BOTERVIS MET PAPRIKA

De prijs van kabeljauw is de afgelopen paar jaar flink gestegen. Als alternatief is er sinds kort botervis te koop. Er zijn verschillende vissen met die naam, maar meestal zal wat men in Nederland verkoopt de Lepidocubium flavobrunneum zijn. Deze wordt met name uit Namibië geïmporteerd. Hij is gemiddeld 1,5 meter lang, weegt ruwweg 13 kilo en wordt op grote diepte als bijvangst van de tonijnvisserij gevangen. Hij wordt vooral diepgevroren als filet geïmporteerd. Let op de kleur en stevigheid van de botervis. Het vlees moet helderwit (bij de graat iets roder) zijn. Het is een vrij vette vissoort met een uitgesproken smaak die het midden houdt tussen die van heilbot en makreel. Ik heb er inmiddels verschillende gerechten mee gemaakt en geef u er een eerste proeve van.

Verwarm de oven voor op 220° C. Bekleed een bakplaat met aluminiumfolie en leg er de paprika's op. Zet de paprika's circa 20 minuten in de oven, waarbij u ze een paar keer omdraait, tot ze rondom geblakerd zijn. Neem ze uit de oven en dek ze af met een schone theedoek en laat ze uitdampen.

Was intussen de prei grondig en snijd hem in ringen. Strooi de ringen prei over de bodem van een ovenschaal waar de visfilets mooi in passen. Bestrooi de prei met zout en peper. Ontvel de paprika en verwijder de zaadlijsten en het zaad. Doe dit klusje boven een kom waarin u de sappen opvangt. Snijd elke paprika in de lengte doormidden. Schik twee paprikahelften op het bedje prei en leg een botervisfilet op elk stuk paprika. Bestrooi de vis met zout en peper en strooi er de kappertjes en reepjes zongedroogde tomaat over. Schik de andere twee stukken paprika op de vis en bestrooi alles weer met zout en peper. Giet er de paprikasappen over en dek de schaal af.

Zet de schaal circa 25 minuten in een op 200° C voorverwarmde oven, of tot de vis gaar is. Controleer dit door met de punt van een scherp mes in de vis te prikken. Schik de vis in de paprika op voorverwarmde borden en schep er wat prei naast. Serveer bijvoorbeeld met gekookte rijst.

    • Kim Maclean