`Nergens staat: wat gaan we doen'

Minister Els Borst (Volksgezondheid) praat vandaag met de Kamer over de perikelen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Krijgen Koot en Bie gelijk?

. De een is wetenschapper, de ander politica, allebei zijn ze zeer verontrust over de lopende reorganisatie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De wetenschapper, Niek Klazinga, hoogleraar sociale gezondheidszorg aan de Universiteit van Amsterdam, constateert dat de functie van de inspectie ,,wordt uitgehold''. De politica, Corrie Hermann van GroenLinks, vindt dat minister Els Borst (Volksgezondheid) het ,,spoor bijster is en geen duidelijke visie heeft op de plaats van de inspectie in het systeem van de gezondheidszorg''.

Klazinga en Hermann zitten in de werkkamer van de hoogleraar in het AMC in Amsterdam. Klazinga kent de inspectie van binnenuit: hij geeft les aan de inspecteurs. De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit en toegankelijkheid van de gezondheidszorg, waarbij, zo legt Klazinga uit, de dienst vanaf eind jaren tachtig een andere taak heeft gekregen. De instellingen zijn zelf verantwoordelijk geworden voor de kwaliteit van de zorg. De inspecteurs moeten toezicht houden op ideeën en plannen. Dat heet `toezicht op toezicht'. Maar dat wil niet zeggen, vindt de hoogleraar, dat inspecteurs alleen vragenlijsten hoeven opsturen en antwoorden verwerken in een bestand.

Die vragenlijsten liggen gevoelig bij de regionale inspecties. Topambtenaren van VWS en organisatieadviseurs hebben bedacht dat het toezicht in de zorg meer volgens standaardprocedures moet verlopen, en daarbij horen: vragenlijsten. De inspecteurs vrezen dat ze uiteindelijk de rol van enquêteurs krijgen toebedeeld. Aan andere taken – bijvoorbeeld het bezoeken van instellingen – zullen ze, verwachten ze, nauwelijks nog toekomen. Ook omdat vacatures de laatste jaren nauwelijks nog werden opgevuld. En er zullen vanaf nu meer inspecteurs worden aangenomen die minder ervaring hebben.

Klazinga noemt die veranderingen ,,zeer verontrustend''. ,,De inspectie moet met gezag en aanzien haar werk kunnen doen, inspecteurs moeten met alle partijen kunnen praten en ze moeten weten waar ze het over hebben. Die rol is verdomd belangrijk.'' Hij kijkt of zijn woorden indruk maken en voegt eraan toe. ,,Gezag ontleen je niet aan je wettelijke bevoegdheden. Maar aan je deskundigheid.''

Klazinga signaleert dat de inspectie wordt uitgehold. Hij vindt dat inspecteurs de laatste jaren aan een andere belangrijke taak nauwelijks toekomen. Ze moeten, zegt hij, niet alleen letten op de gezondheidszorg en op incidenten, maar ook op de volksgezondheid, en daar hoort bij: de toegankelijkheid van de zorg. Klazinga staat op en pakt rapporten van het RIVM uit zijn kast. ,,Kijk hier heb ik Volksgezondheid Toekomst Verkenningen en daarin staat dat de sociale gezondheidsverschillen groeien.''

Volgens de RIVM-auteurs en andere onderzoekers blijkt niet alleen dat personen met een lage opleiding jaren korter leven dan personen met een hogere opleiding, maar ze leven ook veel langer in minder goede gezondheid. ,,Er is verschil in etnische groepen en er zijn geografische verschillen. De inspectie kijkt daar maar heel beperkt naar.''

Hermann knikt instemmend. ,,Het ontglipt aan de aandacht'', zegt de voormalig directeur van de GG&GD in Heemskerk en specialiste op het terrein van de sociale geneeskunde. De tijd van Koot en Bie komt toch niet terug, vraagt ze zich af. ,,Die twee gingen altijd in Buitenveldert wandelen, want daar leven de mensen veel langer.''

Ze heeft de afgelopen maanden haar collega's in de Kamer bestookt met notities en vragen met als resultaat dat een meerderheid van PvdA, CDA, SP en GroenLinks vindt dat een select gezelschap van wijze mannen en vrouwen op korte termijn een onderzoek moet doen naar de kwaliteit van de inspectie. ,,Er zijn veel problemen bij de inspectie'', vindt Hermann. ,,De minister verwacht alles van de reorganisatie en de nieuwe inspecteur-generaal. Maar ze verschuilt zich nu al zes jaar achter die reorganisatie, terwijl een heldere visie ontbreekt.'' De medewerkers van de inspectie hebben het vertrouwen in de dienstleiding opgezegd en wachten met overleg tot 1 juni wanneer de nieuwe inspecteur generaal, Herre Kingma, aantreedt. ,,In de tussentijd ligt de dienst op zijn gat en ik vind het schandelijk dat de minister dat laat gebeuren.''

Hermann en haar CDA-collega Siem Buijs hebben, ter voorbereiding van het debat vandaag met minister Borst, gesprekken gevoerd met inspecteurs en met de waarnemend hoofdinspecteur. De reorganisatie van de inspectie, zegt Hermann, zit nu in de definitieve fase. In het formatierapport staan alle functies beschreven, van de inspecteur-generaal tot de chauffeur. ,,Het griezelige is dat de reorganisatie vooral beheersmatig is, nergens staat beschreven wat er wezenlijk moet gebeuren. Nergens staat: wat gaan we precies doen en waarom. De feitelijke reorganisatie gaat vooraf aan de inhoudelijke gedachtebepaling en strategie. Dat is de wereld op zijn kop.''

Hij is vijf voor twaalf ,,of misschien is het al te laat'', verzucht Hermann. ,,Een groot aantal inspecteurs is al op zoek naar een andere baan. Het gevaar is dat er dan een nieuwe lichting inspecteurs komt die geen artsen zijn maar accountants en gezondheidswetenschappers. In hun nieuwe functieomschrijving staat alleen nog maar dat ze `verstand' moeten hebben van de `systemen'. De vraag is of je dan nog de taak kunt uitvoeren die Thorbecke, de bedenker van de inspectie, voor ogen had: de inspectie moet licht laten schijnen op wat licht behoeft.''