Weer een generatie zonder hoop en scholing

Eind deze maand volgt een nieuwe ronde in het vredesoverleg dat een eind moet maken aan de burgeroorlog in Burundi. Maar in de hoofdstad overheerst pessimisme.

Nelson Mandela komt. Dus zijn er deze donderdagnacht weer vijftien mensen door Hutu-rebellen vermoord. In Gasenyi, een dorpje tien kilometer ten noordwesten van Bujumbura, de hoofdstad van het Centraal-Afrikaanse land Burundi.

Mandela komt. Dus laat de Burundese regering de straten van de hoofdstad vegen en krijgen de stoepranden langs de route die hij zal volgen een frisse lik witte verf. ,,De autoriteiten verwelkomen Mandela met een schoonmaakactie'', zegt Félicité Nsabiyumva, directrice van een straatkinderenproject in Bujumbura. ,,En de rebellen heten hem welkom met een offensief van geweld.'' Zo gaat het altijd als er hoog bezoek in Burundi arriveert.

Het bezoek van de Zuid-Afrikaanse oud-president duurt deze keer exact vier uur. Mandela wil zich laten informeren over de situatie in Burundi, nu hij sinds enkele maanden als onderhandelaar probeert vrede te brengen in dit door burgeroorlog verscheurde land. Een omstreden bezoek. ,,De rebellen waren tegen, de regering vóór'', vertelt Eugene Nindorera, minister voor de Mensenrechten. ,,Dus is er een compromis bedacht: Mandela brengt de nacht niet in Burundi door.''

Burundi is al jaren in de greep van tomeloos geweld. Al sinds de onafhankelijkheid in 1962 woedt er een strijd tussen rebellengroeperingen van Hutu's en het door Tutsi's gedomineerde leger. De oorlog nam in hevigheid toe sinds de eerste democratisch gekozen Hutu-president, Melchior Ndadaye, in 1993 werd vermoord door Tutsi-militairen. Burundezen spreken eufemistisch over `de crisis van 1993'. In de oktoberdagen van dat jaar vielen 150.000 doden, zowel onder Hutu's als onder Tutsi's, in bijna alle gevallen burgers.

Zeven jaar oorlog heeft Burundi in een spiraal van haat en geweld gezogen. Officiële cijfers spreken van 250.000 doden, maar het werkelijke aantal is waarschijnlijk twee keer zo hoog. De economie is vrijwel tot stilstand gekomen. Zelfs gefortuneerde Burundezen klagen openlijk over gebrek aan middelen en hebben niet zelden meerdere baantjes om zich staande te houden. Voor de armen rest vaak niets dan het verkopen van enkele tomaten en uien per dag.

Internationale hulporganisaties hebben zich uit veiligheidsoverwegingen massaal teruggetrokken. Een aidsepidemie heeft al dertig procent van de volwassen bevolking geïnfecteerd. En dan zijn er nog de dagelijkse moorden door aanvallen van verschillende Hutu-rebellengroeperingen of Tutsi-militairen. ,,Dit land glijdt af naar de afgrond en ik zie geen weg meer terug'', verzucht Félicité Nsabiyumva.

,,Burundi is een slagveld geworden voor alle elkaar bestrijdende groeperingen in het Grote Merengebied'', zegt minister Nindorera. ,,Hier vechten Burundese rebellen, Rwandese Interahamwhe (de doodseskaders die verantwoordelijk worden geacht voor de genocide van 1994 in het buurland), stammen uit Oost-Congo. En ook onze Burundese militairen richten vreselijke slachtingen aan.''

In het Tanzaniaanse Arusha wordt al sinds 1998 geprobeerd de strijdende partijen tot een akkoord te bewegen. Dat gebeurde eerst onder leiding van de Tanzaniaanse oud-president Julius Nyerere, en sinds diens dood eind vorig jaar onder voorzitterschap van de Zuid-Afrikaanse ex-president Nelson Mandela. ,,Onder Mandela zit er meer vaart in'', beaamt minister Nindorera. ,,Maar Mandela staat alleen. De partijen in Arusha leven in een andere wereld dan hun vertegenwoordigers in Burundi. Er zijn daar Burundezen die puur voor hun eigen belang opkomen en de onderhandelingen traineren.''

Hij pakt een dik dossier van zijn bureau. ,,Hier'', zegt hij, en slaat met zijn vuist op de stapel papier. ,,Het ontwerpvredesakkoord. Tweehonderd pagina's met compromissen, uitzonderingsbepalingen, mitsen en maren. Iedere partij doet haar zegje. Er zitten in Arusha onderhandelaars die nooit buiten Bujumbura zijn geweest, die de ellende van de bevolking niet kennen, omdat ze alleen in het chique Novotel verkeren (het enige nog functionerende Westerse hotel in Burundi). Die niet weten hoe het is om op de rand van de dood te leven. En die mensen moeten beslissen over oorlog of vrede in Burundi?''

Minister Ninondera zegt dat de Burundese regering geen idee heeft wat de rebellen in Arusha hopen te bereiken. ,,Als u mij vraagt wat hun doel is, zou ik het echt niet weten.''

,,Leven in vrede natuurlijk'', reageert Fabien Segatwa enkele dagen later. De Burundese advocaat en prominent lid van de grootste Hutu-partij Frodebu laat er geen misverstanden over bestaan. ,,Aan de alleenheerschappij van de Tutsi's, die met vijftien procent een kleine minderheid vormen in Burundi, moet een einde komen. De macht moet worden gedeeld met de Hutu's. Om te beginnen in het leger. Wie geen macht heeft in het leger, heeft niets te vertellen in Burundi. Maar de Uprona, de grootste Tutsi-partij, wil daar niet aan. Daarom vertraagt ze de onderhandelingen in Arusha, uit angst de macht te verliezen.''

De burgerbevolking heeft net zo weinig vertrouwen in het leger als in de rebellen. ,,Ziet u de heuvels daar?'', wijst pastoor Thadée Nyabuhoro naar de groen glooiende bergen die direct achter Bujumbura beginnen. ,,Daar huizen de rebellen. Ze kijken nu naar ons. Elke nacht vinden hier aanvallen plaats.'' Hij wijst op de armoedige verzameling huizen die het volkskwartier Kinama vormen aan de rand van de hoofdstad. ,,Mensen worden 's nachts overvallen, vermoord. Hun huizen worden leeggeroofd. Het is geen politieke strijd, maar banditisme.''

Nyabuhoro is pessimistisch over de toekomst van het land. Bijna veertig jaar strijd heeft hem alle hoop ontnomen. En hem niet alleen. ,,Ik ben heel moedeloos'', zegt minister Nindorera. ,,Ik wilde er dit jaar eigenlijk mee stoppen. Ik ga nog wel door, maar met de moed der wanhoop.'' Advocaat Segatwa: ,,Als er in Arusha al een akkoord wordt gesloten, dan is het de vraag of dat hier in Burundi ook wordt aanvaard. Zo niet – wat ik vrees – dan staat ons hetzelfde te wachten wat in 1994 in Rwanda gebeurde: een staatsgreep gevolgd door een vreselijke genocide.''

Félicité Nsabiyumva, die zich ontfermt over honderdtachtig straatkinderen in een armoedige wijk in Bujumbura, zegt het zo: ,,Als het leger gedwongen wordt Hutu's op te nemen, komen vele Tutsi-militairen op straat te staan. Die hebben geen toekomst en vormen milities die het land zullen terroriseren, precies zoals nu de Hutu-rebellen doen.''

Om haar heen drentelen tientallen kinderen, gehuld in grauwe vodden. ,,Voor hen is geen onderwijs, want de meeste scholen zijn verwoest, de leraren gevlucht, vermoord of te bang om nog in het binnenland te werken'', zegt ze. ,,Er groeit weer een generatie op zonder scholing. Wat dacht u dat er over tien jaar van deze kinderen terechtkomt? De regering heeft hun nooit iets geboden. Dus voor hen is de keuze simpel. Het zijn de rebellen van de toekomst.''

    • Jeroen Corduwener