Politici als accountants

Politici houden van vooruitkijken. Sterker nog, het is hun reden van bestaan. Zij zijn er voor om ons, onze nakomelingen en niet te vergeten de rest van de wereld een betere toekomst in het vooruitzicht te stellen. Het blijkt al uit de ambitieuze titels die de meeste partijen aan hun verkiezingsprogramma's meegeven. `Een wereld te winnen', stelde de PvdA zich twee jaar geleden als opdracht. De VVD toonde zich een tikkeltje bescheidener met een programma dat de naam `Investeren in uw toekomst' meekreeg. Maar duidelijk is dat politici bestaan bij de gratie van vergezichten.

Dat wil zeggen: tot en met de verkiezingen. Eenmaal gekozen, dan wel benoemd, is er opeens veel minder belangstelling voor wat er komen gaat. De politicus moet vandaag de dag niet te veel vooruitblikken, maar des te meer verantwoorden. Het bedrijfsdenken domineert meer dan ooit het politieke `bedrijf'. Er moet ook aan het Binnenhof geleverd worden, het beleid moet resultaatgericht zijn, vanzelfsprekend is implementatie een vereiste en dient bij alles transparantie voorop te staan. Alleen steekt de optie op herverkiezing wat mager af tegen wat in het bedrijfsleven aan optieregelingen tegenwoordig gebruikelijk is.

Nu is controle natuurlijk altijd al een oertaak van het parlement geweest. Maar het werd toch lange tijd liever overgelaten aan de Kamerleden die de achterste rijen in de vergaderzaal bevolkten. Werd. Want nu staat controle voor de ultieme vorm van hogere politiek. Een minister die zich niet onmiddellijk en voor de volle honderd procent kan verantwoorden, bungelt, zit in het nauw of verkeert in de gevarenzone. Gisteren diende minister Korthals van Justitie zich in de Tweede Kamer maar liefst twee keer te verantwoorden. 's Morgens over het cellentekort, 's avonds over vermeende belangenverstrengeling van een ambtenaar. Het stelde allemaal bitter weinig voor, maar ondertussen waren er weer heel wat politieke ego's gestreeld. Kamerleden hadden immers opheldering geëist!

Het dreigt nog erger te worden nu de Tweede Kamer in al haar wijsheid heeft besloten met ingang van volgende week een formeel parlementair controlemoment te introduceren. Behalve de derde dinsdag in september, de dag dat de regering de begroting voor het nieuwe jaar presenteert, moet de derde woensdag in mei een nieuw hoogtepunt in het parlementaire jaar worden. Dan zullen ministers moeten aangeven wat er van hun beleid is terechtgekomen. Naar aanleiding van die rapportage zal de Tweede Kamer enkele weken later met de minister-president en de minister van Financiën een debat voeren. Ook bestaat de mogelijkheid dat bij die gelegenheid de Tweede Kamer direct verantwoordelijke ministers ontbiedt. Kortom: politiek vuurwerk.

Het lijkt een nobel en onomstreden streven. De motie die indertijd de aanzet gaf voor de derde woensdag werd dan ook in de Tweede Kamer met algemene stemmen aangenomen. Logisch, want een parlement dat voor zichzelf – althans in theorie – geen maximale controlemogelijkheden opeist, is te vergelijken met een slager die geen vlees wenst te verkopen.

Maar dat neemt niet weg dat zo'n procedureel vastgelegde `dag van de verantwoording' iets heel vreemds heeft. Het begint er al mee dat een zichzelf respecterend Kamerlid niet dient te wachten tot de derde woensdag in mei, maar elke dag moet kunnen vragen hoe het met de uitvoering van het beleid staat. De derde woensdag van mei staat dit terriërgedrag weliswaar niet in de weg, maar het creëren van een dergelijk institutioneel moment schept wel voor het kabinet een prachtige alibifunctie zich niet eerder te hoeven verantwoorden.

En dan maakt het niet uit dat de bijzondere verantwoording vooralsnog beperkt is tot twee door de Tweede Kamer vooraf geselecteerde onderdelen per departement. Het gaat om het principe. Als – zoals nu – is afgesproken, dat het ministerie van Sociale Zaken een speciale verantwoording zal moeten afleggen over de bestrijding van fraude in de bijstand, dan is dat onderwerp dus tot de derde woensdag in mei van de agenda afgevoerd.

Andersom heeft het ook een speciaal effect bij ministeries. Regel één in de ambtelijke cultuur is: vermijd elk risico. Op het moment dat een beleidsonderdeel is aangemerkt als derde-woensdag-onderwerp, zal er dus van alles aan gedaan worden dat thema geheel uit de politieke gevarenzone te tillen. Tegelijk zal alle op het departement aanwezige energie worden aangewend om op het uitverkoren controle-onderdeel een excellente rapportage af te kunnen leveren. Dit alles ten koste van andere taken.

Het grootste manco van een speciale verantwoording is dat er een verkeerde dynamiek van uitgaat. De gang van zaken rond parlementaire enquêtes bewijst dit keer op keer. Elke commissie neemt zich voor slechts het gevoerde beleid te onderzoeken, maar telkens weer leidt het ertoe dat de voor dat beleid verantwoordelijke politici boven de afgrond komen te hangen. Het feit dat de derde woensdag al de bijnaam `woensdag gehaktdag' heeft gekregen, zegt eigenlijk al genoeg. PvdA-Kamerlid Jan van Zijl, de instigator van derde woensdag zei eerder deze week dat de verantwoordingen wel tot een politiek debat moeten leiden. ,,Als een bewindsman jaren achtereen faalt, zal hij een probleem hebben'', aldus Van Zijl volgens een verslag in Het Parool. Het door dagkoersen bepaalde politiek opportunisme zal dus ook bij de beoordeling van de `derde-woensdag-stukken' een prominente rol gaan spelen.

Vroeger luidde de klacht dat politici zich nauwelijks voor de uitvoering van het beleid interesseerden, en slechts bezig waren met nieuw beleid. Nu lijkt de situatie omgekeerd. Maar politici zijn geen accountants. Gewenst zijn Tweede-Kamerleden die zich bij de beleidsvoorbereiding, ware controleurs tonen van de regering. Het betekent dat zij zich niet moeten laten gijzelen door regeerakkoorden en zich ook niet geheel afhankelijk moeten maken van door de regering verstrekte informatie. Eigen parlementair onderzoek als voorbereiding op wetgeving kan veel ellende achteraf voorkomen.

Met de derde woensdag van mei dreigen Kamerleden zich te gaan ontpoppen als hoeders van de debet- en creditzijde. Onbelangrijk is een goede en kloppende boekhouding niet. Maar politiek dient meer te zijn dan het goed runnen van een tent.

    • Mark Kranenburg