China: de zaak van de afgesneden tong

De zaak-Li, de mishandeling van een boerenjongen, staat model voor lokaal politiegeweld in China. De Chinese regering heeft moeite met openheid over de aanpak van lokale schendingen van de rechten van de mens.

Nog nooit hadden de dorpelingen van Peijiazhuang zoveel doortastendheid meegemaakt. Contracteurs van het lokale bestuur van het verpauperde boerendistrict bouwden in drie dagen en drie nachten een nieuwe school in het dorp - drie lokalen en een lerarenvertrek. Ze hadden zo'n haast dat het te dik tegen de gevels aangekwakte stukwerk er aan alle kanten weer afdroop.

Voor de vierhonderd inwoners van Peijiazhuang was de lang verwachte nieuwe school geen reden voor dankbaarheid of blijdschap. Integendeel, voor hen is het grijze gebouwtje op een uitgegraven helling van het dorp een symbool voor de treurige afloop van de persoonlijke kruistocht van een van hen tegen een onredelijk, corrupt en uiteindelijk gewelddadig districtsbestuur.

Het verhaal van de school van Peijiazhuang is het verhaal van Li Lusong, een 20-jarige boerenjongen die tegen beter weten in de strijd aanging met het bestuur van Lanxian, een district in het Loess-gebergte van de centraal-Chinese provincie Shanxi. Li had zich jaren achtereen ingezet voor de bouw van een nieuwe school. De oude stortte van ellende bijna inelkaar en Li, een slimme boerenzoon die zelfs de middelbare school had gedaan, was van mening dat Peijiazhuang recht had op de financiële bijstand die het was beloofd. Hij diende een verzoek in bij het district, maar kreeg nul op het rekest.

Teleurgesteld, maar overtuigd van zijn gelijk deed hij zijn verzoek opnieuw, en weer bleef een positief antwoord uit. Zijn dorpsgenoten noemen Li integer en oprecht, maar koppig als een trekos. De jongen schreef opnieuw. En nog eens, en nog eens. In twee jaar tijd schreef hij een stapel van een halve meter aan verzoeken en protesten bij elkaar. Maar de ambtenaren in Lanxian deden niets. Ze kregen alleen genoeg van de boerenjongen. Toen Li zich in december opnieuw op het terrein van het bureau van onderwijs waagde, grepen de ambtenaren de jongen in zijn kraag en gooiden hem hardhandig terug op straat.

,,Ik was woedend'', schrijft Li later in een verklaring die hij aflegt tegen over een Chinese journalist. ,,Ik heb toen een fles rode verf gekocht en 's nachts de ingang van het bureau beklad met leuzen. `Ban corruptie, ban corrupte ambtenaren!', schreef ik.'' Twee dagen later werd hij opgepakt. Het plaatsvervangend hoofd van politie intervenieerde hoogstpersoonlijk. Li verzette zich, en sloeg in zijn woede de bril van het hoofd van de politiechef. Die antwoordde met een houten knuppel en sloeg de jongen bewusteloos.

Wat er in de dagen daarna is gebeurd, tot het moment, vijf weken later, dat de vader van Li de opdracht kreeg zijn zoon af te halen in een ziekenhuis, is zo schrikbarend dat het districtsbestuur een spreekverbod is opgelegd. Li senior, net terug van een klus in de bouw in de provinciehoofdstad Taiyuan, trof zijn jongen half dood aan. Hij was 25 kilo lichter en op vele plaatsten gewond. Zijn enkels waren zwart van de boeien waarin hij al die weken had gezeten, op zijn hielen was het vlees zover afgeschraapt dat het bot zichtbaar was, en schokkender nog, zijn tong bleek meer dan een centimeter korter - afgeknipt met een nijptang.

In een deze week verschenen rapport van het Comité tegen martelen [van de Verenigde Naties], wordt China veroordeeld voor politiegeweld. Volgens het comité heeft China vooruitgang gemaakt op bepaalde punten van juridische hervormingen, zoals de garantie die het heeft gegeven dat het internationaal verdrag tegen martelen op alle bestuursniveaus moet worden toegepast. Maar tegelijkertijd houdt China nog altijd een systeem in stand dat politiegeweld in de hand werkt. De zogenaamde administratieve opsluiting geeft de politie de mogelijkheid om verdachte personen zonder reden, juridische hoorzitting of een proces voor onbepaalde tijd op te sluiten. ,,Hervormingen zijn niet uniform en worden niet overal in China toegepast'', schrijft het comité in het rapport.

De Chinese regering erkent het probleem, maar staat in tweestrijd. Veel mensenrechtenaffaires in China zijn niet het gevolg van landelijk beleid, maar van lokaal misbruik. China wil daar de aandacht op vestigen, maar weet dat het zich met meer openheid ook de kritiek van de internationale gemeenschap op de hals haalt. Desalniettenmin, de president van China's hoogste gerechtshof geeft tegenwoordig in zijn jaarlijks verslag aan de Chinese volksvertegenwoordiging cijfers van politiemisbruik. Zo heeft hij toegegeven dat het verkrijgen van bekentenissen door middel van martelen is toegenomen met twintig procent. Halverwege de jaren negentig zouden volgens conservatieve Chinese gegevens gemiddeld 240 politie-ondervragingen tot de dood van een verdachte hebben geleid.

Het onderzoek naar de zaak-Li, die in China inmiddels door de kranten die hebben gedurfd er over te schrijven wordt aangeduid als `de affaire van de afgesneden tong', is typerend voor de moeite die de Chinese regering heeft met de openheid rond de aanpak van lokale schendingen van de rechten van de mens. Chinese kranten voelen zich steeds vaker geroepen de traditie van `slecht nieuws is geen nieuws' te doorbreken en stellen politiegeweld en corruptie, waarbij boeren systematisch het onderspit delven, onverbloemd aan de kaak. De lokale politie, die zich lange tijd onaantastbaar heeft kunnen misdragen, voelt zich in toenemende mate betrapt terwijl de centrale overheid ongemakkelijk toeziet hoe haar legitimiteit raakt ondermijnd.

Het verhaal van de jonge boer Li kreeg zoveel aandacht van de lokale media, dat de politie van Lanxian besloot in de tegenaanval te gaan. Ze nodigden journalisten uit van het Politie Dagblad, een landelijke krant van het ministerie van Openbare Veiligheid, om ,,de waarheid boven tafel te krijgen''. De journalisten van de krant concludeerden dat de jonge Li zijn verwondingen aan zichzelf te danken had. ,,We hebben zijn vader vijf uur gesproken'', schrijven ze, ,,maar Li Lusong die ernaast lag, zei niets. Toen ik hem vroeg zijn mond te openen, zag ik een kleine wond. Alsof hij zichzelf op zijn tong had gebeten.''

Op het moment dat de journalist van deze krant het politieziekenhuis in de stad Lishi bezoekt, de plek waar Li Lusong was ondergebracht, zijn vader en zoon net door de autoriteiten van het Lanxian-district verplaatst, naar verluidt uit `veiligheidsoverwegingen'. Bestemming onbekend. Kamergenoten van Li, die de jongen en zijn vader de afgelopen weken hebben meegemaakt, zijn woedend over het bericht uit het Politie Dagblad, waarin `de affaire van de afgesneden tong' wordt afgedaan als een verzinsel. ,,Is bevestiging nog nodig?'', zegt een patiënt boos. ,,Die Li's zijn zo!'' Hij steekt zijn duim omhoog.

Honderdtachtig kilometer verderop, in de rokerige boerenwoning van de Li's, reageert zijn familie stoïcijns - gewend als zij zijn aan een boerenleven zonder rechten. Maar van de ijzige blikken van de ooms en tantes die in het dorp zijn achtergebleven, valt te lezen dat zij dit keer geenszins van plan zijn met zich te laten sollen. ,,Dit is een familie-catastrofe'', zegt een 24-jarige tante van Li. ,,Het gaat niet alleen Li Lusong en zijn vader aan, het is alsof ons allen de tong is afgesneden'', zegt ze bitter.

Natuurlijk vonden ze neef Li koppig. ,,`Het heeft geen zin', heb ik hem regelmatig gezegd. `Geef het toch op'!'', aldus zijn jonge tante. ,,Maar dan reed hij weer mee op een tractor'', twee uur over onverharde straten, ,,om te protesteren in Lanxian.'' Heel Peijiazhuang vond Li onverstandig. Niemand gaat een gevecht aan met ambtenaren. ,,En hij heeft zelf niet eens kinderen!'' Maar toen het nieuws van Li's mishandeling het dorp bereikte, kookte bij iedereen het bloed.

De familie treft nu haar voorbereidingen, en heeft de steun van het hele dorp. Ze gaan de politiechef van Lanxian aanklagen. En als ze hun gelijk niet krijgen dan gaan ze tot het hoogste niveau van China's juridische systeem. ,,We verkopen ons huis. We zijn er klaar voor'', zegt de tante van Li. Over de voortgang van de zaak wil ze niets kwijt, zichtbaar onder druk gezet. ,,Ik vertrouw op het Chinese rechtssysteem'', zegt ze plichtmatig.

Maar in een wereld die een lichtjaar van het rokerige vertrek van de boerenwoning van de Li's vandaan is, vallen heel andere geluiden te beluisteren. Op de chat site van Sohu.com, een van China's grootste internet zoekprogramma's is een verhitte discussie gaande tussen anonieme Chinese web-gebruikers die schande spreken over het voorval op het boerenland van Shanxi.

,,Wie gelooft er nog in hereniging met Taiwan wanneer dit soort zaken plaatshebben?'', vraagt een chat site bezoeker zich af. ,,Geen wonder dat de Verenigde Staten telkens kritiek hebben op ons'', zegt een ander. ,,Het is een voorval dat precies past bij het imago van onze regering. Weg met de communistische partij'', vindt een boze schrijver die tekent met de naam Domme Hond.

    • Floris-Jan van Luyn