om formeel deel te nemen in de VN-missie om de crisis te bezweren.

Het Britse thuisfront geeft gemengde signalen. De rechtse oppositie gelooft in haar hart óók dat de para's de beste remedie zijn tegen een stelletje ongeregelde negers, maar mag het niet hardop zeggen. De officiële lijn – bij links en bij rechts – blijft daarom dat Afrika zijn eigen boontjes moet doppen, met steun van het oude Empire, maar zonder dat het opnieuw verantwoordelijk wordt. Dat kan niet eens, want 700 para's zijn weliswaar een formidabele strijdmacht, maar met te weinig om Freetown te kunnen verdedigen. Maar als ze worden teruggetrokken dreigt een slachtpartij en kan de regering-Blair het verwijt krijgen werkeloos te hebben toegekeken bij een Afrikaans Srebrenica.

Gisteren gaf Cook toe dat Britse troepen wel degelijk een ,,wijdere missie'' hebben. Het doel van hun komst, de evacuatie van Britten en andere westerlingen, is wel voltooid, maar de 700 para's, de 40 elitesoldaten van de SAS, de Chinook-helikopters, de marineschepen en de artillerie-eenheid zullen nog zeker een maand blijven om de VN ,,technisch en logistiek te steunen'', aldus Cook.

Wat dat precies behelst, blijft onduidelijk. Cook wilde nadrukkelijk niet speculeren op wat er gebeurt als de VN onder vuur komen. De Britse regering gokt er nu op dat VN-soldaten uit Jordanië, India en Bangladesh – toevallig ook allemaal voormalige koloniën – op tijd arriveren om de gedemoraliseerde en ongetrainde peacekeepers uit Kenia en Zambia te versterken vóór de rebellen Freetown bedreigen. Of dat lukt moet blijken.

    • Hans Steketee