`Grenzen aan accountancy'

Accountants kunnen niet blijven roepen dat ze altijd onafhankelijk zijn, vindt J. den Hartog, voorzitter van Ernst&Young. Hij bepleit dat er grenzen gesteld worden aan hun samenwerking met adviseurs.

Het verhaal van accountants dat ze altijdonafhankelijk zijn, is niet aan bestuursvoorzitter Jan den Hartog van Ernst&Young (Nederland) besteed. Hij wil zich mengen in de discussie over de onafhankelijkheid van accountants. ,,De wettelijke taak van controle accountants, die de jaarrekening van controle-plichtige bedrijven beoordelen, bijt soms echt hun advieswerk, waarbij ze in het belang van de klant werken. En het bijt ook hun samenwerking met management consultants.''

Maar de critici gaan te ver, vindt hij. Zij willen alle controle-accountants afzonderen van adviserende collega's en opnemen in een overheidsregister. De overige accountants zijn dan vrij om zo veel te adviseren als ze willen. Zo'n model is volgens Den Hartog ,,volstrekt onrealistisch.'' Die critici — onder wie de Kamerleden Hindriks (PvdA), Vendrik (GroenLinks), de Orde van Advocaten — ,,begrijpen niets van de praktijk.''

Bovendien hebben ze Den Hartog ,,niet kunnen uitleggen wanneer onze onafhankelijkheid in gevaar komt en wij afhankelijk worden.'' Hij zal het dus zelf uitleggen.

Zo'n 5.000 accountants in Nederland — bij KPMG, Ernst&Young, PricewaterhouseCoopers, Deloitte en Touche en Arthur Andersen — dingen elk jaar naar de wettelijk verplichte controle-opdrachten van de 9.000 grotere ondernemingen in Nederland. Dát proces tast de onafhankelijke positie aan, vindt Den Hartog. ,,De ene dag wil je een klant winnen, de volgende dag moet je zijn jaarrekening kritisch beoordelen - dat levert spanning op.''

En dan moet de accountant kritische vragen over de jaarrekening stellen, terwijl zijn kantoorgenoten, de managementconsultants, tegenwoordig ,,gigantische financiële belangen'' hebben dankzij hun adviezen over automatisering en internet-activiteiten. ,,Een advies aan een groot bedrijf om een bepaald IT-systeem te kopen kan gaan om een investering van 12 miljoen gulden. Dat overstijgt de omvang van een controle-opdracht, dat de accountant hooguit een ton oplevert, vele malen. Te veel, vind ik.'' Immers, als de accountant ruzie krijgt, dan kan ook zijn collega, de consultant, een miljoenenopdracht kwijtraken.

Tenslotte worden controle accountants ,,te zeer onderdeel van het bedrijf dat zij controleren'', volgens Den Hartog, als zij dat bedrijf jaar in jaar uit bedienen. ,,Dat wil de klant graag, omdat hij zo'n accountant vertrouwt, maar het kan de kwaliteit van het accountantswerk aantasten.''

Het moet anders, vindt Den Hartog, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Ernst&Young gaat zijn managementconsultants wereldwijd (15.000 man) al vast verkopen aan Cap Gemini, zodat de onafhankelijke positie van de accountants overeind blijft.

Verder stelt Den Hartog voor dat de controle-accountant niet jaarlijks dingt naar de controle opdracht van grote bedrijven, maar een meerjarig contract (vijf jaar) met een controle-plichtige cliënt sluit, zodat hij kritisch kan blijven. Daarnaast wil hij dat er een financiële limiet wordt gesteld aan de inkomsten uit advieswerk van controle accountants. Om de innige relatie tussen accountant en cliënt te voorkomen, moet er om de vijf jaar een wisseling van accountant plaatsvinden, vindt Den Hartog. In Italië moeten grote bedrijven om die reden zelfs elke negen jaar van accountantskantoor wisselen.

Controle accountants in overheidsdienst nemen, kan niet omdat zij nooit ambtenaar zullen worden, zegt Den Hartog. Hen verplichten uitsluitend controlewerk te verrichten, kan evenmin. ,,Ze zijn maar zes maanden per jaar bezig met controle. De rest van het jaar adviseren ze tijdens fusies en overnames. Ze kunnen toch niet elk jaar zes maanden werkloos rondhangen?'' Dat advieswerk is financieel ook ,,veel aantrekkelijker dan controlewerk'', erkent hij. Maar dat mag ook wel, vindt Den Hartog, nu ook accountantskantoren kampen met een tekort aan jonge werknemers. ,,Accountants kunnen na hun 10-jarige opleiding overal terecht. Zouden ze alleen een ton per jaar verdienen, met uitsluitend controlewerk, dan koopt een bank ze voor anderhalf ton. Wij raken nooit jonge mensen kwijt aan concurrenten maar aan andere bedrijven. Bovendien is advieswerk gewoon leuker.''

    • Frederiek Weeda