Kitsch en camp

Gnuiverig houden van kitsch, dat is camp. Erkennen dat het kitsch is en het daarom juist leuk vinden. Je koopt een tuinkabouter die je trots aan smaakvolle bezoekers toont. En als je overtuigingskracht hebt, gaan zij het plotseling ook mooi vinden: het rose reuzevarken van Jeffrey Koons.

Zonder bijgedachten gesteld zijn op gekunsteldheid, dat is kitscherig. Maar ik kan het verschil tussen kitsch en camp vaak niet uit elkaar houden. Camp is onoprechter dan de kitsch waar het vertederd naar bukt.

Documentairemaker Michiel van Erp houdt van het registreren van volkstaferelen – Katwijkers die een Oranjefeest voor de koningin voorbereiden, een volkszanger die tijdens een toernee met zijn vaste vriend een Spaans hotel met Hollanders bezoekt. Van Erp registreert ingehouden, zonder commentaar, laat de feiten en de kitsch voor zichzelf spreken, al heeft hij een voorkeur voor absurde details: het kartonnen ontwerp van de feest-organisator voor een oranjetaartje. Hij neigt naar camp en wordt algemeen gewaardeerd, al zond de Vara zijn documentaires veel te laat op zaterdagnacht uit.

De Vlaming Jambers, te zien als Jambers op RTL4, heeft de zelfde volkse belangstelling als Van Erp. Ook zijn hoofdpersonen zullen zichzelf met plezier terugzien maar de kijker weet wel beter. Jambers haalt hogere kijkcijfers dan Van Erp maar wordt veracht door het hogere televisiewezen, ook in Vlaanderen. Het verschil tussen beide heeft ook met landsaard te maken. Vlaanderen is na eeuwen Waalse onderdrukking in veertig jaar plotseling steenrijk geworden, zodat de kitsch er floreert. Een land vol gloednieuwe antiekpaleisjes. Dat ik er graag naar kijk, maakt mij weer camp.

Je ziet bij Jambers veel opgedirkte mensen die na generaties slaafs zwoegen eindelijk in staat zijn hun leven te veranderen maar de tragiek is dat het niet helemaal slaagt. Jambers concentreert zich op barsten in de make-up. Op zijn ingehouden manier doet Jambers meer aan sociale kritiek dan de nostalgisch ingestelde Van Erp.

Jambers' serie Hete Kussen in Salou werd een natuurfilm over het paringsgedrag van jonge mensen op een Spaans vakantie-eiland. Uit al die éénnachtsliefdes komen winnaars en verliezers voort. De een is altijd serieuzer dan de ander. Jambers filmt het verdriet en innerlijke strijd van een meisje met haar monogame neigingen die op Salou niet horen. ,,Ik ga niet met je mee'', zegt een jongen die na een nacht met haar triomfantelijk tussen gniffelende vrienden voor zijn tent zit te drinken. ,,Misschien kom ik straks wel.'' Verdrietig druipt ze af.

Ik zag ook een dikke vrachtwagenchauffeur die elke twee weken naar een parenclub gaat, terwijl zijn vrouw niet mee wil. Van de televisie heeft hij geleerd waar hij recht op heeft en dat krijgt hij thuis niet, vindt hij. Zijn vrouw weet zich geen raad, durft niet van hem te scheiden en legt elke twee weken de schoongewassen tangaslipjes klaar. Wrede man, wreed contrast met al die documentaire-achtige glamourprodukties over seks op Veronica en SBS6.

Gisteren een gewoontjes uitziende Vlaamse vrouw die het mede op kosten van haar ouders wil maken in Hollywood. Ze volgt peperdure acteerlessen maar wordt wegens haar Vlaamse accent bijna altijd afgewezen bij audities. Als enig resultaat van al die jaren kreeg ze een bijrolletje in een Disney-productie die ze in haar appartementje vaak afdraait. Ze heeft een paar zinnetjes, en een man zegt tegen haar ,,We moeten de alien foetus verwijderen.'' Dat was het. Maar in de aftiteling staat haar naam: Greet Ramakers. Voortdurend horen we haar zichzelf in het Amerikaans en Vlaams moed inspreken: ,,Ik voel me nu sterk in mijn acteerprestaties. You have to follow your dream.'' Jambers smeert het commentaar er altijd in dikke lagen bovenop. ,,Door zichzelf te bewonderen, blijft ze dromen'', zegt hij en dat geldt voor veel van zijn hoofdpersonen. Kitscherig zelfbewust en ik sta er in mijn camperige ijdelheid boven.