Verenigd maar niet herenigd

Vorige week herdacht Vietnam dat het Zuiden 25 jaar geleden door het Noorden werd `bevrijd'. Maar de feestelijkheden hebben niet kunnen verbergen dat van de Vienamese hereniging weinig terecht is gekomen.

De censoren maakten de afgelopen weken overuren in Vietnam. Naarmate 30 april naderde, de dag waarop het 25 jaar geleden was dat het door Amerika gesteunde Zuid-Vietnam door het communistische Noorden werd `bevrijd', nam ook het aantal verhalen toe in de buitenlandse kranten en tijdschriften die mondjesmaat in Vietnam verkrijgbaar zijn. In die stukken werd de balans opgemaakt van 25 jaar Vietnamees communisme. Exemplaar na exemplaar van de International Herald Tribune, USA Today, Time en andere, meest Amerikaanse titels werden gecontroleerd op teksten die het huidige regime onwelgevallig zijn. En dat waren er nogal wat, voorafgaand aan het jubileum van de hereniging van Noord en Zuid. En dus moesten veel nijvere ambtenaren met dikke zwarte viltstiften aan de slag.

Hou een krantenpagina met de zwarte vlakken tegen het licht en duidelijk wordt wat Vietnamezen niet mogen lezen en zeggen. ,,Hun regels kunnen elk moment veranderen'', zijn de verboden woorden over de communistische leiders van Nguyen Thi Huong, de vrouw van een voormalig Zuid-Vietnamees soldaat. ,,Als je voor de Amerikanen hebt gewerkt'', zo staat onder het censorzwart, ,,is het heel erg moeilijk een baan voor jezelf en voor je kinderen te vinden. De communisten vertrouwen niemand van het vroegere Zuid-Vietnamese leger.'' Huong vertolkt de gevoelens van veel Vietnamezen die hun hele leven in het Zuiden wonen. Velen hadden geen andere keus dan in het Zuid-Vietnamese leger te gaan en dat was en is voor de communisten uit het Noorden praktisch hetzelfde als dienst nemen in het Amerikaanse leger.

,,Ik werd gedwongen dienst te nemen in het leger van Zuid-Vietnam'', zegt Hoang Van Chung op een terrasje ver buiten het centrum van Ho Chi Minh Stad (tot 1975 Saigon). ,,Na de oorlog heb ik geprobeerd te vluchten.'' Dan komen er twee Vietnamese soldaten de hoek om in een ruim 30 jaar oude legerjeep, een van de velen die ooit op de Amerikanen zijn buitgemaakt. Chung ziet de soldaten, staat langzaam op en loopt weg.

,,Ik ben toen gepakt en heb een jaar in de gevangenis gezeten'', vervolgt hij een uur en flink wat straten verder. ,,Daarna heb ik weer geprobeerd te vluchten en belandde ik twee jaar in de gevangenis. Nu heb ik een bedrijfje in verf.'' Het leven wordt hem als oud-piloot van de Zuid-Vietnamese luchtmacht vrijwel onmogelijk gemaakt, beweert de 49-jarige Chung.

Was hij maar zo slim geweest als zijn collega van destijds Nguyen Thanh Trung. Deze Zuid-Vietnamese piloot zag drie weken voor het einde van de oorlog in dat hij aan de verliezende kant vocht en bombardeerde zijn `eigen' presidentiële paleis in Saigon. Trung moet daarbij twee straaljagers tegelijk hebben gevlogen. In zowel het stadsmuseum van Ho Chi Minh Stad als in het verderop gelegen oorlogsmuseum staat een F5 straaljager met hetzelfde opschrift: ,,Met dit vliegtuig gooide Nguyen Thanh Trung op 8 april 1975 om half negen 's ochtends twee bommen op het paleis van de Amerikaanse marionettenregering.''

Trung is nu een Vietnamese oorlogsheld, waar Chung nauwelijks iets aan zijn verfhandel verdient. ,,Ze houden me in de gaten'', fluistert hij. Zonder die controle is het zakendoen moeilijk genoeg. ,,Elke keer zijn er andere wetten en andere vergunningen die je moet hebben. De zakelijke situatie is hier in het Zuiden heel onveilig.''

Dat is niet het geval, zo klagen veel Vietnamezen in het Zuiden, voor de mensen die uit Noord-Vietnam komen en de mooiste baantjes inpikken. ,,Dat zijn vaak familieleden van bestuurders uit Hanoï'', zegt de 35-jarige Loan Thi Kim die verzekeringen verkoopt in Ho Chi Minh Stad. ,,Eerst komt het hoofd van de familie en als er banen zijn gevonden voor zijn vrouw en kinderen, komen die achter hem aan. Voor de mensen die altijd in het Zuiden hebben gewoond, is het heel moeilijk een bestaan op te bouwen. De meesten hebben, zoals ik, verschillende baantjes waarmee ze ongeveer een half miljoen Dong (zo'n 80 gulden) per maand verdienen.''

Voor mensen als Kim, Chung en Huong is er nog steeds een Noord-Vietnam en een Zuid-Vietnam, hereniging of niet. In de historie van Vietnam heeft Zuid nimmer bij Noord gehoord. Tot de Franse kolonisator kwam, halverwege de negentiende eeuw, was Zuid-Vietnam een deel van Cambodja. Daarna werd van Noord en Zuid, samen met Laos en Cambodja het Franse Indochina gemaakt en pas in 1975 kreeg Vietnam de huidige grenzen. Toen werden Noord en Zuid niet herenigd, maar verenigd.

De verschillen zijn er nog steeds. Het altijd drukke Ho Chi Minh Stad is met zijn Las Vegas-achtige neonreclame, nachtclubs en snel Engels lerende bevolking meer op Amerika gericht. Het meer culturele Hanoï, de Noordelijke hoofdstad die om tien uur gaat slapen, lijkt meer Frans georiënteerd. Verschil in taal is er ook: ,,Ik kan het Noord-Vietnamees nauwelijks verstaan'', zegt Kim, ,,en zij ons niet.'' En er is volgens een journalist uit Ho Chi Minh Stad (die anoniem wil blijven) een verschil in mentaliteit: ,,Als iemand uit het Noorden tien dollar verdient, spaart hij er twee en geeft hij er acht uit. Iemand uit het Zuiden leent er nog eens twee dollar bij en geeft ze alle twaalf uit.''

Maar daar werken ze dan ook hard voor in het Zuiden dat de motor is van de Vietnamese economie. Instanties als de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB) schatten dat het vroegere Zuid-Vietnam, met Ho Chi Minh Stad en de rijstkom van de Mekong Delta, goed is voor tweederde van de welvaart van Vietnam. Bedrijven die het aandurven zich te vestigen in Vietnam, kiezen eerder voor Dong Nai, een min of meer per ongeluk ontstaan industriegebied vlakbij Ho Chi Minh Stad, dan voor het door de centrale regering geplande industiële centrum bij Haiphong, de Noordelijke havenstad. Een andere belangrijke nationale inkomstenbron is ook aan het Zuiden te danken: de 1,5 miljard dollar die gevluchte Zuid-Vietnamezen jaarlijks naar hun achtergebleven familie overmaken.

Maar het is het Noorden dat alle troeven in handen heeft in Vietnam, want 90 procent van de belastingen die in het Zuiden worden geïnd, gaat naar de regering in Hanoi. Maar dat mogen de Vietnamezen kennelijk niet weten, want ook die constatering in een internationale krant is zwart gemaakt.

    • Robert Giebels