Een pakhuis vol grensvervaging

Volgende week besluit de Raad voor Cultuur of er een nieuw Internationaal Centrum voor Beeldcultuur komt in Rotterdam. De film viel af. Heeft `Las Palmas' bestaansrecht?

Een aangeschoten kolos. Dat was Las Palmas, Internationaal Centrum voor Beeldcultuur, nadat het Filmmuseum zich terug had getrokken als deelnemer. De vier overgebleven partijen gingen dapper door op de ingeslagen weg: het samenbrengen van fotografie, film en nieuwe media in voormalig pakhuis Las Palmas op de Rotterdamse Kop van Zuid. Hun filmpartner waren ze kwijt, maar dat prikkelde des te meer om de samenwerking met andere instellingen te zoeken. Vanaf eind 2002, als de deuren van het te renoveren pand opengaan, is Las Palmas `het brandpunt in een internationaal netwerk van beeldmakers, mediakunstenaars, ondezoekers en `kijkers' '.Aldus het beleidsplan, dat half maart door vier trotse directeuren werd gepresenteerd. Aanstaande maandag wordt duidelijk of de Raad voor Cultuur het enthousiasme deelt. Het oordeel van de Raad bepaalt of Las Palmas er komt of niet.

Ter begeleiding van het beleidsplan, tevens subsidie-aanvraag, stuurde Roel in 't Veld, aangenomen als `begeleider van het bestuurlijk proces en de verdere ontwikkeling van het inhoudelijk concept', een amice-brief aan staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur. In `t Veld struikelde bijna over zijn enthousiasme: ,,Dit is niet zomaar een plan. Niet geboren in zonnegloren, wel uit een zucht van de ziedende zee. [...] Voor de instellingen die zich in het kader van dit plan hebben verenigd is dit plan wezenlijk verbonden met hun lotsbestemming. Zij hebben de moed opgebracht om steun te verlenen aan een revolutionair concept dat hen op een Odyssee zal moeten meevoeren vanuit het Ithaka van hun oorspronkelijke missie naar onbekende bestemmingen.'' Zoveel moed moet ruimhartig worden beloond, vindt procesbegeleider en bestuurskundige In 't Veld.

Ruimhartigheid is nodig, want de bouwkosten voor Las Palmas worden geraamd op 78 miljoen gulden. De exploitatie, gemiddeld voor de periode 2001-2004, kost bijna 16 miljoen gulden per jaar, waarvan een jaarlijks gemiddelde van 9,4 miljoen gulden is aangevraagd bij OCenW. Dat is slechts een van de redenen om Las Palmas kritisch te bekijken. Er zijn ook inhoudelijke redenen.

In het oorspronkelijke plan voor Las Palmas werden de drie pijlers – film, fotografie en nieuwe media, ook aangeduid als mediatechnologie eleverd door vijf instellingen: het Filmmuseum, het Nederlands Foto Instituut (NFI), het Nederlands Foto Archief (nfa), het Nationaal Fotorestauratie Atelier (NfrA) en V2-Organisatie voor instabiele media. Het Filmmuseum viel af omdat het bestuur, tegen de zin van de directie, koos voor het behoud van een zelfstandige instelling in Amsterdam.

Heeft het plan nog wel bestaansrecht, zonder filmpartner? De vier overblijvers zitten al jaren in één gebouw, wat voegt Las Palmas daar aan toe? Hoe gaat de samenwerking tussen de verschillende disciplines er uitzien en, meer in het algemeen, is het eigenlijk wel zinvol om die verschillende disciplines samen te laten komen?

Computerspelletjes

Aan ambities geen gebrek. Las Palmas gaat vele functies vervullen. Een museum moet het worden, met een permanente tentoonstelling over wat beeldcultuur voor ons betekent (doel: `het grote publiek een nieuwe kijk geven op zijn eigen passies'), veel wisselende exposities en een nog op te bouwen eigen collectie met de nadruk op hedendaagse beeldcultuur (computerspelletjes worden nog nergens verzameld). Een laboratorium, waar volop geëxperimenteerd kan worden met de digitale mogelijkheden van film, fotografie en nieuwe media. Een kenniscentrum, waar de bestanden van bibliotheken, mediatheken en archieven uit binnen- en buitenland kunnen worden geraadpleegd. Er zullen films worden vertoond, festivals worden georganiseerd, debatten worden geëntameerd.

Aan de basis ligt de overtuiging dat visuele media een steeds grotere rol spelen in onze samenleving en dat de grenzen tussen de verschillende disciplines er steeds minder toe doen. Las Palmas biedt reflectie op die ontwikkelingen, en wil zowel het verleden van de relatief jonge media in kaart brengen als hun toekomst verkennen. Ruimte is geen probleem: het voormalige werkplaatsengebouw van de Holland Amerika Lijn, een ontwerp van Van den Broek en Bakema uit 1953, beschikt over 19.000 m2, waarvan 11.400 m2 door het centrum zal worden benut en 7.600 m2 commercieel zal worden verhuurd. De onlangs afgesloten Foto Biënnale Rotterdam liet al even zien hoe het pand gebruikt kan worden, volgend jaar is Rotterdam Culturele Hoofdstad aan de beurt.

Las Palmas is rijk aan tegenstrijdigheden. De nadruk op experiment en onderzoek verhoudt zich moeizaam tot het streven naar een breed publiek. Men rekent op 140.000 bezoekers per jaar, NFI en V2 samen worden nu jaarlijks door 33.000 mensen bezocht. Vergelijkbare instellingen in het buitenland, genoemd als voorbeelden voor Las Palmas, hebben een duidelijke keuze gemaakt. Het National Museum of Photography, Film & Television in het Engelse Bradford is met z'n ruime historische collectie en IMAX-theater het best bezochte nationale museum buiten Londen en trekt 750.000 bezoekers per jaar. Het Zentrum für Kunst und Medientechnologie in het Duitse Karlsruhe streeft veel minder naar een dergelijke publieksfunctie en legt de nadruk op onderzoek en presenteren van de nieuwste video- en internetkunst.

Een mogelijk knelpunt is ook de nadruk op cross-over, de overgangszones waar de verschillende disciplines elkaar beïnvloeden. Het moge zo zijn dat de artistieke vernieuwing zich de laatste paar jaar vooral afspeelt in deze tussengebieden, het is de vraag of het zinvol is om die vernieuwing in dit geval letterlijk te institutionaliseren. Cross-over kunst floreert bij de gratie van zijn positie in de marge, of het gebaat is bij promotie tot hoofdzaak, is de vraag.

Curieus is het ontbreken van beeldende kunst in Las Palmas. Film en video spelen een cruciale rol in de nieuwste beeldende kunst, zelfs Rudi Fuchs kan het zich niet permitteren om kunst-met-een-stekker uit zijn museum te weren. Van een centrum dat claimt zich van grenzen tussen disciplines niets aan te trekken, mag worden verwacht dat deze ontwikkeling serieus wordt genomen.

De belangrijkste vraag voor Las Palmas gaat over die vervagende grenzen. Vanaf de eerste plannen voor het Centrum voor Beeldcultuur waren er twijfels over het nut van het samenvoegen van fotografie, film en nieuwe media. Film en fotografie hebben een gescheiden verleden, pogingen om de twee krampachtig met elkaar te verbinden leiden al snel tot geschiedvervalsing. Digitalisering, het toverwoord dat als de grote gelijkschakelaar wordt beschouwd, heeft uiteenlopende consequenties. Voor film betekent het vooral betere special effects en veranderingen in de distributie en vertoning, voor fotografie gaat het om meer gebruikersvriendelijkheid en meer discussie over de toelaatbaarheid van manipulatie. De digitale overlap beperkt zich tot meer efficiëntie in archivering.

Identiteit

In organisatorisch opzicht zijn de grenzen binnen Las Palmas allerminst vervaagd. In theorie prediken de deelnemers de overkoepelende noemer, in de praktijk blijkt men zeer beducht voor verlies van de eigen identiteit. Las Palmas, geleid door een algemeen directeur, bestaat uit drie componenten, elk met een eigen inhoudelijk directeur: Las Palmas Foto, Las Palmas Film & Televisie en Las Palmas Mediatechnologie-V2. De drie foto-instellingen zijn samen verantwoordelijk voor de eerste pijler, V2 voor de laatste. Het wegvallen van het Filmmuseum als partner wordt gecompenseerd door intensieve samenwerking met zelfstandige instellingen buiten het centrum: Filmmuseum, Nederlands Audiovisueel Archief, International Film Festival Rotterdam en VPRO. Ook al komt die samenwerking van de grond, film blijft de minst solide pijler. De andere twee worden zelfstandige stichtingen, elk met een eigen bestuur.

De mate van samengaan van de bestaande instellingen is een heikel punt. Las Palmas heeft pas zin als het meer wordt dan het door de Raad voor Cultuur in eerdere adviezen gevreesde `bedrijfsverzamelgebouw'. ,,Schotten tussen de diverse onderdelen van Las Palmas dienen te worden vermeden'', schrijft het beleidsplan stoer, maar tegelijk wordt het woord fusie angstvallig gemeden en wordt de zelfstandigheid van de deelnemers benadrukt. Schotten waren er wel in het pand aan de Witte de Withstraat waar de vier deelnemende instellingen nu zijn gehuisvest: dat de deur tussen NFI en V2 open kon, bleek pas tijdens de recente Foto Biënnale.

Een goed voorbeeld van de dubbelzinnige houding van de bestaande instellingen ten aanzien van Las Palmas is de brief die G.J. Wolffensperger, bestuursvoorzitter van het NFI, schreef aan Van der Ploeg ter begeleiding van het beleidsplan. Namens zijn bestuur spreekt Wolffensperger steun uit voor Las Palmas, maar tegelijk ook zijn zorg over de te geringe zeggenschap van de besturen over de gewijzigde opzet van het centrum, na het wegvallen van het Filmmuseum. Na een aantal voorwaarden gesteld te hebben, besluit Wolffensperger: ,,Wij hebben er goede nota van genomen dat bij het onverhoopt niet doorgaan van het plan Las Palmas de continuïteit van het Nederlands Foto Instituut zal zijn gegarandeerd.'' Roel In 't Veld was vol lof over de dapperen die zich inscheepten voor een Odyssee met onbekende bestemming, maar hier probeert iemand toch heel duidelijk een reisverzekering af te sluiten.

Beeldende kunst ontbreekt in de plannen voor Las Palmas, de positie van film is wankel

    • Mark Duursma