Vietnam leeft van dag tot dag

Vietnam had moeten uitgroeien tot een van de succesvolste economieën in Zuid-Oost Azië. Maar `met Vietnam moet je geduld hebben.'

Steve Wilson zat in South Carolina te huilen voor de televisie op 30 april 1975, de dag dat er een einde kwam aan de oorlog in Vietnam. ,,Wat een ongelooflijke verspilling'' zei de Vietnam-veteraan tegen zijn vrouw Anna. Hij zag helikopters vol met Amerikanen overhaast vertrekken van het dak van de Amerikaanse ambassade in Saigon, het huidige Ho Chi Minh Stad. De toestellen vlogen naar vliegdekschepen voor de kust en werden, nadat iedereen was uitgestapt, wegens ruimtegebrek in zee geschoven.

Dat was niet de verspilling die Wilson bedoelde. Hij dacht vooral aan de miljoenen Vietnamezen die waren gestorven in de oorlog tegen hem en zijn landgenoten. Wilson voer in 1969 tien maanden met een kanonneerboot door de Mekong Delta, de rijstkom in het zuidelijkste deel van Vietnam, tevergeefs op zoek naar de communistische guerrilla's van de Vietcong. ,,Ik werd verliefd op Vietnam'', zegt hij ruim dertig jaar later in zijn huis in Ho Chi Minh Stad. Hij is terug om, net als zijn vrouw, Engelse les te geven aan Vietnamezen. Wilson is, zo voelt hij dat, de mensen van het land wat verschuldigd. ,,Het Vietnamese volk is tot ongelooflijk veel in staat en wij hebben dat verspild. Hoe had dit land er voor gestaan zonder ons?''

Aan zulke vragen heeft het nu straatarme Vietnam niets, meent een geïrriteerde econoom uit Ho Chi Minh Stad die anoniem wil blijven. ,,Dergelijke `wat-als-vragen' zijn verspilde energie. Energie die Vietnamezen beter kunnen gebruiken om het hoofd boven water te houden. Als je, zoals Vietnam, dertig jaar lang in een oorlogsituatie hebt gezeten, leef je van dag tot dag.''

Volgens veel analisten buiten Vietnam heeft vooral het communistische regime die `carpe diem-aanpak' zich eigen gemaakt. Het is hun verklaring voor het falen van het land om de hooggespannen, Westerse verwachtingen waar te maken. Die verwachtingen waren vooral gebaseerd op wat het Vietnamese volk vermag. En dat is veel, zo liet de oorlog zien waarbij het doorzettingsvermogen van de Vietnamezen de Amerikanen op de knieën kreeg.

Maar het door corruptie en bureaucratie verteerde communistische systeem, compleet met een uitgekiend netwerk van verklikkers, is er niet in geslaagd het `menselijk kapitaal', de grondstof die in Vietnam in zo'n ruime mate aanwezig is, aan te wenden. Dat dit kapitaal er nog steeds is, blijkt tijdens rampen zoals eind vorig jaar toen in centraal Vietnam een gebied ter grootte van Nederland overstroomde. ,,In veel landen zouden de mensen wachten totdat de overheid hulp zou bieden'', zegt John Samy die in de hoofdstad Hanoi de Vietnamese afdeling van de Aziatische Ontwikkelingsbank ADB leidt. ,,Zo niet hier. Met grote vanzelfsprekendheid gaat iedereen die een zandzak kan dragen aan het werk en binnen een paar weken hadden ze de overstroming onder controle.''

De communistische machthebbers denken alleen nog aan de korte termijn, zeggen zakenmensen die Vietnam gefrustreerd hebben verlaten. Ze klagen over de discriminatie en oneerlijke behandeling die ze van de regering krijgen en verwijzen naar de twee tarieven die in Vietnam voor veel zaken gelden. Het ene tarief is voor de Vietnamezen, het andere is voor buitenlandse bedrijven en werknemers. Voor de laatsten is electriciteit 30 procent duurder, het telefoontarief 50 procent hoger en kost hetzelfde vliegticket 80 procent meer. De voormalige hoogste baas van het in Vietnam succesvolle Unilever, J. Ferriere, moest vijf keer zoveel betalen voor een tv-commercial als een Vietnamees bedrijf.

Het omgekeerde geldt voor loonkosten: een bovengemiddeld hoog opgeleide Vietnamese werknemer wordt, als een nieuwe belastingwet van kracht wordt, vijf keer zo duur als een buitenlandse werknemer. Dat is niet bepaald een stimuleringsmaatregel voor het Vietnamese onderwijs, meent Ferriere. Wel een die op korte termijn flink wat belastinginkomsten op kan leveren.

Het lijkt Vietnams interpretatie van herstelbetalingen – ,,geef ze eens ongelijk'', zegt Samy – maar het zorgt ervoor dat het geduld op is van de hoofdkantoren van bedrijven die zich in Vietnam hebben gevestigd. Dat geduld is zo groot als de potentiële markt. In Vietnam is dat tachtig miljoen mensen, in bijvoorbeeld China 1.200 miljoen. Daar zijn Westerse bedrijven wél bereid jaar na jaar verlies op verlies te stapelen.

,,Met Vietnam moet je veel meer geduld hebben dan er in het Westen is'', zegt Samy van de Aziatische Ontwikkelingsbank dat met overzichtelijke projecten en geleend geld Vietnam helpt bij zijn ontwikkeling. Net zo snel als Vietnam aan het buitenland wil verdienen, zijn omgekeerd talloze buitenlandse bedrijven voor de `fast buck' gegaan en vergaten daarbij om zich heen te kijken. Als ze dat wel hadden gedaan, hadden ze bijvoorbeeld ontdekt dat de meeste Vietnamezen met een gemiddeld jaarinkomen van 800 gulden te arm zijn om een brommer, laat staan een auto te kopen. Desondanks sprongen alle grote en dure automerken als wolven op de 14 vergunningen die de Vietnamese overheid uitdeelde om auto's te mogen verkopen. Aan de 80 miljoen Vietnamezen kunnen jaarlijks hooguit 3.000 auto's worden gesleten.

Weinigen verwachten dat dat er in de komende decennia meer zullen worden. Daarvoor zet de communistische partij teveel de handrem op het particuliere initiatief en heeft de regering te zeer natte voeten gekregen door de Aziatische economische crisis die Vietnam twee jaar geleden niet heeft overgeslagen. Het land ging vanaf 1994 twee stappen vooruit toen na Europese ook Amerikaanse bedrijven hun intrede deden en de economie met sprongen groeide. Maar met de crisis deed het land weer anderhalve stap terug en kwamen conservatieve communisten tot de conclusie dat het openstellen van Vietnam voor buitenlanders niet louter tot voorspoed leidt.

Die gevoelens zijn wederzijds, zo blijkt uit het wegtrekken van buitenlandse bedrijven, zeker nu Vietnam de onderhandelingen voor een handelsakkoord met Amerika heeft stopgezet. Met dit akkoord had Vietnam weer twee stappen vooruit kunnen zetten doordat de handel met Amerika ermee zou verdubbelen waarna bedrijven uit de EU, bang om toch de boot te missen, het wederom zouden gaan proberen. Maar het akkoord werd nimmer ondertekend; Vietnam vertrouwt het buitenland niet meer. ,,Dat kun je ze niet verwijten'', vindt ex-marinier Wilson, ,,Vietnam heeft alleen maar onze slechte kant gezien.''

    • Robert Giebels