Schilder Eugène Leroy overleden

In zijn Noordfranse woonplaats Wasquehal is gisteren de Franse schilder Eugène Leroy (90) overleden. Leroy is vooral een Franse kunstenaar gebleven, een schilder die desnoods jarenlang met verfmassa`s, met messen en tubes, in dikke lagen, aan één en hetzelfde doek werkte. Hij zocht nauwgezet in klassieke thema's als stillevens, landschappen en naakten naar een balans in kleur, vorm en harmonie, waarvan het resultaat aan Cézanne en Monet doet denken, zij het dat er veel ruiger met de materie en abstracter met de vorm werd omgesprongen. Daarom werd hij ook net zo goed een materie-schilder genoemd. Schilderen was voor Leroy `een eeuwige terugkeer van hetzelfde in de verscheidenheid'. Een doek moest een eigen innerlijk licht hebben, meende hij. Geen alledaags licht, maar ,,licht dat het onderwerp uit de diepte van het schilderij doet terugkeren.'' Zijn grote, levenslange voorbeeld was Rembrandt, en die liefde liet zich aflezen aan schilderijen, `die dik en zwaar zijn, bruin van tint met onverwachte lichtflitsen', aldus een tekst van Rudi Fuchs, die in 1994 een serie schilderijen van Leroy, de vier seizoenen, in het Stedelijk Museum in Amsterdam tentoonstelde. Leroy (Tourcoing, 1910) kreeg in 1937 zijn eerste tentoonstelling in Lille. Later volgden exposities in Wasquehal, waar hij vanaf 1958 een teruggetrokken leven leidde. Sinds de jaren tachtig kwam zijn werk in buitenlandse musea steeds meer in de belangstelling.