Van Aartsen negeert wens Tweede Kamer

Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) heeft vanmorgen in het ministerscomité van de Raad van Europa geweigerd om te pleiten voor een statenklacht tegen Rusland. Hij negeert daarmee de wens van een meerderheid in de Tweede Kamer.

Ook voor schorsing van het Russische lidmaatschap wegens schending van mensenrechten in Tsjetsjenië weigerde Van Aartsen te pleiten. De minister trotseerde daarmee een eis van de meerderheid van de Tweede Kamer. PvdA, CDA, D66, RPF/GPV en SGP hadden Van Aartsen gisteren na een spoeddebatje in een motie-Timmermans (PvdA) gevraagd vandaag alsnog in Straatsburg te proberen om een statenklacht tegen Rusland opgenomen te krijgen in een verklaring van de vijftien EU-landen. De minister had de Kamer al vaker gezegd dat de regering niet voor zo'n ,,paardenmiddel'' voelt. Hij benadrukte tegenover de Kamer dat de Russische regering nu juist de laatste weken in de goede richting is gaan bewegen door een aantal (,,nog niet genoeg'') internationale waarnemers en het Rode Kruis in Tsjetsjenië toe te laten en een eigen onderzoek naar mensenrechtenschendingen toe te zeggen.

Van Aartsen herhaalde gisteren dat de regering er de voorkeur aan geeft, net als de andere EU-landen, om de druk op Rusland te handhaven door de dreiging met een statenklacht en een schorsing als lid van de 41 landen tellende Raad van Europa ,,boven de markt te laten hangen''.

Maar hij beloofde wél te zullen proberen om een verwijzing naar die dreiging jegens Moskou in de EU-verklaring te laten opnemen. Die poging bleek vanmorgen vergeefs. De EU-collega's, die zulke verklaringen unaniem moeten afleggen, wezen Van Aartsens suggestie af. Daarna stond de minister voor de keus of met een veto de al met instemming van de Nederlandse regering voorbereide EU-verklaring af te blazen of ermee akkoord te gaan. Volgens zijn woordvoerder besloot Van Aartsen dat laatste te doen omdat de EU in het ministerscomité van de Raad van Europa anders niets over Rusland en de schending van mensenrechten in Tsjetsjenië zou hebben verklaard. ,,En daarmee zou de Kamer wel heel slecht zijn bediend'', zei de woordvoerder.

Van Aartsen heeft vanmorgen uiteindelijk namens Nederland een aparte aanvullende verklaring uitgegeven. Daarin wordt een oproep aan Rusland gedaan om in ,,serieuze onderhandelingen te komen tot een politieke oplossing voor Tsjetsjenië''.

In zijn eigen verklaring herhaalt Van Aartsen dat de dialoog met Rusland niet moet worden beëindigd terwijl er juist enige vooruitgang in de houding van Moskou is. ,,De Raad van Europa moet zijn instrumenten (jegens Rusland) gebruiken op een goed moment'', heet het voorts in Van Aartsens vanmorgen in Straatsburg gepubliceerde verklaring.