Een cultureel dagje met Maggie en Coco

Nul andere Westerse toeristen tel ik als ik er eindelijk bovenop sta: `Xinglongshan, 2400 meter hoog, met veertig Boeddhistische tempels van zeker tweeduizend jaar oud', staat in mijn reisgids.

Na een busreis die voor mij twee keer zo duur is als voor Chinezen, doen ze er bij de kassa – onvermijdelijk aanwezig bij een toeristische attractie in China – aan de voet van de berg nog een schepje bovenop: `Chinezen: 10 yuan; Buitenlanders: 40 yuan'. Aan Chinezen geen gebrek: behalve tientallen dagjesmensen een groep scholieren van zeker honderd stuks van rond de 15, 16 jaar. Deze uitgelaten jongeren zijn op schoolreisje en staan te popelen om de berg op te mogen. Voor sommigen is vandaag ook nog eens de eerste keer dat ze een buitenlander zien en ik moet ze letterlijk van me af slaan.

De schoolmeisjes Xiao Li en Liu Li ontfermen zich al snel over mij. Zij willen vooral hun Engels oefenen. Engelse namen hebben ze zich al aangemeten: Xiao Li noemt zich Maggie, Liu Li noemt zich Coco. Gezellig babbelend vinden we gedrieën de eerste tempel, een betonnen gebouwtje, vers in de verf. Verbaasd vraag ik Maggie waar het beloofde exemplaar van 2000 jaar oud is gebleven. ,,Te oud. Te stuk. In plaats van 'm op te knappen was het goedkoper en sneller om gewoon een nieuwe te bouwen'', weet ze. ,,Wel in dezelfde stijl, maar zo is-ie een stuk mooier, nietwaar?''

Ik mompel maar wat om niet in discussie te hoeven gaan over deze teloorgang van cultureel erfgoed en loop het gebouwtje binnen. Centraal staat een tafel, niet met een Boeddhabeeld, maar met een tv-toestel erop. Een schare scholieren zit eromheen. Op tv danst een vrouw door bossen en grote Chinese karakters rollen over het scherm. In de groep zit een meisje achter een grote microfoon die met een zeer hoog kopstemmetje tracht mee te zingen met de verschenen karakters en in de melodie die de tv laat horen. ,,Ha! Karaoke!'', verzucht Coco. ,,Eindelijk!'' Iedereen wacht ongeduldig draaiend op een stoel zijn of haar beurt af en betaalt dan 5 yuan om een liedje te mogen zingen. Sprakeloos kijk ik toe tot ik in lachen uitbarst. ,,Sssst! Stilte!'', roept iemand.

Als Maggie en Coco eindelijk uitgezongen zijn, wandelen we verder omhoog, de nieuw aangelegde trappen op. Ook het volgende tempeltje blijkt herbouwd en ook hier is de karaokeset populair. Een Boeddhabeeld staat er in de hoek wat verloren bij. De Chinezen zijn alleen geïnteresseerd in het zingen van Sailing van Rod Stewart, maar ook met een langzaam liedje als dit gaat het lezen van het Latijnse schrift eenieder moeizaam af. Tegelijkertijd en ieder voor zich zijn ze hardop bezig het liedje onder de knie te krijgen. Uiteindelijk moet ik onder groot enthousiasme en voor 10 yuan laten zien hoe het wèl moet. ,,Leuk hè!'', glundert Maggie als het applaus verstorven is. Tja, ik moet inderdaad bekennen dat mijn eerste afschuw via verwondering aan het omslaan is in vrolijk enthousiasme. Haar klasgenootjes kijken ons intussen jaloers na. Ik ben eigendom van Maggie en Coco, zoveel is wel duidelijk. Trots slepen ze me verder.

De volgende tempel is niet interessant: er staat alleen maar een Boeddhabeeld binnen. Een kameel, waar je verkleed via een keukentrapje op mag klimmen, is weer wel de moeite waard. Zeker als ik, gehuld in kleding zoals de oude mandarijnen ze ooit gedragen moeten hebben, me door de uitzinnige Chinezen laat fotograferen. Vervolgens moet ik dubbel betalen omdat ik te lang op de kameel heb gezeten.

De meeste tempels blijken niet herbouwd, maar gewoon afgebroken te zijn, dus eerder dan we dachten bereiken we de top van de berg waar de laatste te bezichtigen pagoda staat. Deze is verbouwd tot theehuis en karaokeset en zelfs een biljart ontbreken niet. Schor en voldaan van het zingen ploft Maggie in een rieten stoel en slurpt van haar cola. Een absoluut cultureel hoogtepunt is haar eindconclusie. Ik kan het alleen maar van harte beamen. De geschiedenis die ik hoopte op te doen, lees ik later nog wel eens.

    • Willem Kuijpers