`Interventie ook zonder VN-mandaat'

. Ook zonder een mandaat van de Veiligheidsraad, en dus zonder een duidelijke rechtsbasis, moeten humanitaire militaire interventies tegen grootschalige schending van mensenrechten mogelijk zijn.

Dit concluderen de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) in een vandaag gepubliceerd advies aan minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken).

In hun gemeenschappelijke advies, waarom Van Aartsen vorig jaar oktober had gevraagd, stellen AIV en CAVV dat een (dreigende) grootscheepse schending van mensenrechten in een staat ,,rechtvaardigheidsgronden'' kan meebrengen voor andere staten om ook zonder mandaat van de Veiligheidsraad tot militaire interventie te besluiten, zoals de Navo vorig jaar deed in de Kosovo-crisis. In feite komt deze redenering neer op ,,nood breekt wet''. Zonder een mandaat van de Veiligheidsraad is een interventie weliswaar onrechtmatig maar de ernst van een (dreigende) humanitaire ramp kan die onrechtmatigheid wegnemen, zegt het advies.

AIV en CAVV bepleiten om het internationale recht overeenkomstig aan te passen door enige ruimte te maken voor een ,,gedoogzone'' voor militaire interventies zonder mandaat van de Veiligheidsraad of instemming van het land waar ingegrepen wordt. Aan de uitgangspunten van het internationale recht, dat voor stabiliteit in de internationale betrekkingen van soevereine staten zorgt, mag daarbij echter niet worden getornd, zeggen AIV en CAVV. Zij geven toe dat zij op die manier ,,de kool en de geit'' willen sparen, namelijk zowel het internationale recht als de juridische positie van staten die ingrijpen om een humanitaire ramp te voorkomen zonder uitdrukkelijke machtiging van de Veiligheidsraad.

Voor dergelijke humanitaire interventies zou er dan wel een toetsingskader moeten komen, dat mede als basis kan dienen voor een internationaal oordeel achteraf over de toelaatbaarheid van de interventies, aldus het advies, dat vlak voor de behandeling van de Kosovo-evaluatie in de Tweede Kamer werd gepubliceerd. In die Kosovo-evaluatie is een belangrijke principiële en veelbesproken vraag of humanitaire militaire acties mogelijk moeten zijn zonder mandaat van de Veiligheidsraad en/of de instemming van de betrokken soevereine staat (Joegoslavië).

Het advies beantwoordt die vraag net als de regering dus voorwaardelijk positief.