EU moet Baskische regering de wacht aanzeggen

In Baskenland zijn elementaire burgerrechten niet langer gewaarborgd. Zoveel maakt de moord op de journalist López de Lacalle door de ETA wel duidelijk. De Europese Unie mag zich ferm over Oostenrijk hebben uitgesproken, een scherpe veroordeling van de Baskische regering ligt evenwel meer in de rede, vindt Steven Adolf.

Afgelopen zondag werd in het Baskische plaatsje Andoain de journalist José Luis López de Lacalle (62 jaar) doodgeschoten door een professionele moordenaar van de Baskische terreurbeweging ETA. De dood van López de Lacalle is de ultieme bevestiging van een unieke situatie binnen de Europese Unie: in Baskenland zijn de fundamentele burgerrechten als persvrijheid en vrijheid van meningsuiting niet langer gewaarborgd. De teloorgang van de democratie gaat hier veel verder dan in het veel gekritiseerde Oostenrijk van Jörg Haider: de regerende partij in de regio, aangevoerd door een nationalist bij wiens democratische gezindheid grote vraagtekens kunnen worden gezet, heeft het op een politiek akkoordje gegooid met een nietsontziende terreurbeweging.

López de Lacalle was een moedig mens. Onder Franco belandde hij vijf jaar in de cel als lid van het communistische verzet tegen de dictatuur. Als onafhankelijk politicus bij de socialisten en later journalist en activist bleef hij zich na de dood van de dictator inzetten tegen de nieuwe totalitaire dreiging in zijn geboortestreek: die van het Baskisch nationalisme. Hij was mede-stichter van het Forum Ermua, een platform van intellectuelen dat drie jaar geleden werd opgericht na de aanslag op het conservatieve raadslid Miguel Ángel Blanco.

Eerst waren de bedreigingen gekalkt op de muren van zijn stadje. In februari werd zijn huis bekogeld met molotov-cocktails. ,,De Franco-aanhang heeft me vijf jaar in een gevangenis gestopt, maar heeft het nooit gewaagd om mijn familie en mijn huis aan te vallen'', merkte hij laconiek op in een vraaggesprek. Heel de buurt wist min of meer wie de daders waren, maar de Ertzaintza, de Baskische regiopolitie deed niets nadat López de Lacalle aangifte had gedaan.

Waarom werd López de Lacalle met kogels het zwijgen opgelegd? Woordvoerder Arnaldo Otegi van Euskal Herritarrok, de politieke tak van de ETA, had daar op de Baskische televisie wel een verklaring voor. ,,Ik stel me voor'', aldus Otegi met geveinsd gevoel voor afstand, ,,dat ze op tafel willen krijgen wat de rol is van de media [...] die naar hun mening een strategie voeren van manipulatie en oorlogsvoering in het conflict tussen Groot-Baskenland en de Staat.''

Onwelvallige praatjes over de groot-Baskische gedachte worden gestraft. Carlos Herrera, populair presentator van het ochtendprogramma op de Spaanse staatsradio Radio 1, ontsnapte op een haar na aan de dood nadat hij een bompakket in de vorm van een doos sigaren ontving. Een collega van het conservatieve dagblad La Razón kreeg explosieven verpakt in het boek Misdaad en Straf van Dostojevski.

Dat de ETA zijn moordcampagne tegen journalisten richt, is op zichzelf niet zo verrassend. Met zijn terreuracties, waar rond de achthonderd slachtoffers vielen, heeft deze beweging immers een reputatie hoog te houden als het aankomt op de systematische schending van mensenrechten. Dagelijks worden de huizen van tegenstanders van het nationalisme beklad, hun families bedreigd, hun auto's verbrand en hun huizen en winkels aangevallen met molotov-cocktails. Gecoördineerde acties uitgevoerd door Jarrai, de jeugdbeweging waarin de ETA zijn terroristen klaarstoomt voor het grotere werk. De Ertzaintza, de regionale politie, steekt nauwelijks een vinger uit. Deze politie staat onder directe veantwoordelijkheid van bewindslieden van de PNV, de regerende Baskisch-nationalistische partij die al twintig jaar lang strak geleid wordt door de Baskische voorman Xavier Arzalluz. Arzalluz staat bekend om zijn uitspraken over de zuiverheid van het Baskische ras en bloed, om zijn kritiek op de ,,immigranten'' uit de rest van Spanje en om zijn dubbelzinnige politiek ten aanzien van het terreurgeweld van de ETA. ,,Sommigen schudden aan de boom, anderen rapen de noten op'', zo luidt het cynische lemma van deze politieke leider.

Na decennia aan de macht te zijn geweest is de PNV uitgegroeid tot een octopus van politieke, sociale en financiële macht. De partij had de wind mee: Spanje decentraliseerde, Europa gaf zijn regio's ruim baan. Twee jaar geleden besloot leider Arzalluz, onder druk van de algemene volkswoede tegen het Baskische nationalisme als gevolg van de moord op Miguel Ángel Blanco, tot een radicale ommezwaai van zijn relatief pragmatische beleid. De PNV hernam het nationalistische initiatief, sloot een pact met de politieke tak van de ETA en onderhandelde daarnaast in het geheim met de ETA zelf. De stap werd door Arzalluz verdedigd met het argument dat het de enige manier was om de ETA binnen de instituten van het Baskische bestuur te betrekken en zo van zijn gewelddadige pad af te brengen.

Hiervan is niets terecht gekomen, integendeel. De ETA moordt weer en het fascistoïde geweld van straatbendes kan ongestoord doorgaan. Niettemin weigert de PNV, de partij verantwoordelijk voor de openbare orde in Baskenland, zijn pact met de politieke arm van de terreurbeweging op te zeggen. Net zoals de PNV weigert vervroegde verkiezingen uit te schrijven nu zijn afspraken met de ETA hopeloos hebben gefaald.

Democratische lafheid is nog wel het minste waarvan PNV-leider Arzalluz beschuldigd kan worden. Na de mislukte aanslag tegen radiojournalist Herrera ging Arzalluz op zijn gebruikelijke wijze – curieus mengsel van schuimbekken en zelfmedelijden – tekeer tegen beschuldigingen dat hij de journalisten verbaal aanviel die even later door de ETA werden aangepakt. ,,Alsof de ETA bij de PNV te rade moet wie ze kunnen vermoorden'', aldus Arzalluz die vervolgens een rijtje journalisten met naam en toenaam noemde vanwege het ,,braaksel'' en de ,,brutaliteiten'' die ze over het nationalisme durven te publiceren. El Mundo, het dagblad waar López de Lacalle zijn columns voor schreef, kreeg eveneens uitgebreid een veeg uit de pan.

Het is angst, wist López de Lacalle. Arzalluz vreest zijn regerende positie in Baskenland, de regio die hij als zijn persoonlijk achtertuintje beschouwt, kwijt te raken. Want zijn achterban zit, net als een ruime meerderheid van de Basken, niet te wachten op het Groot-Baskenland onder leiding van de ETA. De huidige minister van Binnenlandse Zaken, Jaime Mayor Oreja van de Partido Popular, staat al in de startblokken om de nieuwe regiopresident van Baskenland te worden. De nachtmerrie voor het Baskisch nationalisme, maar een gezonde zaak in een democratie, zo betoogde López de Lacalle in de laatste zin van zijn laatste artikel. ,,De PNV is nodig in de oppositie, een uitstekende plek voor samenwerking en het bewijzen van hun patriottisch verantwoordelijkheidsgevoel.''

Naar aanleiding van de moord op López de Lacalle heeft commissie-voorzitter Romano Prodi zijn afschuw verklaard over de aanhoudende terreur van de ETA. Dat is mooi, maar aan dovemansoren gericht. Een scherpe Europese veroordeling van de PNV vanwege hun politieke mede-verantwoordelijkheid voor de situatie in Baskenland heeft meer effect. Binnen de PNV zijn genoeg gematigde, pragmatische politici aanwezig die gevoelig zijn voor kritiek uit Europa en die zich gesteund zullen zien om het huidige beleid drastisch bij te stellen. Een veroordeling van de zittende regering in Baskenland zou een duidelijk signaal kunnen zijn waar de grenzen in Europa liggen.

Steven Adolf is correspondent in Madrid voor NRC Handelsblad.

    • Steven Adolf