Een dagje naar de races

Arrangementen via het reisbureau leiden niet alleen naar Rome, Parijs, Thailand of nog verder, er zijn ook reisjes te boeken naar de beroemde racecircuits in Europa. Zo heeft de snelste Nederlander op vier wielen, Jos Verstappen, een eigen Formule-1 reisbureau. Voor wie een paar dagen wil doorbrengen in de zon van Monte Carlo of de onbeschrijflijke herrie van Monza. Agenda doet verslag vanaf de modderige en in baconlucht gedrenkte Grand Prix in het Engelse Silverstone.

Het Britse volkslied schalt uit de luidsprekers. De meeste van de bijna honderdduizend bezoekers staan op uit hun tribunestoeltjes, van de zompige grond of uit het meegebrachte tuinameubelement. God save the queen en God sta ons bij als even later 22 Formule 1-bolides voorbij blazen. De grondpiloten scheuren met hels kabaal en zo'n driehonderd kilometer per uur langs, razen door de chicane en proberen elkaar ook nog eens in te halen in de simpele hoop als eerste de finish te bereiken. Barrichello voert aan, Verstappen ligt negende. The race is on!

Gedurende zestig ronden vliegt het circus voorbij. Ik zit met vele honderden mensen in de bocht waar vorig jaar Michael Schumacher crashte en zijn been brak. Een goede bocht om te kijken dus, werd mij door een Engelsman meegedeeld.Want dit soort schuivers en crashes hoort, licht morbide of niet, onlosmakelijk bij de aantrekkingskracht van de Formule 1.

De reis naar het circuit van Silverstone, niet ver van Birmingham, was in beduidend langzamer tempo begonnen, hoewel het vermoeden rijst dat de buschauffeur ooit een carrière in de racerij heeft geambieerd. Aan boord twintig Nederlandse fans die via Jos Verstappens eigen reisbureau een arrangement Silverstone hebben geboekt. Met Jos zelf heeft de reis weinig van doen. Er is geen meet `n greet georganiseerd, de voorzitter van de fanclub is er ook niet bij en de verdiensten zullen waarschijnlijk grotendeels in zijn miljoenen slurpende auto verdwijnen. Maar we krijgen wel een petje met zijn naam erop.

Donderdagavond laat vertrekt de bus met elf fans vanuit Nederland om via een middernachtelijke overvaart Calais-Dover de volgende ochtend nog eens negen personen bij de Londense luchthaven Stanstead op te pikken. Het gezelschap is gemengd: een echtpaar dat een paar uur voor vertrek nog even snel heeft besloten mee te gaan, een jong stel, enkele mannelijke racefans van gemiddelde leeftijd, een vader in keurig pak met zijn zonen in kleding van surfmerken, en een vriendengroep van zes – `the six-pack' door de buschauffeur genoemd.

Tijdens de rook- en plaspauzes praat iedereen met iedereen. Over de verwachtingen van de race, over het verschil tussen Formule 1 en het Amerikaanse IndyCar racing, asymmetrische auto's en andere technica, over eerder bezochte Grand Prix. Het zijn allen fans van Verstappen. Grappen over zijn doorgaans spectaculaire crashes blijven uit en er wordt gehoopt op een eindplek bij de eerste zes. Wat iedereen doet in het dagelijks leven blijft in het ongewisse. We zijn hier voor Jos en voor de race, zoveel is duidelijk.

Het moet gezegd: wie een Formule 1-race goed wil volgen, kan het beste voor de tv naar het kundig commentaar van Olaf Moll en Alard Kalff luisteren. Anderzijds: je kunt je tv aansluiten op een superieure geluidsinstallatie met stereo-surround speakers en de volumeknop opendraaien, en dan nog benader je in de verste verte niet de oorverdovende sensatie van een voorbijscheurende McLaren, Ferrari of Jaguar. De bolide nadert met een soort zeurend geschreeuw, schalt zijn oerknal bij het passeren en vliegt in een paar seconde weer weg in de stilte.

Aan die oerknal hangt een stevig prijskaartje. Je vliegt voor minder naar New York. Wie het racefestijn in Silverstone drie dagen lang mee wil maken – trainingen op vrijdag, kwalificatie op zaterdag en de race op zondag – is voor het goedkoopste kaartje respectievelijk zo'n honderd, honderdtachtig en driehonderd gulden kwijt. Voor een plaats op de tribune dient een supplement te worden betaald.

,,Ah, a real racing fan'', stelt een dikke Brit als ik vertel dat ik het goedkoopste kaartje heb. Het verschaft toegang tot de talrijke van oorsprong groene heuveltjes met prima uitzicht op het circuit en de commerciële santekraam rond het circuit. Ik schat hem veel eerder in als echte affecionado. Hij hapt in zijn pint en verhaalt over eerder meegemaakte grand-prix en vertelt in te veel details over de erbarmelijke staat van de toiletten bij de Belgische race in Spa-Francorchamps. Als hij zegt dat hij zelf in een Formule 1 auto gaat rijden, begin ik te lachen. Met zijn allesbehalve atletisch postuur zou hij waarschijnlijk niet eens in het kuipstoeltje passen. Tot mijn verbazing meent hij het. Nog zo'n veertig kilo afvallen, vertelt hij, maar dan gaat hij ook daadwerkelijk drieduizend gulden neerleggen om in de Benneton auto van 1994 twee rondjes te mogen rijden.

De wereld van de Formule 1 is er een van grote getallen. Het circuit van Silverstone levert de plaatselijke economie zo'n honderd miljoen gulden per jaar op en Michael Schumacher verdient meer dan heel Ajax bij elkaar. Het huishoudboekje van het Ferrari- en Mclarenteam moet zo'n half miljard gulden per seizoen verantwoorden en alleen al voor schroefjes, moertjes en boutjes van de auto van Heinz-Harald Frentzen is het Jordanteam per seizoen zo'n anderhalf miljoen gulden kwijt. Heel dure Meccano.

Ik verwacht dan ook de aanblik van VIP-plaza's en hospitality-dorpen als ik voor het eerst de poorten doorloop. Maar niks kaviaar of hors d'oeuvres. Aardbeien en slagroom zijn voor Wimbledon. De rauwe werkelijkheid van Silverstone ruikt naar vet. Bij de talrijke voedselstands vind je voor ruim elf gulden per snack hamburgers van dubieuze afkomst, hogroast, chicken & fries en fish 'n chips. Chinees eet je bij Wham Bham Fooey. De wat bleke Coronationstreet-look op de gezichten van de Engelse fans worden deels verklaard door de hoeveelheid bacon die ze zich toedienen: bacon op brood, bacon met kaas of bacon met worst, ei en tomatensaus.

De discipelen der cholesterol worden bij voorkeur weggewassen met het Australische bier van hoofdsponsor Fosters. Als om vijf voor tien 's ochtends enkele tientallen `lads' staan te wachten bij de bierstand worden ze teleurgesteld: de vijftien jongens en meisjes achter de toog mogen pas na tienen de 24 taps opendraaien. Stilte voor de storm. Op Silverstone is geen plaats voor dure wijn met lange afdronk.

Het middenterrein van het circuit is het walhalla voor de bezoekers die zich gast mogen noemen. Hier verblijven ook de coureurs en technici, onbereikbaar voor de meeste fans. Sponsors ontvangen hun gasten in kleine appartementjes met uitzicht op de pitstraat. Op de dag van de wedstrijd landen de helikopters om de dertig seconden om de vele vips op een van de twee heliports af te zetten. Radio Silverstone deelt ons bij tijd en wijle mee welke beroemdheid nu weer is neergedaald. De koning van Spanje moet ergens rondlopen, net als voetballer Michael Owen en acteur/auteur Stephen Fry.

De eerste die echter weer van het middenterrein kan opstijgen richting huis is Jos Verstappen. Bij de kwalificatie had hij tot grote tevredenheid onder de Nederlanders een achtste tijd geklokt. Een klassering in de punten zou er nu toch zeker inzitten, luidde de consensus. Na de race heerst echter een, overigens niet al te lang durende, gelatenheid. Negentien ronden lang rijdt hij op de negende plek met de beste Schumacher net voor hem. Dat zie je niet veel. Niet dat iemand verwacht had dat hij de Duits-Italiaanse alliantie voorbij zou racen, maar het slakkegangetje waarmee Jos in de twintigste ronde voorbij komt huppelen, was ook niet direct wat de fans hadden gehoopt. Elektronisch mankement: Exit Jos.

Het mag de pret niet drukken. Een weekendje naar de racerij is feest, zowel op de baan als op het `festivalterrein'. Als de Formule 1-auto's stilstaan, zijn er andere races te bekijken: van antieke Jaguars tot Formule 3000, een onderklasse in de racerij. Op het terrein gaan T-shirts en petjes voor veel te hoge prijzen (70 gulden) grif van de hand. Mannen kijken naar dure uitgestalde personenauto's die ze niet kunnen betalen. De bezoekers krijgen een vliegshow voorgeschoteld en er komen nog wat parachutisten naar beneden. Fans aan het 5140 meter lange circuit zitten met elkaar te praten, bekijken de race, halen hun meegebrachte snacks of drank uit de koelbox, luisteren of kijken mee op hun mini-radiootjes of tv's.

Ondanks de aanwezigheid van veel bier, slecht eten en veel auto's is het machismo gelimiteerd: er lopen veel kinderen rond, complete gezinnen inclusief oma, jongens van de boerderij en donkere meisjes in schooluniform. Tienermeisjes lopen rond met vlaggen van coureurs en dan vooral hun nieuwste idool Jenson Button. Ik hoor Japans, Duits, Italiaans, Portugees en nog een dozijn talen.

Op zichzelf hadden al die fans genoeg reden tot klagen. Het weekendje Silverstone 2000 was er een vol modder. Door hevige regenval in de weken voor de race waren de velden om het circuit en de omliggende parkeer- en campingplekken veranderd in modderbaden. De toegangswegen naar het circuit waren compleet verstopt en wachttijden in de file van vier à vijf uur waren eerder regel dan uitzondering.

Maar niemand klaagt. Het tegendeel is eerder het geval en dat is de grote charme van een weekendje racerij. Ik spreek een Ier en krijg een deel van zijn pizza aangeboden, een Engelsman haalt een biertje voor me en niemand kijkt me raar aan omdat ik een Verstappen-petje op heb. Op de racedag zie ik te midden van zo'n 100.000 fans nog geen twintig politieagenten. De meest provocatieve uiting komt van een vrouw die zowel een Griekse als een Ferrari-vlag met zich meedraagt: bij het passeren van Schumachers concurrent Coulthard maakt ze steevast onanistische bewegingen met haar hand. Tevergeefs: de Schot wint.

    • Tijn Kramer