`Behandeling in buitenland vergoeden'

Nederlandse ziekenfondspatiënten die een behandeling willen ondergaan in het buitenland, moeten deze vergoed krijgen van hun verzekeraar.

Die mag dit niet weigeren omdat Nederlandse artsen het nut van de behandeling niet inzien of omdat de patiënt ook en even snel in Nederland zou kunnen worden geholpen. Ook maakt het niet uit of de verzekeraar wel of geen contract heeft met het buitenlandse ziekenhuis in kwestie. Dit is het standpunt van de Europese Commissie over een vraag die de rechtbank van Roermond heeft voorgelegd aan het Europese Hof. De Nederlandse en Duitse regering nemen een tegengesteld standpunt in.

Als het Hof het standpunt van de Commissie overneemt, kunnen Nederlandse ziekenfondsen hun verzekerden nauwelijks meer beletten voor een behandeling naar het buitenland te gaan. Dit kan betekenen dat de kosten voor de gezondheidszorg fors stijgen.

Het advies van de Europese Commissie volgt de zogenoemde Decker/Kohll-arresten uit 1998. Hierin bepaalde het Europese Hof dat twee Luxemburgse ziekenfondspatiënten die in een andere lidstaat van de EU een behandeling hadden ondergaan respectievelijk een bril hadden gekocht, de kosten in eigen land vergoed moesten krijgen. Ook hadden ze niet van tevoren toestemming hoeven vragen aan hun verzekeraar.

Die eis, die in Nederland ook wordt gesteld, bevoordeelt volgens het Hof behandelaars in eigen land boven die in het buitenland. Daardoor wordt het vrij verkeer van (medische) diensten in de Europese Unie belemmerd.

De Nederlandse regering vindt dat de Decker/Kohll-arresten hier niet van toepassing zijn, omdat Nederland een ander zorgstelsel kent.

In april '99 vroeg de Roermondse rechtbank vroeg het Europese Hof om advies over twee zaken. In de ene weigerde VGZ in Venlo een behandeling in Duitsland te vergoeden van een vrouw die aan Parkinson lijdt. Volgens VGZ had de Duitse behandeling geen meerwaarde boven de Nederlandse alternatieven. De Commissie acht dit argument ongeldig, omdat het alleen is gebaseerd op het oordeel van Nederlandse artsen.

In de andere zaak weigerde verzekeraar CZ-groep in Sittard de behandeling te vergoeden van een man die door een verkeersongeluk in coma was geraakt. Zijn arts liet hem overbrengen naar Oostenrijk voor zogenoemde intensieve neuro-stimulatie, iets wat in Nederland alleen experimenteel wordt toegepast. De man kwam in Oostenrijk bij uit de coma. Toch had de Oostenrijkse behandeling volgens de CZ-groep geen meerwaarde boven in Nederland toegepaste methoden. Ook in dit geval vindt de Europese Commissie het argument ongeldig. Het Europese Hof zal pas een beslissing nemen als de standpunten van alle Europese lidstaten bekend zijn.

    • Joke Mat