Muziekindustrie schikt kartelzaak met overheid VS

De grootste muziekuitgevers ter wereld hebben gisteren een kartelzaak met de Amerikaanse overheid geschikt. Sony, Time Warner, EMI, BMG en Universal Music hebben beloofd de komende zeven jaar geen minimumprijzen te verbinden aan gezamenlijke financiering van reclamecampagnes voor cd's.

De muziekuitgevers besloten in 1995 minimumprijzen op te leggen aan detailhandelaren, in ruil voor meebetaling van reclamecampagnes en andere promotionele activiteiten. Ze richtten daarvoor een gezamenlijk financieringspotje op. Volgens de Federal Trade Commission (FTC), de Amerikaanse kartelwaakhond, zijn deze praktijken illegaal. Amerikaanse consumenten hebben daardoor de afgelopen 2,5 jaar zo'n 480 miljoen dollar (1,16 miljard gulden) te veel betaald, zo blijkt uit onderzoek van de FTC.

Sony, Time Warner, EMI, BMG (Bertelsmann Music Group) en Universal Music zijn met de kartelautoriteiten overeengekomen dat ze onmiddellijk stoppen met de praktijken. Ook mogen ze niet afzien van promotionele ondersteuning als detailhandelaren adverteren voor goedkope cd's.

Bovendien is afgesproken dat de muziekproducenten niet de distributie aan een leverancier mogen staken als de prijsstelling hen niet zint.

De schikking heeft waarschijnlijk grote gevolgen voor de prijzen in Amerikaanse muziekwinkels. Door het `kartel' steeg de gemiddelde prijs van een cd, nadat de muziekindustrie vanaf begin jaren negentig was geteisterd door een prijzenoorlog. Nieuwe detailhandelaren, waaronder elektronicawinkels, deden hun intrede met een scherpe prijsstelling, tot ontevredenheid van de uitgevers. Traditionele detailhandelaren moesten hun prijzen verlagen om te concurreren met nieuwkomers.