Op weg naar Anytown, USA.

De weg is lang, het land is leeg: Amerika zoals het hoort. De zon is al in Californië, een half continent westwaarts. De lucht gloeit op en de nacht staat klaar. Het leven is een road movie. En dan opeens, totaal onverwachts, dringt zich een oude, Europese gedachte op: als we hier nu eens een afslag nemen, een eindje de heuvels inrijden en dan een klein plaatsje met een leuk hotelletje zoeken. Rust, stilte, prachtige uitzichten: dat moet hier toch geen probleem zijn?

Onzin natuurlijk. Romantische dromen uit de Oude Wereld. Amerika moet het van andere charmes hebben. Hier zoekt men zijn bed langs de snelweg, liefst aan de voet van het talud of in de oksel van de afslag. Dat is wel zo snel en wel zo praktisch. Eten, slapen, tanken, door. Zo leeft de reiziger op weg naar Anytown, USA.

Wie zich daar eenmaal mee heeft verzoend, kan er zelfs van leren genieten. Je draait de snelweg af en nog voor je kan denken `Hoe heet het hier eigenlijk?' rijd je al een kermis van kleurig neon binnen. Het is geen stad, geen voorstad, geen industrie-terrein, geen winkelcentrum. Er woont geen hond, er loopt niemand over straat en het ruikt er naar benzine. Het is het soort nederzetting dat je overal in Amerika tegenkomt bij op- en afritten van snelwegen: de recreatieve afslagbebouwing.

Op palen hoog als telefoonmasten staan de logo's van goedkope motelketens dicht op elkaar: Super 8, Econolodge, Motel 6, Days Inn. Ze strijden om de aandacht met de logo's van benzinestations, fastfood-restaurants en een enkele hypermarkt. Het is een woud van reclame, ver verheven boven de meestal bescheiden bouwsels die het aanprijst. De weg is nauwelijks te onderscheiden in de zee van asfalt: parkeerterreinen, oprijlaantjes van `drive-thru' restaurants, parkeerterreinen, parkeerterreinen en nog meer parkeerterreinen.

Plaats genoeg dus om even stil te staan en van donkere avondlucht af te lezen wat de mogelijkheden zijn: $43,99 voor een kamer met kabel-tv bij het motel naast het tankstation? Of twee dollar meer (met continental breakfast) bij de concurrent die met grote letters Have a Nice Day! in zijn lichtkast heeft staan? Of een sjofel motel van een onbekend merk dat in versleten kleuren jubelt: Kleurentelevisie! en waarschijnlijk de goedkoopste is? Dilemma's van de vrije markt. Reserveren is niet nodig en afdingen is altijd te proberen.

De befaamde hotelketen Holiday Inn had ooit als slagzin No Surprises. Nog altijd lijkt dat het uitgangspunt te zijn van de hele overnachtingsindustrie aan Amerika's doorgangswegen. Een bed, een douche, een wc, een tv. In mooie uitzichten doet men niet, zelfs niet op bergachtige lokaties, in bossen of aan het water. Een raam is er om uit te kunnen kijken op je auto en die van de andere gasten. Wie iets wil eten, kan terecht bij de snack-automaat op de gang of moet met de auto naar de Burger King of de diner aan de overkant (lopen is bij gebrek aan trottoirs meestal een hachelijk avontuur). Wie een leuke avond wil hebben, kan maar beter vroeg naar bed.

Maar Amerika verandert. Zo is de cappuccino-revolutie doorgedrongen tot diep in het heartland, het conservatieve zuiden en grote wijde westen. Huiverig om de dag te beginnen met de beruchte slappe Amerikaanse koffie? Sla de Yellow Pages op en zoek naar een coffeeshop met het woorden Java of Gourmet in de naam. Of ga naar een grote boekwinkel in een shopping mall, waar meestal ook koffie met Italiaanse pretenties wordt geschonken. Of naar een supermarkt in een nieuwe buitenwijk, waar croissants, biscotti en zuurdesembrood hard op weg zijn om het witte fabrieksbrood te verdringen.

Voor een meer traditioneel Amerikaans ontbijt is er een ruime keuze uit folkloristische familierestaurants, vaak met het motto All U Can Eat. Een bezoek aan zo'n eethuis, liefst op zaterdagochtend, is een belevenis die geen Amerika-ganger mag overslaan. Het enthousiasme waarmee zwaarlijvige ouders en kinderen zich uit hun bankjes wringen om aan het buffet een tweede of derde portie te gaan halen, vergeet je niet snel. Zoals de middelbare vrouw met gezwollen benen die terughobbelt naar haar plaats, haar bord beladen met pannekoeken, worstjes, gebakken spek, roerei, toast, een muffin, een kwak havermout, een stuk kersentaart en een halve perzik uit blik (dat laatste waarschijnlijk om iets gezonds te eten). Terwijl ze haar buit op tafel zet, zegt ze tevreden tegen haar even dikke vriendin: ,,Kijk, dit noem ik nou een ontbijt.''

Wie het vliegtuig neemt van de ene Amerikaanse stad met comfort, cultuur en culinaire hoogstandjes naar de andere, ziet dit Amerika makkelijk over het hoofd. Maar de reiziger die kiest voor de auto kan er niet om heen. En wie zou het willen missen? De huiselijke rommeligheid van een Pancake House met formica bankjes en een serveerster die iedereen Honey noemt. Een motel waar het ontbijt bestaat uit gele koffie in een piepschuim bekertje en een kleffe donut met gekleurde hageltjes. Een nachtelijke mini-markt die baadt in tl-licht en wordt bestierd door een cassière die alleen maar Russisch spreekt.

Anders dan in trendy suburbia en de grote steden, verbeeldt hier geen mens zich dat hij in een buitenwijk van Florence of Barcelona terecht is gekomen. Dit is Amerika in z'n alledaagse klofje: praktisch, betaalbaar en zonder franje. Een betrouwbare pleisterplaats voor wie onderweg is van A naar B, een sobere maar efficiënte onderhoudsplaats voor reizigers die nog genoeg moois in het verschiet hebben.

    • Juurd Eijsvoogel