De emotie van een ooggetuige

`Dat is 't einde voor de S.S. boeven!' schreef Hans Sibbelee bij een foto die hij op 7 mei 1945 maakte van een gevangengenomen man met de twee s'en als bliksemschichten op zijn uniformkraag. Het triomfantelijke bijschrift contrasteert met het beeld van een al wat oudere soldaat die weliswaar bezorgd voor zich uit blikt, maar toch vrij rustig met een hand in de zak een sigaret staat te roken. Maar Sibbelee kende de aanleiding voor de arrestatie, en zijn korte commentaar ademt de emotie van een ooggetuige van het geweld van de oorlog. De foto is gemaakt kort na het beruchte `Damincident' toen, twee dagen na de bevrijding, in Amsterdam achtergebleven Duitsers het vuur openden op een menigte die op de Dam de komst van de bevrijders stond af te wachten.

De schietpartij is door verschillende fotografen vastgelegd, maar de reportage die Sibbelee ervan maakte was nog goeddeels onbekend. Samen met een doos vol negatieven van opnames die hij tussen 1939 en 1945 heeft gemaakt van de bevrijding, de oorlogsschade en de wederopbouw, is deze Damreportage kort geleden teruggevonden op de zolder van de fotograaf. Het materiaal is gevoegd bij het oeuvre dat Sibbelee al eerder had geschonken aan het Kunsthistorisch Instituut van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Het boek Oorlogssporen bevat er een selectie van zestig foto's van.

Hans Sibbelee (1915) maakte deel uit van de groep fotografen die bekend zou worden als `De ondergedoken camera'. Zij stelden zich na D-day ten doel de bevrijding vast te leggen, maar omdat die in het westen van Nederland nog maanden op zich liet wachten, tonen hun foto's ook veel van de verschrikkingen van de hongerwinter. Fotograferen buitenshuis was sinds november 1944 verboden; en sommige van Sibbelees heimelijke opnames getuigen daarvan. Een groepje mensen dat uit brandstofgebrek de houtblokken van de tramrails steelt, is bijvoorbeeld vanuit een laag standpunt gefotografeerd en een bovenhoek van de afdruk is bedekt – klaarblijkelijk door de jas waaronder de camera wordt gehouden.

In de meeste foto's van de Amsterdamse hongerwinter en de bevrijding van de stad, zijn menselijke figuren het onderwerp. Na het vele beeldmateriaal dat in de loop van de afgelopen 55 jaar is gepubliceerd, komen de opnames bijna bekend voor. Minder vertrouwd en misschien daarom veel aangrijpender, zijn de twintig foto's die de verwoestingen van de oorlog op het platteland tonen. In de Betuwe en Arnhem maakte Sibbelee een reportage voor een uiteindelijk nooit gepubliceerd boek. Hier spelen menselijke figuren een ondergeschikte rol. Thema's zijn de angstaanjagende skeletten van gebombardeerde en uitgebrande huizen en kerken. Van Tiel, waar Sibbelees ouderlijk huis stond, lijkt geen gebouw ongeschonden te zijn overgebleven en een gezicht op de haven toont halfgezonken en zwaarbeschadigde schepen. Het kapotgeschoten stationnetje van Kesteren staat aan de rand van een bomkrater waar verwrongen treinrails in verdwijnen, de kerk van Ochten lijkt wel een aangevreten gatenkaas. Spookachtig is het gezicht op een baanvak van de spoorlijn van Amsterdam naar Utrecht. Sibbelees bijschrift vermeldt dat de bovenleidingen en rails zijn gestolen, maar door wie en waarom blijft onduidelijk. Daarover zou je in dit aantrekkelijk uitgegeven fotoboek meer willen lezen.

Oorlogssporen; Hans Sibbelee Amsterdam – Betuwe 1945 (samenstelling Niels Coppens). Nijmeegse Kunsthistorische Cahiers, deel 3. Nijmegen University Press,

144 blz. ƒ39,50 (geb.)

    • Bram de Klerck