Yassin moet hangen

Tot drie keer toe is deze zestienjarige, magere Marokkaanse jongen begonnen de verkeerde oefening voor te lezen: niet oefening zestien waar ik om vroeg, maar vijftien. Natuurlijk heeft hij zich `vergist', daar zal hij zich op beroepen: hij kent de taal nog niet goed meester, hij dacht dat vijftien zestien was. Maar Yassin en ik weten allebei dat hij zich niet heeft vergist.

Al straalt de agressieve gluiperigheid van Yassin af, het is niet zo dat ik hem niet mag. Waarom zou ik? Yassins demonen zijn Yassin niet. Al zijn zijn wegen mij niet sympathiek, Yassin tracht zich staande te houden. Voor Yassin, in een vreemd land geparachuteerd en op de laagste sport van de ladder terechtgekomen (lager beroepsonderwijs), al helemaal niet.

Begrip is leuk en aardig, maar er is ook een tijd van handelen. Niet optreden tegen Yassin is niet goed. Voor mij niet, voor de klas niet en niet voor Yassin. Zijn provocatie is een vraag en mijn antwoord kan niet uitblijven, zeker niet nu de Somaliër Temesgen achterin de klas er zich mee gaat bemoeien. Al schreeuwend heeft hij Yassin erop gewezen dat hij de verkeerde oefening voorleest. Dat is Temesgen zijn taak niet, dat is mijn taak en dat weet Temesgen heel goed. Die twee, nu in discussie met elkaar, hebben mij effectief buitenspel gezet. Dus zeg ik, als ze beide stil zijn: ,,Niet doen Temesgen, niet doen Yassin.''

Temesgen kijkt vrolijk. Voor hem is het een leuk spelletje, maar Yassin spreidt zijn lange armen in een gebaar van verontwaardiging, van vermoorde onschuld. ,,Wat meester?!''

,,Niet doen'', zeg ik nog een keer. Maar Yassin houdt vast aan zijn maskerade. ,,Maar meester, jij vragen.''

Ik schud mijn hoofd. ,,Nu stil, Yassin'', zeg ik, ,,niet meer praten.'' Ik leg een vinger op mijn mond en kijk hem aan net zo lang aan tot hij stil valt. Maar hij valt niet stil, hij blijft praten. ,,Maar ik lezen goed oefening en jij zeggen Yassin lezen...'' Weet ik veel wat-ie allemaal brabbelt. Dat doet er ook niet toe, van het ene op het andere moment is het brabbelen zelf, het nietstil zijn, de kwestie geworden. Ook dat voelen we allebei scherp aan.

Ik blijf hem aankijken en wacht tot hij mijn spreekverbod naar eigen smaak lang genoeg heeft overtreden. Als dat moment gekomen is, blijf ik nog even kijken. Het maakt de jongen onrustig. ,,Ja wat! Wat kijken nu!'' Met een wegwerpgebaar en een frons wendt hij zijn blik af, alsof hij onrechtvaardig wordt behandeld.

`Ja wat! Wat kijken nu!' is brutaal, maar ik besluit er niet op te reageren, tenminste niet direct, en vraag de Turk Ömer, een bescheiden jongen, oefening zestien te lezen. Dat bevalt Yassin niet: de beurt wordt hem ontstolen. Ömer heeft nog geen drie woorden gelezen of Yassin komt ertussendoor: ,,Jij zeggen meester, Yassin lezen, niet Ömer lezen!'' Hij durft het zelfs te schreeuwen.

Ik kijk weer naar Yassin en leg mijn vinger weer op mijn mond. De klas houdt inmiddels de adem in. ,,Lees maar door Ömer'', zeg ik.

,,Maar is niet eerlijk! Jij zeggen Yassin...''

Voor het eerst welt een golf irritatie in me op. De grap begint me te lang te duren. Terwijl ik opsta zie ik nog de afwachtende, weifelende blik van Ömer (moet hij nu beginnen met lezen of niet?), hef mijn linkerhand ten teken dat hij even moet wachten en loop met een frons op mijn gezicht en samengeknepen lippen op Yassin af. Al ben ik geïrriteerd, die woede is gespeeld – op toneelspel heeft Yassin geen patent.

,,En nou moet jij eens even heel goed naar mij luisteren jongen'', begin ik dreigend. Dondert niet dat het een cliché is. Dat herkent hij het toch niet, daarvoor is zijn Nederlands te beperkt. Na drie zinnen merk ik dat ik tegen Yassin sta te schreeuwen. De woorden komen vanzelf. Eigenlijk zeg ik maar wat. Yassin hoeft mij ook niet te begrijpen, hij moet mijn woede voelen.

Yassin verbleekt en er verschijnt een blos op zijn wangen. Hij is geschrokken én heeft het er warm van gekregen. Zijn blik is vijandig, overgegeven heeft hij zich nog niet. Ik draai me om en loop met gemengde gevoelens terug naar mijn tafel. Ik zeg tegen mezelf dat het de noodzakelijke eerste stap is naar een band van vertrouwen, bij iemand als Yassin.