Edwardiaans sporen langs de Tafelberg

In Zuid-Afrika rijden twee zeer luxe passagierstreinen, hoofdzakelijk gebruikt door treinofielen en toeristen. Men heeft de keus uit het moderne gerief van de Bloutrein of teruggaan in de tijd met de Rovostrein. Deel 1 in een serie over bijzondere treinreizen.

De lange leegte van de Kaapprovincie. Veel struiken, geiten en koeien, weinig mensen. In deze onmetelijke vlakte, waar tijd en geschiedenis niet lijken te tellen, rijdt een trein uit de jaren twintig van de vorige eeuw, Rovos genaamd, op weg van Kaapstad naar Pretoria. Een suite, het bed haaks op het raam en dan languit: de mooiste manier om het Zuid-Afrikaanse landschap te aanschouwen.

Op het station van Kaapstad zwaait de eigenaar van de privé-trein, Rohan Vos, zijn gasten hoogstpersoonlijk uit, met een praatje uit de losse pols, onder het genot van een strijkje en een glas vonkelwijn (champagne). De treinhostesses begeleiden de reizigers over een rode loper naar hun compartimenten. Lang na het verlaten van de stad kunnen we, achteruitkijkend, de Tafelberg nog zien. Dit is niet altijd zo: als het weer omslaat, kan de tafel ineens gedekt zijn met een machtig wolkenkleed. Vandaag niet, vandaag is de lucht strakblauw en de Kaap op zijn fraaist.

Na een half uur sporen doemen aan de einder de mysterieuze gebergten van Paarl en Stellenbosch op. Groot Drakenstein, Jonkershoek, Hottentots Holland, duistere punten rond het hart van de beroemdste van alle Zuid-Afrikaanse wijnstreken. Het grootste deel van de wijnoogst 2000 is al weer binnen. De flessen Middelvlei, Welgemeend en Goedgeloof zijn binnenkort op dronk.

Bij Paarl maakt het spoor op zijn route naar het oosten ineens een lange slinger noordwaarts, om de Slanghoekbergen te ontwijken. De reis gaat langs stadjes en dorpen met namen die de Europese stichters verraden: Wellington, Gouda, Artois, La Plaisante. Huizen hebben er lieftallige witte trapgevels, Kaap-Hollandse stijl genaamd.

De eerste tussenstop van de nostalgische trein brengt de reizigers in het historische Matjiesfontein (spreek uit: Makkiesfontein), een volledig bewaard gebleven stationsdorp, waarvan de oorsprong teruggaat tot het einde van de 19de eeuw. Het geheel is een nationaal monument, waar mensen gewoon in wonen en werken. `Makkies' bestaat uit schilderachtige huizen, zandwegen en natuurlijk een station in volle oude glorie. Een beetje saai, dat wel, zoals monumenten ontdaan van hun context wel vaker zijn. Misschien om wat leven in brouwerij te brengen, verkoopt het postkantoor sherry met een vleugje Spaanse peper het werkt, de keel schroeit en we rennen terug naar de champagnekoelers van de Rovostrein.

Na vertrek uit Matjiesfontein verandert het landschap, de bewoonde wereld blijft nu ver achter ons. Wuivende roze en witte bloemen, korenvelden, maïsplantages, hier en daar een enkele hoeve glijden gestaag langs de ramen. En soms, opeens, in het midden van nergens, een township voor zwarten of kleurlingen: trieste armoede op armlengte aan de spoordijk, ook Zuid-Afrika. Wie dat niet wil zien, duikt dieper in de kussens, dan blijft alleen de hoge Afrikaanse lucht over als intrigerend schouwspel.

Behalve naar buiten kijken, kletsen met medepassagiers, een boek lezen of het nuttigen van maaltijden, is er aan boord van de trein niets te doen, de trein is hier niet een middel om op de vakantiebestemming te komen, maar is zelf het voorwerp van entertainment.

Bij het diner verschijnen mannen in smoking of ten minste een net pak, vrouwen in chique avondrobes. Er branden echte kaarsjes in de restauratiewagen, voor een waarlijk, feeërieke sfeer in de hobbelende trein. Een Australiër met te veel geld vertelt dat hij en een klein gezelschap per luxe boot van Sydney naar Hongkong voeren, per vliegtuig in Kaapstad arriveerden en nu als derde etappe de trein nemen. Via Victoria Watervallen in Zimbabwe en een vlucht naar Europa gaan ze terug down under.

Van de inrichting van de Rovos-trein moet men houden. De coupés hebben een tuttig Edwardiaans karakter, dat doet denken aan het Engeland van het begin van de twintigste eeuw: mahoniehouten lambrisering, bloemvormige schemerlampjes met okergeel licht, dikke tapijten. ,,We willen gasten onderdompelen in een sfeer van koloniale elegantie'', aldus de filosofie van ontwerpster Anthea Vos, echtgenote van Rohan. Aan de historische authenticiteit zijn wel belangrijke concessies gedaan. Ten gerieve van de fors in de buidel tastende reizigers zijn airconditioning, douches en interne telefoons aangebracht. En in het medische setje bevindt zich een onontbeerlijk hulpmiddel van het moderne leven: een condoom.

Rovos is in feite een uit de hand gelopen hobby van Rohan Vos, die een fortuin vergaarde als autohandelaar en makelaar. Midden jaren tachtig (van de vorige eeuw) kwam Vos op het idee met vrouw en vier kinderen het land rond te toeren in een privé-trein. Tot hij erachter kwam dat een dergelijk onderneming zelfs zijn niet geringe financiële draagkracht te boven ging. De enige manier om zijn wens in vervulling te laten gaan, was commerciële exploitatie. Hij kocht oude locs en treinstellen op en investeerde veel geld in restauratie. In 1989 reed de eerste Rovos-trein van Pretoria naar Kaapstad. Sindsdien opende Vos nog vijf andere routes: PretoriaVictoria Watervallen (Zimbabwe), KaapstadDar-Es-Salaam (Tanzania), Pretoria-Krugerpark (aan de grens met Mozambique), PretoriaSwakopmund (Namibië) en KaapstadKnysna, langs de prachtige Zuid-Afrikaanse wijn- en tuinroute.

Rovos is een pedante samentrekking van Rohan en Vos en de eigenaar noemt zijn trein `de trots van Afrika'. Dat is een beetje overdreven, want er zijn maar weinigen in Zuid-Afrika op de hoogte van het bestaan van zijn reisonderneming. De meeste mensen hier reizen hier per auto of nemen het vliegtuig, al is het alleen maar om de snelheid. De kortste treinreis tussen Kaapstad en Pretoria neemt 25 uur in beslag, het vliegtuig is er in twee uur, terwijl Rovos er maar liefst 48 en een half uur over doet. Maar dat komt vooral door de excursies in Matjiesfontein en Kimberley.

De volgende dag verlaten we de regen van Pretoria, terug naar de zon van de Kaap. In de beroemde Blauwe Trein ditmaal. Bloutrein heet hij in het Afrikaans, door de eigenaar (de staat) ook al weinig bescheiden `meest luxueuze trein ter wereld' genoemd. De Bloutrein/ Blue Train heeft een lange staat van dienst, teruggaand tot de Unie Expres van 1923. In 1946 werd de naam Blauwe Trein geïntroduceerd, vernoemd naar het helder blauwe interieur van de locomotief. De eigenaar, de Zuid-Afrikaanse staat, is van plan de trein met alles erop en eraan te verkopen aan de hoogste bieder. De flamboyante Britse zakenman Richard Branson heeft zich gemeld als serieuze gegadigde voor de winstgevende trein.

De Blue Train is een moderne variant op Rovos. De huidige rijtuigen zijn state-of-the-art treinen, voorzien van alle denkbare luxe, variërend van gouden kranen, videofilms en cd-spelers tot op afstand bediende jaloezieën en televisie. Op kanaal 1 van de monitor kan men via een in de cabine van de machinist gemonteerde camera naar voren kijken.

De restauratiewagen is smaakvol en romantisch ingericht, met warme aarden kleuren en gedempt licht. Tafelzilver, kristallen glazen, kraakheldere damasten lakens. Maar er klinkt wel ijselijke muzak op de achtergrond. Het eten is er voortreffelijk, beter dan bij Rovos, en de wijnkaart bevat het beste uit de Kaapse wijnstreken. Wie wil, kan op de Bloutrein de godganse dag teut zijn, zonder extra kosten, want het gepeperde treinkaartje houdt onbeperkt eten en drinken in.

Ondanks het chique, snobistische karakter van de Blauwe Trein is de sfeer aan boord zeer gemoedelijk. ,,Mensen kunnen in onze trein zichzelf zijn'', zegt Nozipho, de bevallige zwarte bardame uit Soweto. ,,Zelfs beroemdheden reizen ongedwongen met ons. Laatst hadden we Margaret Thatcher. Die zat hier gewoon aan de bar, zoals iedereen. Alleen haar zoon Marc was `a pain in the ass'. Hij wilde mama telkens van de rest van het gezelschap afschermen. Maar dat wilde ze helemaal niet.'' Een Arabische prins huurde de halve trein af, vijf rijtuigen, de hele hofhouding inclusief lijfwachten kwamen mee. ,,Iedereen was heel vriendelijk'', merkt Nozipho op, ,,en de prins gaf bij het verlaten van de trein iedereen een enorme tip.''

De ergste tijden voor het personeel zijn de wintermaanden: juni juli en augustus, wanneer er weinig toeristen van het noordelijk halfrond komen en de Blue Train lokale toeristen lokt met forse kortingen. Nozipho heeft weinig op met haar landgenoten. ,,Zuid-Afrikanen gaan meteen naar de bar en zetten het op een zuipen. Tijd om hun bagage uit te pakken nemen ze niet, bovendien hebben ze daar de `boy' voor, nietwaar? De hele reis heeft voor hen maar een doel: zoveel mogelijk drinken.''

    • Lolke van der Heide