Doe Maar

Op de ringweg rond Rotterdam begon de file al en het was maar goed dat wij zo vroeg van huis waren gegaan, want vanaf nu kwam onze bestemming slechts stapvoets dichterbij. Een tikje onzeker over wat mij te wachten stond, was ik samen met mijn dochter (18) op weg naar Ahoy waar de popgroep Doe Maar een concert zou geven.

Hoewel behorend tot wat ik voor het gemak de generatie-Woodstock noem – stoned met blote borsten deinen op de muziek – realiseerde ik mij, daar kruipend in de file, dat ik pas twee keer eerder naar een popconcert was geweest. De eerste keer was lang geleden in Den Haag, waar The Rolling Stones het voetbalveld had afgehuurd van een club die toen nog ADO heette. Ik had verkering aan een meisje dat onze liefde had willen bevestigen met twee kaartjes en die speciaal voor onze tocht de auto van haar ouders had geleend. Onderweg, zo herinner ik mij, werden wij ingehaald door vervaarlijke motorduivels.

Toen wij in de drukte eindelijk een parkeerplaats hadden gevonden en voor de ingang van het stadion stonden, bleek dat mijn verkering de kaartjes thuis had laten liggen. Een vloek ontsnapte het hekwerk mijner tanden, maar omdat ik, eenmaal zo ver gekomen niet meer terugwilde zonder The Stones te hebben gezien, kocht ik bij een zwarthandelaar twee kaartjes voor een bedrag waar ik normaal gesproken een paar maanden van kon leven. Achteraf was dat misschien een gelukje, want wij kwamen te zitten op de eretribune, vanwaar wij een uitstekend overzicht hadden op de deinende massa die zich op het veld bevond.

Uiteraard kwamen The Stones tenminste een kwartier te laat, maar nauwelijks verhief Mick Jagger zijn stem of een pandemonium brak los. Plotseling zag het zwart van plastic bierflesjes die als handgranaten door de lucht werden gegooid. Er was ook geluid, maar dat leek in niets op dat wat ik van de grammofoonplaatjes kende. Na afloop reden wij zwijgend naar huis en geloof dat wij niet meer bij elkaar geslapen hebben. Jaren later zag ik mijn toenmalige verkering, gekleed in een mantelpakje, terug op een congres van de PvdA, bij welke partij ze iets hoogs was geworden. In de jaren tachtig moet ik nog een keer in de Rotterdamse kuip een concert van Bob Dylan hebben bezocht. Van dat concert herinner ik mij vooral dat de lichten uitgingen en iedereen zijn sigarettenaansteker aanknipte, waarna mijn toenmalige verkering in het half donker van haar portemonnee werd beroofd, zodat wij nog diezelfde nacht op het politiebureau zaten om aangifte te doen.

Inmiddels waren mijn dochter en ik bij Ahoy aangekomen, een gebouw dat altijd dreigend wordt omschreven met de term evenementenhal. Er was mij verteld dat er tienduizend mensen in Ahoy kunnen en dat het concert helemaal was uitverkocht, evenals alle zestien overige concerten. Eenmaal binnen begreep ik dat ik met het woord `vol' de beschrijving van deze immense zaal tekort zou doen. Zou ik de zaal helemaal rondlopen, ik zou zeker een half uur bezig zijn, en in die tijd zou ik duizenden en duizenden opeenvolgende gezichten zien, wiegend op de muziek die nu nog slechts denkbeeldig was. Maar dat rondlopen zou geen eenvoudige opgave zijn, omdat je schoenen plakten aan de betonnen vloer die door het morsen van het bier kleverig als kauwgum was geworden.

In rook en licht barstte het concert los. Duizenden mensen waren gekomen om iets te horen dat zij al tientallen keren eerder hadden gehoord, een concert van de herkenning. Leadzanger Hennie Vrienten was in een keurig zwart pak gekleed. Als hij zijn pink verhief, veerde het publiek op. Alles was er, meisjes, jongens, jong, oud, geen enkele sociale klasse ontbrak. Vrienten is een van de helden van onze tijd. Het is niet zo moeilijk te horen dat de kracht van zijn liedjes ligt in de combinatie van een onmiddellijk herkenbare melodie en een onmiddellijk herkenbare oneliner, die tevens een eenvoudige levensfilosofie bevat. De naam Doe Maar is zelf al zo'n filosofie. `Is dat alles wat er is?' heet een ander nummer, dat je op een bijna Wittgenstiaanse manier zou kunnen duiden. `Eén nacht alleen, met de stilte om mij heen!' is weer de titel van een ander nummer. Op de terugweg in de file klinkt het op oorlogskracht uit de open ramen van de auto's en wij zingen allemaal uit volle borst zo hard mogelijk mee: `De stilte om mij heen!!!!'

    • Max Pam